3 minuten

3 reacties

Om te voorkomen dat ik in mijn eentje worstel met onzekerheid en angst geef ik hier en daar aan dat er weer snel een chemo aankomt. Ik wil niet ‘te zielig’ doen en zeg dat het mild is en in verhouding is dat ook zo. Toch ben ik ongerust. Mijn dochter is nu 14. Ik moet nog wel even ‘mee’.

Geen infuusdagen deze keer. Maar ook geen einddatum. Ieder dag een pil ‘totdat het niet meer werkt’. Met opgewekte tegenzin start ik, het doel is immers om meer energie te voelen, om de kanker weer terug te drukken.

Na drie dagen ‘kuur’ voel ik mij beroerd.  Zere armen en benen. Ik heb moeite met dagelijkse dingen en rol als een hoogzwangere vrouw mijn bed uit terwijl ik de pijn verbijt. Als ik mij even krab is mijn huid blauw.

En ik ben moe. Heel moe.

Onderhand probeer ik door te gaan. Met werk, bestuur en ouderraden. Met boodschappen, koken, met alles. En vooral als moeder.

Maar het is een worsteling.

Misschien omdat ik pijn heb.

Misschien omdat ik moe ben.

Misschien omdat ik weer bang ben.

Ik trek mij het gebrek aan medeleven erg aan.

Uitstorten

De tranen zitten hoog als ik met mijn lief FaceTime. ‘Toen die-en-die zijn arm ernstig  blesseerde kreeg hij een fruitmand thuisgestuurd en iedereen vroeg hoe het met hem ging. Niemand vraagt iets aan mij, alleen of ik een extra taak wil doen.

En bij een andere groep sluit ik online aan omdat ik aangeef vanwege de net gestarte chemo even niet te willen ontmoeten en niemand vraagt aan mij hoe het gaat.

En…’

Ik stort mijn hart uit 

Hij laat mij praten en zegt na een tijdje; ‘Oké, paarlen voor de zwijnen.

Maar heb je zelfmedelijden?’

Ik schrik ervan. Gatver. Ja. Ik vind mijzelf zielig. 

Om mij minder eenzaam te voelen wilde ik delen dat ik weer een onzekere tijd inging, maar door gebrek aan empathische reacties voel ik mij juist nog eenzamer.

Maar zelfmedelijden helpt niet.

Kanteling

Ik besluit dat ik mijn verdriet mag voelen. Dat het een zegen is dat ik mijn hart bij mijn lief mag uitstorten. En dat ik moet doorgaan. Net als vorige keer.

Dan bedenk ik mij wat ik wel heb. Een dak boven mijn hoofd in een land zonder oorlog. En sommige parels zijn voor de zwijnen verloren geraakt, maar ik krijg ook mooie parels toegeworpen. Zoals mijn lief die echt luistert maar niet mee-zwelgt.

Dan raak ik het hangertje om mijn hals aan dat ik van mijn ‘nieuwe schoonzusje’ kreeg voorafgaand aan de chemo, vol liefde en positieve energie.

Je kunt niet àlles hebben

Maar dat heb ik wel.

Swanny Kremer

Een artikel van


3 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Beste Swanny,
Wat weer een mooie column heb je geschreven. Mooi voelt tegelijk zo misplaatst omdat je niet over zoete, opgewekte bloemige situaties schrijft, als je begrijpt wat ik bedoel. Maar ik zeg toch graag mooi. Want je reikt, mij althans, een herdefiniëring van zelfmedelijden aan, je schrijft: ‘ik besluit dat ik mijn verdriet mag voelen.’ En ik voel iets in me oplichten en dan valt me in: ja, dat! dat precies is de positieve herformulering van zelf-medelijden: Je zelf toestaan en erkennen dat je lijden er mag zijn. Dus niet het lijden is mooi, maar de ruimte die je ervoor creëert is mooi. Misschien is zelfmedelijden dus juist heel goed als anderen om wat voor reden dan ook de ruimte er niet voor hebben mee-lijden te geven.
Tegelijk geef je met deze column een woord terug met een hernieuwde klank. Dankjewel.
En ik wens je óók heel veel bloemigs toe.

Lieve Swanny
Vindt het wel raar dat niemand vraagt hoe het met je is. Het een soort van negeren 🙁
Natuurlijk heb je veel. Je lief, je schoonzusje en nog veel meer. Maar toch….
Nou, bij deze. Hoe gaat het met je? 😉 met een stevige knuffel erbij.

En we hebben allemaal wel eens zelfmedelijden hoor. Zolang je er weer bovenop komt is dat okee. Even zo’n huil dag weet je wel. Je hebt nogal wat op je bordje.

Lieve groet,
Anneke

Anneke, wat een lieve reactie. Dank je wel. Je kunt de reactie ‘bedenken’, maar jij stuurt hem ook op. Doet mij goed 🙂 Swanny