Scripties ZeB – Wall of Fame

Op deze Wall of Fame plaatsen wij de beste scripties van oud masterstudenten Zorgethiek en Beleid en oud-studenten van andere studies die een relevante bijdrage aan de zorgethiek hebben geleverd. Wij zijn van mening dat deze scripties een groter publiek verdienen.

2019

Sevenja Verhagen

José Krijnen

Een zorgethische conceptuele analyse naar de betekenis van wachten voor goede zorg

Samenvatting

Wachten wordt meestal gezien als een fenomeen dat indien mogelijk vermeden moet worden. Leidend was mijn vraag of wachten niet meer dan dat zou kunnen zijn. De bestudering van het werk van Hartmut Rosa (2013) en Lisa Baraitser (2017) leiden tot de conceptualisering van wachten als synchronisatie en een transformatieve antwoordrelatie. De betekenis hiervan voor goede zorg werd geanalyseerd in het licht van zorgethici Joan Tronto (1993; 2013) en Annelies Van Heijst (2005).
De relatie tussen wachten en goede zorg is doordacht op vijf terreinen. Ten eerste de sociaal-politieke, economische context waarin tijd geld is. In de institutionele context zoals een ziekenhuis verliest men hierdoor het oorspronkelijke doel uit het oog. Ten tweede wordt dieper ingegaan op het mensbeeld waarin onevenredig afhankelijke en kwetsbare of volgens Van Heijst beter gezegd: behoeftige mensen, geen of weinig stem hebben. Daarnaast wordt er op collectief als op individueel niveau geen plek toegekend aan het lijden. Dit maakt wachten of verduren schaamtevol en onzichtbaar. Als derde punt wordt getoond hoe wachten machtsverhoudingen binnen een institutionele context bloot legt. Wie bepaalt hoe lang wie moet wachten? Ook wordt de vraag naar de realiteit van de onoplosbaarheid van wachten gesteld. Wachten kan ook een zorgpraktijk zijn als mogelijkheid tot synchronisatie. De heilzaamheid van tijd wordt als vierde item besproken. Als laatste wordt aandacht besteed aan de onontbeerlijkheid van de relatie tijdens het verduren van de tijd.
Conclusie is dat wachten de cesuur kan zijn waardoor de rijm kan klinken. Wachten als synchronisatie is ook het bewust afzien van interventie door het nemen van verantwoordelijkheid. Wachten kan de niet-wordende temporaliteit van verduren zijn. Zorg kan dan kleine transformaties veroorzaken waardoor men zijn historisch sociaal gegroeide situatie kan transformeren. Wonderbaarlijk genoeg lijkt juist hier ‘iets nieuws’ te kunnen aanvangen.
Lees meer over het onderzoek van José Krijnen.
Anne Dingemans

Anne Dingemans

Hart voor de psychiatrie. Institutioneel etnografisch onderzoek naar drijfveren van verpleegkundigen in de acute psychiatrie

Samenvatting

De zorgsector in Nederland lijdt al jaren onder personeelstekort. Dit geldt tevens voor de verpleegkundigen van de intensive care van Altrecht. De intensive care
is een afdeling binnen de acute psychiatrie, waar mensen in een psychiatrische crisis zeer intensieve zorg ontvangen. De verpleegkundigen die nog werkzaam zijn op de intensive care zetten zich elke dag weer in voor hun patiënten, ondanks het personeelstekort. Dit persoonlijke concern was de aanleiding om in het kader van de master zorgethiek en beleid een zorgethisch onderzoek uit te voeren naar de drijfveren van de verpleegkundigen om op deze afdeling te werken en welke machtsstructuren de drijfveren beïnvloeden.
Het conceptueel onderzoek biedt inzichten voor het denken over machtsstructuren in zorgpraktijken. Het empirisch onderzoek laat zien dat de drijfveren van de verpleegkundigen door verschillende machtsstructuren worden beïnvloedt. Door middel van een institutioneel etnografisch onderzoeksmethode verschillende machtsstructuren zichtbaar. Door de dialectische verbinding tussen de conceptuele en empirische bevindingen werd inzicht verkregen in de meerwaarde van dit onderzoek voor het denken over machtsstructuren in zorgpraktijken vanuit zorgethisch perspectief. Deze inzichten laten zien dat op verschillende niveaus verandering nodig is om de drijfveren om te zorgen van verpleegkundigen te behouden.
Lees meer over het onderzoek van Anne Dingemans.
Lena Wever

Lena Wever

De kunst van het accepteren: innerlijke ruimte in het omgaan met chronische pijn

Samenvatting

Het existentiële en maatschappelijke spanningsveld rondom acceptatie van chronische pijnklachten vormt de aanleiding van dit afstudeeronderzoek: pijn accepteren die per definitie niet te accepteren valt, in een samenleving met weinig ruimte voor kwetsbaarheid. Vanuit een zorgethisch perspectief ontstond de behoefte aan andere invalshoeken op dit spanningsveld en acceptatie te plaatsen in de context van de samenleving. De volgende onderzoeksvraag is geformuleerd: Welke discursieve structuren beïnvloeden chronische pijnpatiënten in het accepteren van hun klachten en het ervaren van innerlijke ruimte en wat kunnen deze inzichten bijdragen aan (het denken over) goede zorg vanuit een zorgethisch perspectief?

In het theoretisch-conceptuele onderzoek zijn beschouwingen ten aanzien van pijn en acceptatie onderzocht. Het zorgethische perspectief benadrukte onder andere de existentiële aard van chronische pijn en het belang van zinervaring. Met vier chronische pijnpatiënten zijn vervolgens narratieve interviews gevoerd, die zijn geanalyseerd middels discoursanalyse en binnen het Ars Moriendi model.

‘Acceptatie’ blijkt onderhevig aan discursieve structuren en wordt soms functioneel ingevuld. Het denken van chronische pijnpatiënten over ‘acceptatie’ ontwikkelt zich binnen de leefwereld en wordt sociaal en cultureel geconstrueerd. Daarentegen biedt ‘innerlijke ruimte’ een verruimd perspectief en doet meer recht aan de complexiteit van chronische pijn. ‘Innerlijke ruimte’ geeft woorden aan de existentiële spanningsvelden ‘houvast en onzekerheid’ en de zoektocht naar betekenisgeving aan pijn en lijden. Daarnaast wordt zichtbaar dat het transformatieve karakter van chronische pijn vraagt om verschillende verhoudingen tot het lichaam om maatschappelijk te kunnen meedoen.

De inzichten stimuleren de reflectie over goede zorg bij chronische pijnpatiënten. Het blijkt belangrijk om vanuit de zorgpraktijk ruimte te geven aan kwetsbaarheid en de mogelijkheden om maatschappelijk te kunnen meedoen. Vanuit een zorgethisch perspectief helpt ‘innerlijke ruimte’ om verscholen stemmen in het spanningsveld rondom chronische pijn bloot te leggen. Het Ars Moriendi voor chronische pijn is vernieuwend maar vraagt om meer empirisch en conceptueel onderzoek. Daarbij lijkt het belangrijk om voortdurend een vertaalslag te maken naar de zorgpraktijk, en te onderzoeken hoe het Ars Moriendi en bestaande behandeltheorieën elkaar kunnen aanvullen en versterken.

Karlijn Suijkerbuijk

Karlijn Suijkerbuijk

De dood in de coulissen. Een zorgethisch onderzoek naar zingeving in de laatste levensfase van dak- en thuislozen

Samenvatting

Hoewel zingeving belangrijk is (in de zorg) voor dak- en thuislozen in de laatste levensfase, blijft het zowel in de zorgpraktijk als in de literatuur een onderbelichte dimensie. In deze zorgethische masterthesis werd gepoogd bij te dragen aan het opvullen van deze lacune, middels de volgende hoofdvraag: Hoe verloopt zingeving bij dak- en thuislozen in de laatste levensfase en welke inzichten levert het kijken naar deze (zorg)praktijk vanuit zorgethisch perspectief op met betrekking tot goede zorg voor deze specifieke doelgroep?

Vanuit de (zorgethische) literatuur over zingeving verschenen vier thema’s met betrekking tot zingeving van dak- en thuislozen in de laatste levensfase: Betekenisvolle verbindingen, ertoe doen, onderlinge afhankelijkheid, en doen én laten. Naast een zoektocht in de literatuur werd binnen deze masterthesis ook empirisch onderzoek uitgevoerd middels narratieve analyse.
In de conclusie werden vijf thema’s beschreven die helpend kunnen zijn voor (zorg aan) dak- en thuislozen in de laatste levensfase: “het levenseinde (laten) ondergaan”, “oog hebben voor bijzondere verbindingen”, “omarmen en vrijlaten”, “de ander echt zien”, en “bewustwording van maatschappelijke verhoudingen”. Deze inzichten kunnen mogelijk het startpunt vormen voor de verbetering van zorg aan dak- en thuislozen in de laatste levensfase.

2018

Overgave & verbinding

Manouk Visser

Rennen vliegen vallen opstaan doorgaan. Een zorgethisch actieonderzoek naar een huis voor Mehmet

Samenvatting

Dit single case participatieve actieonderzoek (PAR) richt zich op het vinden van een huis voor Mehmet. Mehmet is sinds zijn ontslag uit een psychiatrische kliniek thuisloos: hij heeft geen eigen huis, maar is ook niet dakloos. De toenemende vraag naar sociale huurwoningen maakt het steeds moeilijker om een woning te krijgen als dakloze. Dit onderzoek heeft als doel 1) een huis voor Mehmet te vinden en 2) de problemen met het vinden van een huis te begrijpen in hun bestuurlijke context en 3) hiervan te leren over goede zorg.
Het is niet gelukt een huis te vinden voor Mehmet. De problemen die wij tegenkwamen waren te onderscheiden in problemen op bestuursniveau en problemen op uitvoeringsniveau. Op bestuursniveau kon de gemeente Den Haag niet voorzien in de behoefte van thuislozen. Het beleid kent geen sensitiviteit voor de particuliere context. De hulpverleners, die de voorzieningen en de particuliere context samen moeten brengen, hebben niet genoeg met Mehmet afgestemd, waardoor Mehmet zich ging verzetten.
Goede zorg voor Mehmet, of thuislozen in vergelijkbare context bestaat uit twee delen.
Op beleidsniveau een (aantal) maatschappelijke actor(en) die verantwoordelijkheid nemen voor de hulp van thuislozen. Op uitvoeringsniveau hulpverleners die in afstemming met Mehmet de bestaande voorzieningen afstemmen op de behoeftes en particuliere context van Mehmet.
Single case PAR biedt kansen voor de zorgethiek om in de praktijk te ervaren welke problemen er zijn. Tegelijk is single case PAR erg kwetsbaar, omdat de kwetsbare relatie tussen twee mensen centraal staat. In dit onderzoek verloor ik de gelijkwaardigheid met Mehmet, omdat ik vóór hem ging denken in plaats van mét Mehmet.

Lees meer over het onderzoek van Manouk Visser.

Sevenja Verhagen

Karlijn Kremer

Veranderingen in het verzorgend beroep Zorgethisch onderzoek naar de geleefde ervaringen rondom het veranderende beroep van verzorgenden in de ouderenzorg

Samenvatting

Inleiding: De afgelopen 10 tot 15 jaar is er veel veranderd in de (ouderen)zorg en deze veranderingen zijn ook van invloed op het verzorgend beroep. Hoewel er in de literatuur aandacht is voor de vraag of verzorgenden zich capabel voelen voor de nieuwe taken die ze krijgen toebedeeld, is er tot nu toe weinig aandacht voor de vraag hoe verzorgenden deze veranderingen ervaren en wat dit betekent voor goede zorg. Dit onderzoek is geschreven in opdracht van de Commissie Ethiek van Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN), omdat zij zich graag laten voeden door ervaringen uit de praktijk bij het opstellen van hun adviezen aan het bestuur van de V&VN.

Hoofdvraag: Of en hoe hebben verzorgenden veranderingen ervaren in hun beroepspraktijk door veranderingen in de maatschappelijke en politieke context, met specifieke aandacht voor de relatie tussen de verzorgende en de zorgontvanger? En wat betekent dit voor goede zorg?

Methode: Er is exploratief, zorgethisch onderzoek uitgevoerd waarbij gebruik gemaakt is van een theoretische verkenning en een narratieve analyse. Het theoretische concept dat centraal staat in dit onderzoek is relationaliteit. De empirische data zijn verzameld door middel van het schaduwen en interviewen van verzorgenden die minstens 10 jaar werkervaring hebben en werkzaam zijn in de ouderenzorg en door het houden van een focusgroep met verzorgenden met dezelfde criteria.

Bevindingen & conclusie: Veranderingen worden per individu verschillend ervaren. Door iedereen wordt een sterke toename in werkdruk en administratielast ervaren. Deze toegenomen werkdruk gaat gepaard met strakke tijdsschema’s indicatiestellingen. Er is steeds minder ruimte en tijd om om te gaan met het ongewisse aspect van zorg. Verzorgenden lijken vooral voor dit aspect van verzorgen ruimte te creëren door (nog) harder te werken en soms dingen in hun eigen tijd te doen. Hierdoor vormen zij een onzichtbare buffer tussen de institutionele/politieke context en de zorgontvanger. Dit is zorgethisch problematisch omdat hierdoor de negatieve uitwerking van veranderingen in de inrichting van het zorgproces in de praktijk verhuld blijft en omdat het geen duurzame manier is voor verzorgenden om hun werk te doen terwijl zorgverleners zelf ook waardevolle en kwetsbare mensen zijn.

Verzorgenden blijken ook een veel bredere verantwoordelijkheid te hebben gekregen. Dit duidt erop dat de zorg (op een aantal vlakken) holistischer is geworden. De vraag die in dit onderzoek wordt opgeworpen is echter of verzorgenden ook voldoende in staat gesteld worden om de voordelen hiervan te cultiveren. Daarnaast blijkt ook dat verzorgenden door de veranderingen soms juist een spagaat ervaren tussen hun eigen (holistische) zorgbeeld en de gefragmenteerde indicatiestelling.

Tot slot kwam in dit onderzoek naar voren dat een deel van de verzorgenden een (groot) verschil ervaart tussen de jonge en de oudere generatie verzorgenden. Dit verschil, dat meerdere oorzaken zou kunnen hebben, wijst erop dat de beroepsgroep van verzorgenden niet als een homogene groep gezien kan worden. Het zou goed zijn als hier meer inzicht in verkregen wordt, om zo beter recht te doen aan de beroepsgroep.

Lees meer over het onderzoek van Karlijn Kremer: Veranderingen in het verzorgend beroep

Anniek Dortmans

Anniek Dortmans

Zo oneindig als ik oud ben. Een zorgethisch onderzoek naar geleefde ervaringen van hoge ouderdom van Minderbroeders Franciscanen.

Samenvatting

Er is heden ten dage sprake van een autonoom, individualistisch mensbeeld, waarbij mensen zelf op zoek dienen te gaan naar wat hen betekenis geeft. Hele oude mensen kunnen echter niet aan dit mensbeeld voldoen. Bovendien geven zij over het algemeen de voorkeur aan een relationele wijze van betekenisgeving. Desondanks wordt vaak niet de nadruk gelegd op de belevingswereld van deze groep ouderen, maar op hoe zorgbehoeften verminderd kunnen worden. Naar de belevingswereld van ouderen die het leven als voltooid ervaren is echter wel uitgebreid onderzoek gedaan. Franciscanen op hoge leeftijd lieten een interessant licht van acceptatie, ego-loosheid en ruimte voor bezinning schijnen op deze thematiek. Anders dan het autonome mensbeeld doet vermoeden, en passend binnen de thema’s ‘relationaliteit ’ en ‘betekenis’ in de Utrechtse zorgethiek. Voor deze zorgethische masterscriptie is daarom besloten om onderzoek binnen Franciscaanse gelederen uit te breiden, met als hoofdvraag: wat is de essentie van de geleefde ervaring van hoge ouderdom (ongeveer 80+) van Minderbroeders Franciscanen, en hoe is deze ervaring vanuit zorgethisch perspectief te begrijpen?
Voor het beantwoorden van deze vraag is gebruik gemaakt van de fenomenologische Reflective Lifeworld Approach. Middels interviews naar geleefde ervaringen is gekomen tot de volgende essentie: “Een confrontatie met onontkoombare eindigheid, hand in hand met de aanwezigheid van een onstuimige geest, groeiend in een fundament van broederschap, overstegen door een al dan niet bewust bruggen bouwen tussen verleden, heden en toekomst, met door het leven heen bewegend een belichaamde relatie tot God.”
Wat betreft ‘relationaliteit’ wordt in deze essentie duidelijk dat naast concrete anderen ook God, Franciscaanse idealen en een cultuurhistorisch verleden als ander in het zelf van de broeders verweven kunnen zijn. Voor het idee van een relationeel zelf, zoals gehanteerd in de zorgethische notie van shared decision making, zou dit kunnen betekenen dat er behalve concrete naasten, ook alternatieve naasten betrokken zouden kunnen worden in shared decision making. Ook voor het zorgethische idee van zorg als betekenisvolle verbinding geldt dat er meer oog zou kunnen zijn voor spiritualiteit; zo is in de bevindingen ook God een zorgdrager.
Betreffende ‘betekenis’ wordt in deze essent ie verder duidelijk dat ervaringen van de broeders doordrongen zijn van de zorgethische notie van zorg als existentiële betekenisvolle verbinding. Zo zijn broeders, ondanks hun hoge leeftijd dikwijls nog zorgdrager. Of wellicht zou gezegd moeten worden: dankzij hun hoge leeftijd nog zorgdrager. Dit zou namelijk verhelderen hoeveel goede input hele oude mensen, juist vanwege hun rijke cultuurhistorisch verleden, de samenleving kunnen bieden. Tevens maakt het bezien van de bevindingen door de bril van zorg als existentieel betekenisvolle verbinding duidelijk dat de broeders als betrokkenen van elkaar, delen in zowel vreugde als kwetsbaarheid. Het expliciteren van het particuliere binnen (het universele concept van) zorg als existentieel betekenisvolle verbinding lijkt binnen zorgethiek nog verder uitgebreid te kunnen worden.

Lees meer over het onderzoek van Anniek Dormans: Veranderingen in het verzorgend beroep

Sevenja Verhagen

Sevenja Verhagen

De worsteling in de spagaat. Een zorgethische studie naar de beleving van begeleiders met betrekking tot het begeleiden van jongeren en jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking binnen een woonvoorziening in de wijk.

Samenvatting

In vervolg op een eerder onderzoek door de gemeente Loon op Zand in samenwerking met Stichting Prisma en de UvH (2017), geeft dit onderzoek vanuit een zorgethisch perspectief de ervaringen van begeleiders een stem, in de zoektocht van Stichting Prisma naar goede zorg en ondersteuning voor jongeren en jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking(LVB) die wonen binnen een woonvoorziening in de wijk. Ondanks veelvuldig onderzoek naar deze zorgpraktijk komen ervaringen van begeleiders, als deelnemers aan deze praktijk, in discussies sporadisch voor.
Aan de hand van zowel een literatuurstudie als empirisch onderzoek, is onderzoek gedaan naar de geleefde ervaring van deze begeleiders. In het theoretische kader is eerst verkend welke inzichten de zorgethische literatuur biedt, waarna vervolgens fenomenologisch onderzoek is gedaan om zicht te krijgen op deze geleefde ervaring. Zichtbaar werd dat het begeleiden voor begeleiders een complexe, ambigue en ambivalente ervaring is. Ze bevinden zich in een constante worsteling in de spagaat en hebben te maken met verschillende begeleidingsdoelen als behoud, groei en sociale acceptatie. Ze moeten hierbij nadenken over strategieën van beschermen, koesteren en trainen in een spanningsveld met verschillende betrokkenen zoals de jongeren, het netwerk, de wijk, de organisatie en de maatschappij. Momenten van machteloosheid, afhankelijkheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid en beroepstrots overlappen elkaar en wisselen elkaar hierbij af. Omdat zowel de persoonlijke als de professionele integriteit in relatie tot de verschillende partijen binnen een institutionele zorgsetting voortdurend in conflict zijn met elkaar en er nooit volledig aan alle eisen en doelen voldaan kan worden, behoeven ze hierbij zelfbescherming.
Dit werkt zelfvervreemding in de hand. Door de complexiteit ligt de focus van het begeleiden op beschermen en groei binnen de woning. Ze voelen zich onmachtig als het gaat om de opgelegde maatschappelijke opdracht om actief burgerschap uit te dragen in hun zorg. Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat in de zorgpraktijk het goede zichtbaar kan worden door vanuit deze praktijk van het begeleiden te kijken naar wat goed is om te doen. Begeleiders hebben enorm veel kennis in de zorgpraktijk ontwikkeld, die ze kunnen doordenken, waarop ze kunnen reflecteren en met anderen kunnen delen om te bouwen aan ‘body of knowledge’, dat zowel theoretisch als praktisch van aard is. Hiermee kunnen ze vanuit deze betrokkenheid bijdragen aan een onderbouwde visie op ‘goede’ zorg aan jongeren met LVB die wonen in de wijk en het maatschappelijke en politieke debat ten aanzien van integratie en burgerschap realistischer maken. Tot slot zijn er aanbevelingen voor de praktijk en vervolgonderzoek gedaan.
Lijden bij afwijzing euthanasieverzoek

Lieke Wichers Schreur

De geleefde ervaring van lijden bij een afwijzing van een euthanasieverzoek

Samenvatting

Lijden in onzichtbaarheid. Een empirisch- fenomenologisch geïnspireerd onderzoek vanuit zorgethisch perspectief.
De thesis is een aanzet om deze mensen een gezicht te geven en genereert fenomenologische kennis met betrekking tot het lijden van mensen van wie het euthanasieverzoek is afgewezen. Er wordt onderzocht hoe het lijden wordt ervaren bij een afwijzing van een euthanasieverzoek en wat dit betekent voor goede zorg. Aan de basis van dit onderzoek liggen de geleefde ervaringen van vier participanten waarvan het euthanasieverzoek is afgewezen door de Levenseindekliniek. Uit deze geleefde ervaringen zijn vijf thema’s gedestilleerd die iets zeggen over het lijden van de participanten rondom de afwijzing van het euthanasieverzoek. Deze thema’s zijn: ‘ontheemd raken’, ‘uitzichtloosheid’, ‘hoop’, ‘zich niet gezien voelen’ en ‘totale verlatenheid’. De thema’s kunnen gezien worden als een proces, waarbij ‘hoop’ eveneens zorgt voor beweging; het herhaald blijven zoeken naar een uitweg in het leven of in de dood. Uit de geleefde ervaringen van de participanten blijkt dat zij binnen de thema’s ‘ontheemd raken’ en ‘uitzichtloosheid’ te maken krijgen met een stapeling van verlies van verbinding met de wereld, de ander en zichzelf. Zij voelen zich niet altijd gezien en tevens verlaten door de mensen om hen heen en de professionals die op hun pad komen. Deze ervaring kan omschreven worden als een indikking van het al bestaande geleefde lijden. Dit onderzoek laat zien dat er vanuit het relationele mensbeeld aansluiting gevonden kan worden door deze mensen te zien, te laten tellen en door afgestemd te besluiten (Goossensen, 2014). Aandachtige betrokkenheid – in de breedste zin – blijkt hierin een cruciale fase en een startpunt voor goede zorg.

Geboren!

Mieke Spek

Geboren! Een verkennende studie naar geboortelijkheid en relationaliteit

Samenvatting

Biomedische technieken worden toegepast op het gebied van conceptie en geboorte en hebben daarmee invloed op de relationele structuur waarin mensen door hun geboorte worden ingebed. Wat daarmee op het spel staat, blijft onderbelicht in het debat, dat overheerst wordt door medisch-ethische en juridische perspectieven. De zorgethiek belicht aspecten zoals relationaliteit die in het debat over de toepassing van geboortetechnieken nauwelijks aan de orde komen. Om zorgethiek in stelling te kunnen brengen in het debat over geboortetechnieken is in deze thesis onderzocht hoe het zorgethische begrip relationaliteit kan worden verrijkt door het gedachtegoed van denkers over geboorte en geboortelijkheid. Hiertoe zijn relevante ideeën van enkele denkers over geboorte en geboortelijkheid door een heuristische lens van relationaliteit beschouwd.
Met de gedachte dat de geboorte een fenomeen is dat zich onttrekt aan de ervaring van mensen, waardoor deze gebeurtenis niet los van anderen gedacht kan worden, plaatsen de geboortedenkers de geboorte en de geboortelijkheid van mensen in een relationeel perspectief.
Het gedachtegoed van de geboortedenkers biedt zicht op een generatieve, sociale en narratieve inbedding van een individu dat oorspronkelijk omgeven is door een ander in een niet wederkerige relatie waarin het wij voorafgaat aan het ik en dat daarna al relationeel verbonden is met anderen, voordat het zich als ik bewust is van zichzelf en de anderen.
De bovengenoemde aspecten bieden een relevant en aanvullend kader voor het denken over en de toepassing van het zorgethische begrip relationaliteit.
De verbinding tussen de geboorte en geboortelijkheid vanuit een generatief perspectief en het politieke nataliteitsbegrip van Arendt, biedt een nuancerend antwoord op het denken over de zorgethische moral boundaries van Joan Tronto.

Saskia Scherbeijn

Saskia Scherbeijn

Overgave & verbinding. Een zorgethische studie naar de essentie van de geleefde ervaring van het (getuige van het) kraamvrouw-zijn in het ziekenhuis

Samenvatting

Uit de maatschappelijke en wetenschappelijke literatuur blijkt dat zwangerschap en bevalling steeds meer in het teken staan van medicalisering. Er is sprake van een toename van het aantal bevallingen in het ziekenhuis, waarbij het aantal ingrepen ook stijgende is. Volgens Buitendijk (2010) verandert daarmee de beleving van zwangerschap en geboorte voor vrouwen ingrijpend. Ondanks de interesse die er thans is voor de ervaringen van kraamvrouwen en hun partners is er nog niet veel onderzoek verricht naar het diepgaand begrijpen wat het betekent om kraamvrouw te zijn voor de kraamvrouw en hiervan getuige te zijn door de partner op de verlos- en kraamafdeling van het ziekenhuis. Dit afstudeeronderzoek verkleint deze kennislacune.

In nauw overleg met de lokale haalbaarheid commissie zijn vier kraamvrouwen en hun partners geïnterviewd. Tevens heeft observatie plaatsgevonden. Tijdens het onderzoek is rekening gehouden met het verkrijgen van toestemming voor deelname, de belastbaarheid van de kraamvrouwen en het garanderen van hun anonimiteit. Door middel van een theoretische verkenning van de zorgethische concepten: ‘relationele afstemming’, ‘lichamelijkheid’ en ‘contextualiteit’ is meer inzicht verkregen in de zorgpraktijk. Daarnaast is fenomenologisch onderzoek gedaan volgens de aanpak van Van Manen. Dit heeft narratieven opgeleverd die de lezer onderdompelen in de zorgpraktijk.

Uit de bevindingen blijkt dat kraamvrouwen zich volledig kunnen overgeven aan de expertise van zorgverleners. Dit levert voor de zorgethiek nieuwe inzichten op over het ontvangen van zorg. Tevens komt naar voren dat technologieën, evenals pijnbestrijding kraamvrouwen en hun partners geruststellen, duidelijkheid bieden en hen ondersteunen in het bevallingsproces. Voor de partners geldt echter wel dat het behouden van contact met hun kraamvrouw belangrijk voor hen is. Het zoeken naar een juist midden in het gebruik van pijnbestrijding is dan ook gewenst. Daarnaast speelt de inrichting van het ziekenhuis een grote rol in de zorgverlening. Zorgverleners zijn afhankelijk van systemen, maar oefenen daarmee tegelijkertijd ook macht uit. Bewustwording hiervan, waardoor weer oog verkregen wordt voor de behoeften van de zorgontvangers, lijkt daarin essentieel. Tenslotte zijn er aanbevelingen voor goede zorg en vervolgonderzoek gedaan.

2017

Dynamieken van een gedwongen ‘huwelijk’

Marjolein Tops

Dynamieken van een gedwongen ‘huwelijk’. Invloed van belichaamde ervaringskennis tussen praktijk en beleid

Samenvatting

Een zorgethisch onderzoek naar de invloed van belichaamde ervaringskennis op de verbinding tussen praktijk en beleid in een GGZ-instelling.

GGZ Nederland geeft in recent onderzoek aan dat toenemende bureaucratisering ten koste gaat van goede patiëntenzorg en zelfs kan leiden tot onaanvaardbare risico’s. De praktijk van zorgverlenen staat onder druk, terwijl dat de kern is van een zorgorganisatie. Nieuwe zorgbenaderingen, inzet van ervaringsdeskundigen en morele reflectie brengen morele perspectieven van zorgverleners en zorgontvangers in beeld. Er ontbreekt echter aandacht voor hoe eigen structuren en zorgprocessen van een organisatie uitwerken in de praktijk.

Dit institutioneel etnografisch, empirisch onderzoek kijkt vanuit zorgethisch perspectief naar hoe zorgverleners in een GGZ-instelling morele reflectie ervaren in de context van toenemende bureaucratisering in de zorg. Uit analyses blijken drie patronen. 1. Een dominante invloed van beleid op relaties, de zorgpraktijk en de omgang met verantwoordelijkheden. 2. Te weinig invloed van belichaamde ervaringskennis op de hiervoor genoemde aspecten. 3. Een onduidelijk zicht op de omgang met verantwoordelijkheden en routines in de omgang met elkaar. Met als gevolg verschillende beelden van de realiteit, die van de praktijk en die van het beleid.

Wat blijkt is dat belichaamde ervaringskennis een vindplaats is voor morele aspecten in de zorgpraktijk, in relaties, en een kruispunt en verbinding tussen praktijk en beleid kan zijn. Een radicale focus op de praktijk wordt voorgesteld om zich op een menselijke wijze te verhouden tot de pervasieve invloed van bureaucratisering. Echter, door gebrek aan een reflectieve structuur en cultuur in de organisatie blijven belemmerende patronen bestaan. Goede zorg betekent het belichaamde ervaringsperspectief centraal stellen, een moreel leerproces op gang brengen in de organisatie en een wisselwerking tussen beide stimuleren waardoor de verbinding tussen praktijk en beleid, hun zogenaamde gedwongen ‘huwelijk’, verbeterd kan worden.

Lees meer over het onderzoek van Marjolein: Thesis Marjolein Tops: Dynamieken van een gedwongen ‘huwelijk’

Rudya Melim

Rudya Melim

Een Zorgethisch Perspectief op Racisme in Nederland

Samenvatting

Een conceptueel onderzoek naar tegengaan van racisme in de Nederlandse samenleving vanuit zorgethisch perspectief.

In deze thesis wordt een visie ontwikkeld op het tegengaan van racisme in Nederland vanuit zorgethisch perspectief. Hiermee beoogt de thesis een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke ‘racisme debat’ en aan wetenschappelijke en zorgethische kennis met betrekking tot (het tegengaan van) racisme. De hoofdvraag: Wat kunnen zorgethische inzichten toegepast op de context van racisme in Nederland betekenen voor het tegengaan van racisme in Nederland in dienst van goed samenleven vanuit zorgethisch perspectief? wordt beantwoord door eerst te beschrijven hoe we Nederlands racisme kunnen typeren.

Vervolgens worden zorgethische inzichten die belangrijk zijn voor het duiden van racisme en het tegengaan daarvan naar voren gehaald. Een verwrongen beeld van samenleven en de relaties tussen mensen daarbinnen zorgt ervoor dat de verantwoordelijkheid die we tegenover elkaar hebben vanuit onze wederzijdse afhankelijkheid en kwetsbaarheid niet wordt erkend. Dit probleem dat ook huidig racisme mogelijk maakt lijkt geworteld in onze samenleving. Onder andere het grote belang van zorgwaarden in het tot stand brengen van een rechtvaardige samenleving komt hierbij naar voren als leidend inzicht.

Als laatst worden inzichten met betrekking tot de typering van Nederlands racisme en belangrijke zorgethische inzichten voor duiden en tegengaan geïntegreerd. Moral repair blijkt een onvermijdelijk deel te zijn van het tegengaan van racisme in de Nederlandse samenleving omdat hier niet alleen zorgwaarden mee worden bekrachtigd en uitgedragen, ook de historische wonden die zijn ontstaan worden via deze weg geheeld.

Lees meer over het onderzoek van Rudya: Thesis Rudya Melim: Racisme in Nederland

Renske Boekhout

Renske Boekhout

Moreel beraad: besloten in context

Samenvatting

Op welke manieren ervaren managers de ruling relations in FPC Dr. S. van Mesdag met betrekking tot moreel beraad en hun eigen betrokkenheid daarbij, en wat zegt dat over goede zorg voor managers, personeel en patiënten.

Mijn onderzoek draagt bij aan het nadenken over georganiseerde reflectie in de vorm van moreel beraad in een bijzondere omgeving, namelijk de forensische psychiatrie. Door het combineren van een zorgethische lens en een institutioneel etnografische onderzoeksmethode, met specifieke aandacht voor ruling relations, is er onderzocht hoe managers hun eigen betrokkenheid bij moreel beraad en de institutionele context van moreel beraad ervaren. De context van dit onderzoek was Forensisch Psychiatrisch Centrum Dr. S. van Mesdag, een tbs-kliniek in Groningen. De onderzoeksvraag van het onderzoek is: Op welke manieren ervaren managers de ruling relations in FPC Dr. S. van Mesdag met betrekking tot moreel beraad en hun eigen betrokkenheid daarbij, en wat zegt dat over goede zorg voor managers, personeel en patiënten?

In het onderzoek heb ik vijf verhoudingen en vier ruling relations die managers ervaren, blootgelegd. Managers ervaren met betrekking tot moreel beraad de verhouding van invoerder, deelnemer, gespreksleider, financieel verantwoordelijke en/of organisatieverbeteraar. Managers ervaren moreel beraad in een context waar de macht van de klok, dragende en inspirerende mensen, een harde cultuur en een grote afstand tussen hen en de werkvloer belangrijk zijn.

De conclusie van het onderzoek is dat managers vanuit verschillende verhoudingen en met betrekking tot verschillende ruling relations moreel beraad aantrekken, afstoten en/of accepteren. Goede zorg betekent in deze context dat managers voor henzelf zoeken naar de juiste verhouding ten opzichte van moreel beraad, voor personeel de weg naar moreel beraad vrij banen en voor patiënten bewust omgaan met morele kwesties.

Lees meer over het onderzoek van Renske: Thesis Renske Boekhout: Moreel beraad

Insider perspectives of 'outsiders'

Selma Haverkate

Insider perspectives of 'outsiders'
A phenomenological study on migrant care workers in Italy

Samenvatting

This study aims to gain more insight in the perspectives of migrant elderly home care workers in Italy. In scrutinizing the experiences of these caregivers this research seeks to understand what these experiences mean in terms of good caring, to deliver a contribution to the care ethical field of inquiry.
As a consequence of an aging population and limited social services in Italy, the demand and supply of elderly care are out of balance. An increasing phenomenon is to hire a family assistant; these mainly immigrant women give daily home care and often live-in with the elderly. The data is collected by conducting in-depth interviews and participative observations. An Interpretative Phenomenological Analysis is used to analyse the data.

Family assistants have dynamic positions towards their care recipient, they feel both dependent and in control. Within the caring relationship they try to build, they seem to constantly balance between proximity and distance. It is not always taken into account the family assistants are dependent and vulnerable too. They are attuned with the care recipient but they do not always attune with themselves or receive care themselves. Therefore it is questioned whether this is good care, seen from a care ethical perspective.

Lees meer over haar onderzoek: Thesis Selma Haverkate: Insider perspectives of the outsider

Het Onbesprokene

Mara van Stiphout

Het Onbesprokene
Een zorgethische studie naar de ervaring van brandwondpatiënten

Samenvatting

Brandwonden hebben verstrekkende gevolgen op zowel lichamelijk als psychosociaal gebied. Uit onderzoek blijkt dat bijvoorbeeld vragen rondom intimiteit of cognitieve problemen onvoldoende aan bod komen in gesprekken met zorgverleners (Kool et al., 2017). Tegelijkertijd is aangetoond dat het delen van emotionele ervaringen met anderen de psychologische, fysieke en sociale gezondheid verbetert (Rimé, 2009). Hierdoor ontstaat een knelpunt: de patiënt heeft baat bij het bespreken van gevoelige problemen, maar voelt de ruimte niet om ze bespreekbaar te maken.

Vanuit de zorgethiek kunnen we het onbesproken blijven van bepaalde onderwerpen duiden als een gebrek aan relationele afstemming tussen brandwondenpatiënt en zorgverlener. In het theoretisch kader is daarom binnen de zorgethische literatuur verkend welke factoren deze onderlinge afstemming tussen zorgverlener en zorgontvanger belemmeren of juist bevorderen. Vervolgens is fenomenologisch onderzoek gedaan om zicht te krijgen op de geleefde ervaring van het bespreken van gevoelige onderwerpen van brandwondenpatiënten. Hoewel het ‘onbesprokene’ voor elke patiënt anders is, zijn er overkoepelende thema’s gevonden die deze ervaring kleuren: timing, tijd en ruimte, aandacht, erkenning en kwetsbaarheid.

Het bleek dat de mate waarin de zorgverlener zich openstelde voor de noden van de patiënt hier een grote rol speelde. Daarnaast heeft dit onderzoek twee mogelijkheden bestudeerd om gevoelige onderwerpen beter bespreekbaar te maken: een screeningslijst en lotgenotencontact. Er werd geconcludeerd dat, om goede zorg te verlenen, het van belang is dat zorgverleners aansluiten bij de leefwereld van brandwondenpatiënten en afstemmen op hun behoeften en specifieke context. Alleen door een groter begrip voor de geleefde ervaring kunnen gevoelige kwesties beter bespreekbaar worden; de bevindingen van dit onderzoek kunnen daaraan bijdragen. Tot slot worden er enkele aanbevelingen gedaan om de zorg voor brandwondenpatiënten te verbeteren.

Aandacht voor Pillen of Identiteit?

Nina Hovenga

Aandacht voor pillen of identiteit?
Relatie tussen de specialist ouderengeneeskunde en de familie

Samenvatting

Een zorgethische visie op de relatie tussen de specialist ouderengeneeskunde en de familie in de aanpak en behandeling van onbegrepen gedrag van mensen met dementie in het verpleeghuis.

Het behandelen van onbegrepen gedrag van mensen met dementie door het onjuist voorschrijven van psychofarmaca is ongewenst, omdat dit de kwaliteit van leven van de bewoner vermindert. Om dit helpen tegen te gaan is in de richtlijnen voor de aanpak van onbegrepen gedrag het betrekken van familie opgenomen als een van de acht kernelementen. Echter, in de praktijk blijkt dat familie vaak nog steeds weinig betrokken wordt en als dit wel gebeurt, weten we niet hoe specialisten ouderengeneeskunde dat doen en welke morele kwesties daar in spelen. Dit onderzoek maakt gebruik van een narratieve onderzoeksbenadering, binnen Walkers meta-ethische raamwerk.

De morele kwesties die voor de informanten spelen doen zich voor in een sociale context waarin niet alleen de belangen van de bewoner, maar ook die van de medebewoners en het personeel een rol spelen. In dit spanningsveld zoeken zij telkens weer in relatie met de familie
consensus over hun voorgestelde medicatiebeleid, waarin zij zelf uiteindelijk de doorslaggevende stem hebben. Een goede invulling van familiebetrokkenheid door de informanten in deze context, en misschien ook wel voor specialisten ouderengeneeskunde in vergelijkbare situaties, houdt rekening met afhankelijkheid en kwetsbaarheid en is gericht op het mede vormgeven van de identiteit van de bewoner en de familie zelf, waardoor hun lijden verlicht kan worden.

Balanceren tussen klein en groot

Isa Vels

Balanceren tussen klein en groot. Een fenomenologisch onderzoek naar de geleefde ervaringen van ouders rond een eyetracker screening bij prematuur geboren kinderen

Samenvatting

Dit empirische zorgethische leeronderzoek doet verslag van een interpretatief fenomenologisch onderzoek naar de geleefde ervaringen van ouders rond een eyetracker screening ter opsporing van visuele verwerkingsproblematiek bij hun prematuur geboren kinderen. Hiervoor zijn ouders van drie gescreende kinderen geobserveerd en geïnterviewd. De verkregen data zijn geanalyseerd volgens de methode Interpretative Phenomenological Analysis (IPA). Daarbij staat de volgende vraag centraal: wat zijn de geleefde ervaringen van ouders rond de eyetracker screening ter opsporing van visuele verwerkingsproblematiek bij hun prematuur geboren kinderen en wat betekenen deze ervaringen voor goede zorg rond deze kinderen?

Ouders van prematuur geboren kinderen laten zien hoe ze met de eyetracker screening effectief geraakt worden in onzekerheid en bestaand leed en tegelijkertijd affectief geraakt worden in zorgzaamheid en dienstbaarheid voor hun kind, lotgenoten en zorgverleners vanuit een opgebouwde verwantschap. De affectieve geraaktheid zorgt bij ouders voor een morele respons in hun beslissing tot deelname aan de screening, waarbij het eigen leed ondergeschikt gemaakt wordt aan het belang van hun kind. Hun eigen stabiliteit wordt daarmee tot wankelen gebracht. Deze ervaringen zijn ingebed in een bredere socio-politieke zorgcontext en gaan samen met ervaringen van miskenning en vervreemding. Het tekortschieten van zorgverleners om de behoefte aan aandacht en erkenning bij ouders te herkennen brengt hun stabiliteit verder tot wankelen.

Goede zorg begint met de erkenning dat ouders morele verwanten zijn binnen de cirkel van zorgzame betrokkenheid rondom prematuur geboren kinderen. Dat opent de weg naar aandachtige en responsieve zorg voor deze kinderen en hun ouders waarin ruimte voor het ongewisse is als onderdeel van menselijke uniekheid.

Lees meer over het onderzoek van Isa: Balanceren tussen klein en groot.

De frequentie van betekenis

Johanneke van der Bijl

De frequentie van betekenis
Relationele afstemming in de zorg voor ouderen

Samenvatting

Een zorgethisch responsief onderzoek naar de ervaringen en perspectieven van bewoners en zorgverleners van woongroep Rozemarijn, Accolade Zorg.

Goede verpleeghuiszorg ontstaat niet vanuit algemene en abstracte kwaliteitsrichtlijnen, maar in dialoog tussen bewoners, hun naasten en zorgverleners. Accolade Zorg stelt zich met deze visie tot doel aansluiting te zoeken bij wat voor bewoners van betekenis is voor een goed leven en voor goede zorg. Hoewel de betekenisgeving van bewoners centraal staat, doet het er ook toe wat van betekenis is voor naasten en zorgverleners. Deze verscheidenheid aan perspectieven maakt het afstemmen van zorg tot een meerduidig en spanningsvol proces. Een normatief kader gebaseerd op het principe van eigen regie omvat deze complexiteit onvoldoende. Het begrip relationele afstemming – afkomstig uit de zorgethische theorie – geeft het afstemmen weer als een relationeel, dynamisch en iteratief proces en sluit daarmee beter aan bij de ervaren zorgwerkelijkheid van de betrokkenen.

Met dit onderzoek is getracht zowel het inhoudelijk begrip van relationele afstemming te vergroten als een start te maken met Responsieve Evaluatie om een gezamenlijk leerproces over relationele afstemming binnen de woongroep te faciliteren en ondersteunen. Dit onderzoek toont het belang aan om (expliciet) openheid te geven aan deze verschillen en ze tot uitgangspunt te maken van een gezamenlijke zoektocht naar wat van betekenis is voor goede zorg.

Veerle

Veerle

Jij die mij ik maakt.
Een zorgethische en duo-etnografische zoektocht van een arts en patiënt

Samenvatting

Een zorgethische en duo-etnografische zoektocht naar de posities en perspectieven van een arts en patiënt in de hedendaagse maatschappij.

De laatste decennia waait er een neoliberale wind door de maatschappij, waardoor er in de zorg een grote transitie heeft plaatsgevonden van een klassieke verzorgingsstaat met een ziekenfonds zonder winstoogmerk, naar een participatiesamenleving met gereguleerde marktwerking in de zorg. Ook de relatie tussen de arts en patiënt is drastisch veranderd, doordat patiënten steeds meer als consument beschouwd worden.

De wenselijkheid van deze veranderingen in de zorg staat ter discussie bij patiënten, artsen, politici en wetenschappers. Weliswaar hebben patiënten steeds meer rechten gekregen (door principes als autonomie), maar door veel aandacht voor individualisme, onafhankelijkheid en zelfredzaamheid lijkt er ook een keerzijde te zijn: mensen die kwetsbaar en afhankelijk zijn krijgen geen (of veel minder een) stem. De zorgethiek als opkomende discipline poogt een alternatieve kijk te bieden op dit discours.

In dit onderzoek voerden twee vrienden, een arts en een chronische zieke patiënt, een duo-etnografie uit naar wat het betekent om arts en patiënt te zijn in de huidige Nederlandse maatschappij en wat dit impliceert voor goede zorg vanuit zorgethisch perspectief. Duo-etnografie is een relatief nieuwe onderzoeksmethode waarin twee participanten de culturele context van hun eigen ervaringen onderzoeken door met elkaar in dialoog te treden.

Inherent aan het doen van duo-etnografie is het kritisch reflecteren op de methode zelf en het uitvoeren van duo-etnografisch onderzoek. Deze duo-etnografie was een zoektocht naar gelijkwaardige participatie, die vergeleken kan worden met de asymmetrische zorgrelatie tussen een zorgverlener en een zorgontvanger.

De resultaten toonden een zeer particulier, gelaagd, complex en ambigu verhaal van capabiliteit, kwetsbaarheid, reciprociteit en polyvocaliteit. Dit laat een ander narratief zien dan neoliberale idealen als individualisme, onafhankelijkheid en zelfredzaamheid. Juist aandacht voor het smalle karakter van deze neoliberale idealen kan bijdragen aan goede zorg.

2016

Kwetsbaarheid en kwetsbaar burgerschap in de Franse zorgethiek

Marieke Potma

Kwetsbaarheid en kwetsbaar burgerschap in de Franse zorgethiek

Samenvatting

Kwetsbaarheid heeft geen logica, in het verlengde van een ‘ethiek zonder ontologie’, en baat heeft bij een eigen kritische sponsigheid. Die wordt gekoppeld worden aan de kritische blik van de zorgethiek zelf, steeds reflecterend over de bandbreedte van kwetsbaarheid.
‘Vrijheid, gelijkheid en broederschap’ kan zorgethisch gedacht worden, via de lens kwetsbaarheid, als relationele gesitueerde vrijheid, inclusieve gelijkheid en verbondenheid. Als zorg de zorg voor het behouden en repareren van onze wereld is, is kwetsbaarheid een waardevolle notie om de grenzen van zorg en burgerschap mee te bevragen.

Overleven in de WMO

Sanne Rodenburg

Helden of Hufters
Een zorgethische studie naar morele druk om te mantelzorgen

Samenvatting

In dit fenomenologisch onderzoek (Reflective Lifeworld Research-benadering) is onderzocht in hoeverre ervaren morele druk om te mantelzorgen bijdraagt aan beleven van mantelzorgbelasting als zwaar, en wat dit betekent voor goede zorg voor mantelzorgers.

Er kwam naar voren dat (er)kennen van de eigen grenzen door de mantelzorger als een rode draad door de beleving van  mantelzorgen loopt. De resultaten van het onderzoek zijn onder andere in intuïtieve beeldvorming gepresenteerd en in dialoog gebracht met zorgethische literatuur. Dit heeft geleid tot een aantal aanbevelingen met betrekking tot overheidsbeleid en -communicatie, het betrekken van het maatschappelijke mesoniveau bij zorg voor mantelzorgers, vervolgonderzoek en het wijzigen van de naam ‘mantelzorg’ in een meer neutrale term, zoals ‘naastenzorg’.

Leven geven Betekenis geven

Sophie Albers

Leven geven Betekenis geven
Een verkennende studie naar de betekenis van ritueel rond zwangerschap en bevalling.

Samenvatting

In Nederland is sprake van een steeds verdere medicalisering van zwangerschap en geboorte. Het gemedicaliseerde discours komt met name tot uitdrukking in risicodenken, controleren en interveniëren. De centrale tendens van medicalisering is excorporatie. Kennis over het lichaam wordt geëxternaliseerd en vrouwen worden getraind zichzelf van buitenaf te beleven. Dit heeft consequenties voor de existentiële beleving van vrouwen, omdat de existentiële dimensie met lichamelijke ervaringen verband houdt. Bij zwangerschap en bevalling is dat in extreme mate het geval omdat deze levensgebeurtenissen primair lichamelijk worden ondervonden.

Zwangerschap en bevalling zijn een breukervaring in het leven van vrouwen die vraagt om heroriëntatie. De ongewoonheid van wat het lichaam doormaakt is daarbij betekenisvol. Want de lichamelijke ervaringen zijn van een bijzondere orde (de symbolische orde van de moeder). Kenmerkend daarvoor zijn een rijke, ruimtelijke belevingssfeer; een wisselwerking tussen het lichamelijke voelen en de verbeelding; en ervaringen van verbondenheid.

Ritueel als belichaamde praktijk van betekenisgeving blijkt tegemoet te komen aan de noodzaak tot heroriëntatie én sluit in zijn eigenheid aan bij deze orde. De symbolische orde van de moeder blijkt symbolen aan te reiken die kunnen inspireren tot vorm en inhoud van ritueel. Zodoende kan ritualisering ruimte scheppen voor de existentiële beleving van vrouwen.

Zorgvrijwilligers in een hostice

Jeroen van Egmond

Zorgvrijwilligers in een hospice: niet in principe machteloos, maar uit principe.

Samenvatting

Dat zorgvrijwilligers in een hospice geconfronteerd worden met zaken waar ze geen macht over hebben, lijkt een open deur. Ze kiezen echter zeer bewust om te gaan werken met mensen die lijden en op korte termijn dood zullen gaan. Als iemand er zelf voor kiest, is het gebrek aan macht dan nog machteloosheid? In ieder geval is er in het dagelijks werk van de vrijwilligers genoeg aanleiding om meer aandacht aan het fenomeen machteloosheid te besteden. Dat is ten eerste van belang voor de gasten van het hospice, maar tegelijk ook voor de zorg voor vrijwilligers zelf en draagt bij aan het beter laten zien van het werk dat deze vrijwilligers doen.

In dit fenomenologisch onderzoek is gezocht naar de essentie van machteloosheid bij zorgvrijwilligers, hoe ze ermee omgaan en wat het effect is op het verlenen van goede zorg. Er zijn daartoe door drie interviewers gesprekken gevoerd met zorgvrijwilligers uit twee verschillende hospices in Leiden en Den Haag. De transcripten van negen van deze interviews zijn in deze thesis gebruikt.

Masterthesis Jeroen van Egmond, Zorgethiek en Beleid, Universiteit voor Humanistiek, Utrecht

Perspectieven op Zorg met Ziel

Malene van Schaik

Perspectieven op Zorg met Ziel

Samenvatting

Middels de methodiek Responsieve Evaluatie zijn theoretische en praktische inzichten verkregen in de ervaringen en perspectieven van mantelzorgers, patiënten en verpleegkundigen ten aanzien van ‘Zorg met Ziel’, in het Rijnstate ziekenhuis. 

Belangrijke thema’s die hiermee samenhangen zijn: daadkrachtige en rustige houding, duidelijke communicatie, verantwoordelijkheden, aandacht en relationaliteit. Responsieve Evaluatie blijkt waardevol om inzage te krijgen in de verschillende behoeften, verwachtingen en belevingen van de betrokkenen en een onderling leerproces te faciliteren. Op basis van de resultaten zijn aanbevelingen gedaan en zijn suggesties voor verder onderzoek voorgesteld met onderwerpen die gebaat zijn bij nader onderzoek in de komende jaren.


Othering en actieve solidariteit: exclusie of inclusie?

Jurja Steenmeijer

Othering en actieve solidariteit: exclusie of inclusie?

Samenvatting

De transformatie van de verzorgingsstaat en de actieve rol die van burgers wordt verwacht om voor elkaar te zorgen, roepen vragen op wanneer het gaat over de mogelijke exclusie van bepaalde groepen kwetsbare burgers. De vraag die centraal staat in dit onderzoek is welke ethische betekenis processen van othering in de zorgpraktijken van medewerkers voor dak- en thuislozen hebben en wat dat betekent voor goede zorg.

Othering komt in zorgethische literatuur, volgens de opvatting van Canales, vooral negatief en excluderend naar voren, terwijl zij stelt dat othering ook includerend kan werken. Een confrontatie van de opvatting van Canales en die van zorgethica Joan Tronto die over otherness heeft geschreven, kan een bijdrage leveren aan zorgethische theorieën.

Overleven in de WMO

Kelsey Benning en WimJan Egtberts

Overleven in de Wmo. Wij hebben al genoeg zorgen.

Samenvatting

Een kwalitatief onderzoek naar veranderingen in de maatschappelijke ondersteuning vanuit het perspectief van gebruikers na de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning per 1 januari 2015

Een thematische analyse van meldingen op het meldpunt van Unie KBO, PCOB en Omroep Max over wat thuiswonende ouderen en gebruikers ervaren wat nodig is om het eigen leven te (kunnen) leiden in een veranderende samenleving.

Zelfregie is een meeslepend beeld: regie over je leven voeren is hoog metaforisch. Via kijkramen en concepten als fenomenologie, zelfregie, neoliberalisme, bekommernissen en klacht is de conclusie dat gebruikers van de Wmo de wil hebben tot verbetering van hun situatie waarin steeds sprake is van een wankel evenwicht.

Drie thema’s worden uitgewerkt: aantasting van privacy, (on)balans in de zorgrelatie en claim op verlichting.
De uitkomsten worden gespiegeld aan de doelstelling van ‘de plannen van Van Rijn’ en er wordt kritisch gereflecteerd op de betekenis van deze uitkomsten vanuit zorgethisch gezichtspunt.

Overleven in de WMO

Eva van Reenen

Betekenisvolle ruimte voor inzichten van de zorgethiek binnen de Nederlandse geneeskundeopleiding.

Samenvatting

Deze thesis bouwt voort op de probleemstelling dat artsen soms meer leed toevoegen aan patiënten. De zorgethiek zou een antwoord kunnen zijn op dit probleem, maar dan moeten haar inzichten doorgang vinden in de zorgpraktijk. Een manier waarop dit bereikt zou kunnen worden, is via de geneeskundeopleiding, aangezien deze opleiding – met name de praktische jaren – van grote invloed is op de vorming van artsen.

Middels een verkenning van literatuur die een relatie legt tussen zorgethiek en (medisch) onderwijs, (empirische) literatuur over de geneeskundeopleiding en een zorgethisch empirisch onderzoek (Grounded Theory benadering) onder vijf Utrechtse geneeskundestudenten, wordt gezocht naar eigenschappen van de huidige Nederlandse geneeskundeopleiding die betekenisvolle ruimte voor de zorgethiek binnen de geneeskundeopleiding in de weg zouden kunnen staan.

Betekenisvol wil in dit geval zeggen dat het resulteert in het opleiden van artsen die niet abstract ethisch redeneren, maar in een relationeel afstemmende zorgpraktijk samen bepalen wat het goede is. Zowel onderwijskundige als niet-onderwijskundige uitdagingen – die in de thesis verder uitgewerkt worden – lijken deze betekenisvolle ruimte in de weg te staan.

Zien wat er telt en mee laten tellen

Mireille Fikse

Zien wat er telt en mee laten tellen
Een kwalitatief onderzoek naar het syndroom van Korsakov en waardigheid

Samenvatting

Met dit empirisch kwalitatief en fenomenologisch geïnspireerd onderzoek is getracht meer inzicht te krijgen in de manier waarop familieleden het bevorderen van waardigheid in de zorg voor hun naaste met het syndroom van Korsakov ervaren, ten einde aanwijzingen te vinden deze te waarborgen. Daarnaast beoogt dit onderzoek indirect aandacht te vragen voor het belang van waardigheid en goede zorg voor mensen met het syndroom van Korsakov.

Door middel van drie semigestructureerde interviews zijn de data verzameld. Aan de hand van de ervaringen van familieleden is er inzicht verkregen in een passende uitwerking van waardigheid, en wat dit betekent voor het denken over goede zorg. Vanuit de interviews, analyse, en interpretaties zijn er vier thema’s gevonden: gezien worden, betekenis hebben, zeggenschap hebben en vertrouwdheid voelen. Deze thema’s vormen aandachtsvelden die zorgverleners gevoelig kunnen maken voor het bevorderen en waarborgen van waardigheid in de zorg voor mensen met het syndroom van Korsakov. Daarnaast blijken familieleden van onschatbare waarde. Zij kunnen enerzijds voor zorgverleners een sleutel zijn tot kennis over de patiënt, en anderzijds functioneren als belangenbehartiger van de patiënt.

Wall of Fame thesis Tessa Smorenburg

Tessa Smorenburg

Transgender: kwetsbaar door anders-zijn.
Een kritische discoursanalyse van vier weblogs.

Samenvatting

Een kritische discoursanalyse van vier weblogs van transgenders in transitie van man naar vrouw in Nederland, een zorgethische reflectie op goede zorg en burgerschap.

In de maatschappij zijn we gebonden aan vanzelfsprekendheden over mannelijkheid en vrouwelijkheid en doordat een transgender hiervan afwijkt, hangt er over transgender-zijn een stigma. Daarbij wordt gendervariatie vanaf de 19e eeuw gemedicaliseerd en vanaf 1980 bevindt het zich in de DSM onder de noemer van genderdysforie. In deze thesis wordt goede zorg voor transgenders en hun maatschappelijk positie onderzocht door middel van een kritische discours analyse van vier weblogs van Men-to-Female transgenders.

De schijnwerkelijkheid van gezamenlijke besluitvorming: Fenomenologische casestudy vanuit zorgethisch perspectief naar besluitvorming

Ankana Spekkink & Jasmijn de Lange

De schijnwerkelijkheid van gezamenlijke besluitvorming: Fenomenologische casestudy vanuit zorgethisch perspectief naar besluitvorming

Samenvatting

Steeds vaker wordt er van de patiënt verwacht dat hij zelf gaat kiezen en eigen regie voert. Gezamenlijke besluitvorming lijkt hierin een welkom concept om te komen tot goede zorg. Maar is dit wel zo? Door middel van een zorgethisch, fenomenologische casestudy is er inzicht verworven in de ervaringen van twee patiënten, en diens naasten, waarbij besluiten worden gevormd omtrent behandeling op het moment dat er sprake is van ziekte. Te zien is dat de patiënten in een membraan terecht komen waar rationaliteit niet meer aan de orde is. Er worden geen rationele keuzes gemaakt, iets wat het concept van gezamenlijke besluitvorming binnen de dominante literatuur wel verondersteld en een schijnwerkelijkheid tot gevolg heeft. De onderzoekers pleiten dan ook voor een bredere en relationele kijk op zorgen waarin goed zorgen meer is dan kiezen en het nemen van besluiten.

Lees meer over het onderzoek in het artikel: De schijnwerkelijkheid van gezamenlijke besluitvorming.

Wall of Fame thesis

Tom van Sprang

Het doel van oorlog is vrede;
Een zorgethisch perspectief op de inzet van militaire middelen voor humanitaire doeleinden

Samenvatting

Dit onderzoek is erop gericht een vanuit zorgethiek gemotiveerde bijdrage te leveren aan de actuele discussie omtrent het al dan niet inzetten van militaire middelen voor humanitaire doeleinden. Hierbij wordt met speciale aandacht gekeken naar de relationele meerwaarde en de mogelijke gebreken van het zorgethisch perspectief.
Er is geprobeerd antwoord te geven op de volgende hoofdvraag: Hoe draagt het zorgethisch perspectief bij aan de politieke theorie over internationale betrekkingen, militaire humanitaire interventie en samenlevingsopbouw in vergelijking met het dominante ethisch perspectief dat gericht is op rechtvaardigheid?
Wanneer antwoord wordt gegeven op de onderzoeksvraag betekent dit dat een zorgethisch perspectief de complexiteit blootlegt van internationale betrekkingen, militaire humanitaire interventie en samenlevingsopbouw. De winst zit in het feit dat zorgethiek een ander licht op deze zaken laat schijnen.

Lees meer over het onderzoek in het artikel: Het doel van oorlog is vrede; een zorgethisch perspectief.

2014

Levenseindebesluiten aangaande mensen met verstandelijke beperkingen

Stephanie van Gelder

Levenseindebesluiten aangaande  mensen met verstandelijke beperkingen .
Van Heijst versus de praktijk: een warme aanvulling

Samenvatting

In de gezondheidszorg worden morele dilemma’s vaak benaderd vanuit de principebenadering. Haar principes doen helaas onvoldoende recht aan de complexiteit van levenseindebesluiten in het algemeen en bij mensen met verstandelijke beperkingen in het bijzonder. Er is meer voor nodig om de ongelijke afhankelijkheid tussen arts en cliënt te erkennen, hun gekwetstheid onder ogen te zien en recht te doen aan de uniciteit van de cliënt en diens context. De zorgethische visie van Annelies van Heijst lijkt hier goed bij aan te sluiten.
In deze thesis wordt onderzocht wat de verschillen en overeenkomsten zijn tussen de morele argumentatie van artsen bij levenseindebesluiten van mensen met verstandelijke beperkingen en de zorgethische visie van Annelies van Heijst.

Meer zelfregie in de zorg thuis

Marieke Ter Heerdt

Meer zelfregie in de zorg thuis

Samenvatting

In dit onderzoek ‘Meer zelfregie in de zorg thuis?’ zijn de ervaringen van zorgvragers met afhankelijkheid
en zelfredzaamheid in de zorgbetrekking onderzocht. Daarbij is gekeken hoe zorgvragers het zelf regie
nemen en/of krijgen ervaren. Het empirische onderzoek is vergeleken met delen uit de theorie van Van
Heijst in Menslievende zorg (2005). Het geeft inzicht in het zorgvragersperspectief en levert een bijdrage aan een bestaande discussie over zelfregie in de thuiszorg.

Wall of Fame thesis

Marieke Schoenmakers

Aanraken als eerste en als laatste taal: Literatuurstudie naar het aanraken van mensen met dementie door geestelijk verzorgers

Samenvatting

Geestelijk verzorgers weten vaak niet goed hoe ze pastor kunnen zijn voor mensen met dementie. Jos Hettinga kwam met het voorstel om hen via de “taal van de aanraking” te ontmoeten. Op dit voorstel is deze thesis gebaseerd. Via een literatuurstudie is getracht meer te leren over de mogelijke betekenissen en voorwaarden van aanraken in het pastoraat, specifiek bij dementerenden.

2013

Goede zorg voor ouderen vanuit het perspectief van Vlaamse christen-democratische politici

Bernadette van den Heuvel

Goede zorg voor ouderen vanuit het perspectief van Vlaamse christen-democratische politici

Samenvatting

In dit kwalitatief onderzoek beoogde de onderzoeker bij politici, leden van de christen democratische partij van België, aan de hand van data verzameld met een semi-gestructureerd interview, inzicht te verwerven in wat zij onder ‘goede zorg’ voor ouderen begrijpen, vanuit welk referentie-kader zij het begrip ‘goede zorg’ invullen en wat dit betekent voor de beleidsmatige keuzes die zij zouden maken om ‘goede’ zorg voor ouderen te realiseren.

Ziekte als belevenis - Een zorgethische kritiek op Fred Lee's theaterziekenhuis

Jeannet van de Kamp

Ziekte als belevenis - Een zorgethische kritiek op Fred Lee's theaterziekenhuis

Samenvatting

Door middel van een literatuuronderzoek wordt in deze thesis vanuit verschillende disciplines licht geworpen op het theaterbusinessconcept dat Fred Lee loslaat op de ziekenhuiszorg. De auteur gaat daarmee op zoek naar de inhoud van ‘authenticiteit’ in de theatersetting van Lee’s commerciële ziekenhuisconcept om dit vervolgens te vergelijken met de betekenis van ‘authenticiteit’ vanuit zorgethisch perspectief.

2012

Je zal d'r maar zitten...

Petra de Leede

Je zal d'r maar zitten...: Zorgethisch kwalitatief onderzoek naar het aanleren van goed separeerzorg

Samenvatting

Iedere dag worden in Nederland mensen ingesloten in een kale ruimte, zonder persoonlijke eigendommen, zonder normale kleding en zonder de basale benodigdheden: naar de WC kunnen gaan als je moet, eten wanneer je honger hebt, de vrijheid om te lopen waar je wilt. De aanname dat separeren op korte termijn onderdeel uit zal blijven maken van de zorgpraktijk in de GGZ, maakt dat de vraag naar goede separeerzorg zich opdringt. In deze thesis geeft de auteur een antwoord op de vraag “Wat is goede separeerzorg en hoe kan men die in de GGZ aanleren aan professionals”.

Aandacht in de zorg voor slechtziende kinderen.

Hélène Verbunt

Aandacht in de zorg voor slechtziende kinderen.

Samenvatting

Aandacht is er in verschillende soorten, vormen en maten. In deze thesis is het begrip aandacht verkend, eerst vanuit de literatuur en vervolgens vanuit de beleving van ouders van slechtziende basisschoolleerlingen. De waardering van de door de zorgverlener gegeven aandacht blijkt afhankelijk van de match met de behoefte en verwachting van de ouder. Aandacht is te beschouwen als een vorm van responsiviteit van de professional, ook als niet direct een oplossing voorhanden is. Vanuit dit perspectief is gereflecteerd op twee beleidsnotities van Koninklijke Visio, expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen.

Levenseindebesluiten aangaande mensen met verstandelijke beperkingen

Caroline Zielhorst

Meer dan de som der delen? Een samendenken van menslievende zorg en Lean denken, met als casus de maatschappelijke opvang.

Samenvatting

In de zorg wordt steeds vaker gebruik gemaakt van principes uit andere sectoren, zoals productie. Lean denken is een van die methodieken. Lean is een uit de auto-industrie afkomstig, instrumenteel denkkader, wat beoogt verspilling volledig uit te bannen. Het is de vraag of er nog sprake is van goede zorg als vanuit de Lean principes wordt gewerkt. Ik ben daarom op zoek gegaan naar de mogelijkheid van het samendenken van menslievende zorg en Lean denken. Hoe verhouden zij zich als het gaat om het verbeteren van zorg binnen de woonvoorzieningen van de maatschappelijke opvang?

2011

Een trilemma in een gemelligraviditeit

Germa van de Kamp

Een trilemma in een gemelligraviditeit: Ethische bespiegelingen vanuit verschillende perspectieven

Samenvatting

Aan de hand van een praktijk voorbeeld, een tweelingzwangerschap, waarin lang voor de uitgerekende datum één van de twee kinderen dusdanig in nood komt dat ingrijpen noodzakelijk is, worden de verschillende mogelijkheden voor reflectie op goede zorg in dezen bespiegeld vanuit de medisch-ethische en zorgethische visies.

De rol van empathie in de bevordering van de vaardigheden, die autonomie mogelijk maken. Een zorgethische verkenning.

Nicolette Bosselaar

De rol van empathie in de bevordering van de vaardigheden, die autonomie mogelijk maken. Een zorgethische verkenning.

Samenvatting

In deze thesis is de vraag gesteld of de huidige aandacht voor zelfbeschikking, de zorg heeft vervangen van wat een unieke zieke in zijn of haar kwetsbaarheid en afhankelijkheid echt nodig heeft. Door een literatuuronderzoek is het autonomiebegrip vanuit verschillende gezichtspunten onderzocht aan de hand waarvan een visie is geformuleerd op een respectvolle en persoonsgerichte benadering om autonome vaardigheden tot hun recht te laten komen. Empathie, in de betekenis van inleven in een ander en stilstaan bij diens waarden en hierover communiceren, is hierbij essentieel.

Geven om verder leven : ervaren artsen een spanning tussen ‘care’ en ‘cure’ in de begeleiding van de familie van potentiele orgaandonoren?

Rigo Verhaert

Geven om verder leven : ervaren artsen een spanning tussen ‘care’ en ‘cure’ in de begeleiding van de familie van potentiele orgaandonoren?

Samenvatting

Artsen die potentiële orgaandonoren behandelen zitten in een spanningsveld. Voelen artsen dit spanningsveld en zo ja, hoe gaan zij daarmee om? Dit is het onderwerp van deze thesis. Het eerste deel bestaat uit een theoretische bespreking van het onderwerp. In een tweede deel wordt via een kwalitatief empirisch onderzoek nagegaan of artsen in het werkveld de theoretisch bedachte spanning ervaren en hoe ze er mee omgaan. Tot slot worden enkele beleidsopties geformuleerd en wordt er in een algemeen besluit gereflecteerd op het theoretische deel van de thesis.

Zorgethici en economen in gesprek over een rechtvaardige verdeling van zorg?

Ann De Veirman

Zorgethici en economen in gesprek over een rechtvaardige verdeling van zorg?

Samenvatting

Er is veel beweging in het huidige gezondheidszorgbeleid (denk aan: terugtrekkende overheid, introductie van gereguleerde marktwerking en concurrentie, besparingen). Dat nieuwe beleid, veelal bestempeld als de ‘economisering’ van de zorg, leidt in het publieke debat tot polarisatie. De tegenstelling tussen zorgethici en economen lijkt het grootst. In het eerste deel van deze scriptie wordt onderzocht waar de hindernissen en kansen liggen voor economen en zorgethici om tot een constructieve dialoog te komen over een rechtvaardige verdeling van zorg. In het tweede deel wordt gekeken hoe die dialoog in de praktijk vorm krijgt.

2010 - 2008

Een verfrissende kijk op vermoeidheid : vermoeidheid in de ‘nieuwe fenomenologie’ van Hermann Schmitz.

Marja Houben

Een verfrissende kijk op vermoeidheid : vermoeidheid in de ‘nieuwe fenomenologie’ van Hermann Schmitz.

Samenvatting

Hermann Schmitz is een Duitse filosoof die een nieuwe kijk op de mensheid wil brengen: een wetenschappelijke benadering van de alledaagse ervaring. In deze scriptie wordt Schmitz’ visie op vermoeidheid toegelicht en onderzocht wat het (nieuw-fenomenologische) denken van Schmitz zou kunnen toevoegen aan de manier van kijken naar en omgaan met vermoeidheid in de huidige tijd. Zoals in deze scriptie naar voren komt heeft Schmitz’ visie op vermoeidheid op verschillende punten een toegevoegde waarde bij het kijken naar en omgaan met vermoeidheid in de huidige tijd. Deze meerwaarde is aangescherpt door zijn visie zowel te plaatsen naast een medische benadering als ook naast twee aanvullende perspectieven (beschouwing vanuit de thermodynamica en hardloopervaring).

Autonomie en verstandelijke beperking. Een zorgethische reflectie

Wouter Timmer

Autonomie en verstandelijke beperking. Een zorgethische reflectie

Samenvatting

In zijn in 2011 verschenen boek ‘In andermans handen’ voert (zorg)ethicus Frits de Lange een krachtig pleidooi om autonomie als waarde te behouden in de zorg en zorgethiek. Zijn visie op autonomie verwerpt het bestaan van kwetsbaarheid niet en legt het accent op een ‘zo goed mogelijk herstel binnen de gegeven mogelijkheden’. Dit onderzoek is nadrukkelijk gericht op de uitwerking en toepasbaarheid van autonomie in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Daarbij is de vraag gesteld in hoeverre het autonomieconcept van Frits de Lange van waarde kan zijn in deze specifieke zorgpraktijk. Daarnaast wordt in deze thesis nagedacht over de thematiek van kwetsbaarheid, de pracht van anders-zijn en het kritische tegengeluid van Annelies van Heijst. De thesis wordt afgerond met een eigen visie (voorstel) op autonomie in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.

Presentie en emotie: analyse van presentielogboeken volgens de close readingmethode

Monique Smit

Presentie en emotie: analyse van presentielogboeken volgens de close readingmethode

Samenvatting

In deze thesis wordt aan de hand van logboeknotities van zorgprofessionals onderzocht hoe emoties opkomen, hoe ze beleefd worden en doorwerken in de dagelijkse hulpverleningspraktijk en in het bijzonder die van de presentiepraktijk.  Blootgelegd wordt welke emoties doorklinken met welke intensiteit en de rol en betekenis die zij hebben in presentiebeoefening. Emoties omvatten een besef van wat waardevol is en de wezenlijke waarde van goed beheerde emoties is hun verbindende kracht.

Van tellen naar vertellen en terug: handelingsonderzoek naar een andere verantwoording van de Dagcentra Palliatieve Zorg Vlaanderen.

Frank Willeme

Van tellen naar vertellen en terug: handelingsonderzoek naar een andere verantwoording van de Dagcentra Palliatieve Zorg Vlaanderen.

Samenvatting

Met dit handelingsonderzoek willen de dagcentra palliatieve zorg Vlaanderen een verantwoording opzetten die én voldoet aan de eisen van de overheden én duidelijker in beeld brengt welke baten palliatieve patiënten en hun naasten hebben bij opvang in een dagcentrum.