4 – 5 minuten

2 reacties

Ik ken hem van zijn brede glimlach die anderen ook tot glimlachen aanzet. Dat zie je niet vaak, hier in de kliniek. We lopen samen een stukje op door de lange gangen. Hij duwt de ‘postkar’ en ik sjouw met een paar nieuwe planten voor ons kantoor. “Het zou mooi zijn om hier weer kunst te zien hangen”, zeg ik terwijl we door de gang lopen die normaal dienst doet als galerie. Hij kijkt mij van opzij aan en zegt: “Ik zie niets.”

“Echt niet?”, vraag ik verbaasd. Zijn glimlach is ver te zoeken als hij zegt: “Ik zie alleen mijn toekomst”. Onderhand houd ik klungelend met de planten weer een deur voor hem open en hij manoeuvreert de postkar er doorheen. “Hoe ziet die er dan uit?”, vraag ik hem terwijl we rechts af zijn geslagen. Hij blikt mij van opzij aan en zegt: “Vrijheid.”

Vrijheid

Ondanks zijn joggingbroek heeft deze man in alles het ‘aura van een heer’. “Wat is vrijheid dan voor u?”, vraag ik hem. Ik ben echt benieuwd naar zijn antwoord merk ik bij mijzelf. De heer denkt na en zegt: ”Kiezen met wie je om wilt gaan, je veilig voelen, geborgen.” Ik knik en zeg: “Ja, dat is belangrijk” en bedenk hoe vanzelfsprekend deze dingen voor mij zijn. Ik schaam mij haast een beetje dat ik mijn zegeningen niet vaker tel. Hij drukt op het knopje voor de lift en ik neem de grote trap naar beneden.

Beperking

Ik ben eerder beneden aangekomen en ik houd de deur voor hem open. “U heeft op mij gewacht”, zegt hij haast verbaasd. “Ons gesprek was toch nog niet afgelopen?”, zeg ik en glimlach naar hem. Zijn grote glimlach komt weer op zijn gezicht terug. “Hoe is dat dan hier voor u? U woont hier samen met mensen die u zelf niet heeft uitgekozen”, vraag ik hem. “Moeilijk”, zegt hij, en hij vervolgt: “Ik zou met deze mensen nooit omgaan als ik zelf kon kiezen. Ik ben geen crimineel. Ik heb één grote fout gemaakt en daar boet ik voor. Iedere dag.”

Ik knik terwijl we door de lange gang onder de parkeerplaats lopen. Het is er kouder dan in de rest van de kliniek en die kou past wel bij dit moment in het gesprek. “En voelt u zich geborgen, veilig?”, ga ik verder. De glimlach is weer verdwenen als hij zegt: “Nee, ik mis mijn familie, mijn vrienden. Met de mensen ‘hier binnen’ ga ik netjes om, maar ik wil ze nooit meer zien als ik weer vrij ben.”

We zijn aan het eind van de gang gekomen, hij gaat met de lift omhoog terwijl ik de trap neem. We nemen kort afscheid als we beiden weer boven zijn. Ik probeer om wat bemoedigende woorden te delen maar het moment is voorbij. We gaan ‘ieder ons weegs’. Terwijl ik de planten even verderop op mijn bureau neerzet kan ik niet anders dan nadenken over dit gesprek. Het voelt wat beklemmend.

Nadenken

“Mevrouw, mevrouw”, hoor ik als ik een paar dagen later de kliniek weer inloop. Ik zie ‘mijn meneer’ weer met een grote grijns op zijn gezicht in tegenovergestelde richting lopen met zijn jas aan. “Dat u laatst naar mij luisterde en geïnteresseerd was vond ik fijn.” Ik kan niet anders dan naar hem terug grijnzen. “Als we elkaar weer tegenkomen, praten we dan verder,” vraagt hij, “over wat vrijheid is? Ik heb er verder over nagedacht” vervolgt hij terwijl wij beide doorlopen. Ik knik en zeg: “Graag!” en steek mijn duim omhoog.

De ijzeren deur valt tussen ons dicht. Ik denk bij mijzelf: “Nadenken is ook vrijheid”, en voel mij veel beter bij dit afscheid.

Een artikel van


2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alexandra in ‘t Hout

Na het lezen van je artikel heb ik ook iets om over na te denken Swanny. Over dingen in mijn leven die zo vanzelfsprekend zijn, zo ‘gewoon’ dat ik er niet eens over denk…..

Een goed gesprek met mensen in beperking kan duurzaam zijn. Ook al is t een kort gesprek of gebaar, want het draagt bij aan motivatie en dag bezinning!
IGV, Faiz