's Heeren Loo / foto: Hessel Rienstra

5 – 6 minuten

0 reacties

Tijdens de coronacrisis veranderde er veel in Nederland. Ook voor mensen met een licht verstandelijke beperking. Onderzoekers van de Universiteit voor Humanistiek spraken met bewoners van woongroepen en mensen die begeleiding krijgen bij werk of dagbesteding. Ook familieleden en begeleiders werd gevraagd naar hun ervaringen om te begrijpen waar zij mee te maken kregen. In dit artikel staat in heldere taal wat we gevonden hebben.

Voor mensen op een woongroep zorgde corona voor veel veranderingen. Aan het begin van de crisis mochten zij familie en vrienden niet zien. Ook konden ze niet naar dagbesteding. Het was vaak lastig om iedere dag weer te bedenken wat te doen. Niet iedereen vond de activiteiten leuk die op de woongroepen werden georganiseerd. Het was druk op de woningen, omdat iedereen thuis was. Veel deelnemers voelden zich eenzaam. Bij deelnemers die zelfstandig wonen, kwam de begeleiding de eerste maanden niet meer over de vloer. Beeldbellen voelde minder persoonlijk. Ook was het lastig om over privédingen te praten via de computer.

Ervaringen delen

Sommige deelnemers vertellen dat ze het moeilijk vonden om te begrijpen wat er precies aan de hand was. Ook vonden sommigen de regels lastig. Zij hadden het gevoel dat niets meer mocht. Anderen hielden zich bezig met hobby’s. Iedereen deed zijn of haar best om bezig te blijven. Zo leerden sommigen bijvoorbeeld om online gesprekken te houden. Op woongroepen sprak men vaak meer met andere bewoners en begeleiding. Ook maakten sommigen filmpjes om hun ervaringen te delen.

Veel deelnemers vertellen dat ze gehoord willen worden. Zo vertelde iemand dat ze soms het gevoel had dat ze vergeten werd. Zij zegt: “Ik wil ook graag dat mensen weten dat het voor ons net zo zwaar was als voor mensen in de verpleeghuizen. En soms nog wel zwaarder, want sommige mensen met wie ik woon, snappen het helemaal niet.”

Familie moest veel loslaten

Voor familie was de crisis ook moeilijk. Zij moesten kiezen of ze hun familielid in huis wilden nemen toen woongroepen dichtgingen. Een moeder die hiervoor koos, vertelt dat het fijn was om haar kind thuis te hebben. Maar het was ook intensief om steeds samen te zijn.

Andere familieleden die meededen aan het onderzoek konden hun familielid niet in huis nemen. Zij mochten de eerste maanden van de crisis niet meer op bezoek komen. Zij misten hun familielid en konden minder goed zien hoe het met hem of haar ging. Een moeder zegt dat ze het afstand houden lastig vond: “Ik moest als ouder heel veel loslaten.” Familieleden (video)belden veel. Toen dat weer mocht, brachten ze ook soms kaarten of eten langs. Op die manier wilden ze laten zien dat bewoners niet alleen waren.

Familie voelde zich soms machteloos. Sommigen hadden het idee dat er niet zo goed naar hen werd geluisterd. Aan het begin van de crisis misten ze soms inspraak. Ook wilden ze dat er meer gekeken wordt per persoon. Een moeder vertelt: “Ik denk wel dat er meer gekeken moet worden naar de mensen om wie het gaat en hun familie. Dat je het samen probeert te doen. Het gaat ook om vertrouwen. Dat de begeleiding vertrouwt dat wij ook goed de regels volgen.”

Werk werd anders voor begeleiding

Voor begeleiders veranderde er veel in hun werk. Zij moesten bewoners vaak herinneren aan de regels. Zij hadden soms het gevoel dat ze voor politieagent moesten spelen. Een begeleider vertelt dat dit moeilijk was: “We willen ervoor zorgen dat iedereen gezond blijft. Maar we willen ook dat bewoners blij zijn. In ons werk kijken we naar wat er kan. Dat was heel lastig tijdens de crisis.”

Ook mocht begeleiding niet meer zomaar dicht in de buurt komen van bewoners. Hierdoor was het soms moeilijk om troost en steun te bieden. Een begeleider zegt: “Het is best lastig om te weten wanneer je wel die knuffel mag geven.”

Corona uitleggen was soms ook moeilijk. De situatie veranderde steeds. De begeleiding wist ook niet alles over het virus. Ze deden hun best om goed voor iedereen te zorgen. De begeleiding vertelde bewoners dat de crisis ook weer voorbij zou gaan. Ze deden samen leuke dingen. Een begeleider vertelt: “Je bent op elkaar aangewezen. Je moet het samen doen.”

Iedereen telt mee

Tijdens corona lag veel stil. Nu alles weer begint, is het belangrijk dat iedereen weer mee kan doen. We moeten daarbij ook kijken naar de impact van de crisis op mensen met een beperking. Het is belangrijk om te luisteren naar de verhalen van ervaringsdeskundigen. Veel deelnemers in dit onderzoek vertellen dat ze afstand voelen tot de samenleving. Ze voelen zich soms vergeten. Aan het begin van de crisis gingen woningen op slot. Ook konden werk, dagbesteding en vrijwilligerswerk niet altijd doorgaan. Deelnemers hadden minder vrijheid en er was minder ruimte voor ontwikkeling. Nu de samenleving steeds meer opengaat, is het belangrijk om te kijken wat deze groep nodig heeft. Om iedereen echt mee te laten doen, is het belangrijk dat er aandacht is voor de ervaringen en ideeën van mensen met een beperking, hun familie en hun begeleiders.

Benieuwd naar meer verhalen? Lees het verslag. Lees ook het persbericht en het volledige onderzoeksrapport.

Dit onderzoek is uitgevoerd met financiële steun van ZonMw. ’s Heeren Loo en Buro ErvaringsKracht van Cordaan hebben geholpen bij de uitvoering van het onderzoek. 

Een artikel van


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.