Thesis Max Bloem: “Radicalising Caring Democracy: A Conceptual Inquiry into Aesthetic and Agonistic Political Theory and Epistemic Hegemony and its Relevance for a Political Care Ethics”

Author: Geen reacties

Wie ben je?
Ik ben Max Bloem, en ik ben in de zomer van 2021 de master Zorgethiek en Beleid afgerond aan de UvH. Naast deze studie ben ik ook bezig met de European Master in Health Economics and Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit van Bologna.

Wat is het onderwerp van je thesis en hoe kwam je tot deze keuze?

In het academisch jaar 2020-2021 ben ik aan de eerdergenoemde studies begonnen. Het viel mij op dat, alhoewel de onderwerpen elkaar vaak raakten, de manier waarop er naar deze onderwerpen werd gekeken sterk verschilde. Dat is natuurlijk niet vreemd, aangezien de twee studies verschillende onderzoeksvragen en -doelen voor ogen hebben, en verschillende wetenschappelijke methoden gebruiken. Zo zoekt zorgethiek (vaak) naar het ‘goede’ binnen een specifieke zorgpraktijk, terwijl gezondheidseconomie meer bezig is met de efficiënte ordening van zorg. Maar ik kwam er gaandeweg achter dat de oorsprong van deze verschillen ook terug te herleiden was tot de filosofische fundamenten van beide disciplines, waaronder de ontologische, epistemologische en methodologische aannames. Zo wordt er binnen de gezondheidseconomie voornamelijk gewerkt vanuit een post-positivistisch positie. Binnen deze stroming in de wetenschapsfilosofie wordt gesteld dat er een objectieve waarheid bestaat, maar dat we die als onderzoekers alleen kunnen benaderen, en niet absoluut kunnen kennen. Verschillende filosofen binnen deze stroming zien de natuurwetenschappen als ideaal, en stellen dat sociale wetenschappen zich moeten modelleren naar de natuurwetenschappelijke standaarden en methoden. Een resultaat van deze wetenschapsfilosofie is het vertrouwen in, en het veelvuldige gebruik van, kwantitatieve methoden. Verschillende zorgethici zijn kritisch op deze visie op wetenschap, bijvoorbeeld op het atomistisch individualisme waar post-positivistisch onderzoek vaak vanuit gaat. Dit atomistisch individualisme stelt dat het individu centraal, terwijl zorgethici juist stellen dat de relaties tussen individuen primair relevant zijn.

Alhoewel er binnen deze academische contexten vaak genuanceerd gedacht wordt over de verschillen tussen soorten onderzoek en de kennis die daaruit voor komt, merkte ik tegelijkertijd dat dat buiten die bubbels vaak anders was. Zo worden verschillende vormen van kennis, bijvoorbeeld bevindingen uit post-positivistisch wetenschappelijk onderzoek enerzijds en ervaringskennis anderzijds, verschillend beoordeeld en behandeld in de politieke arena, en dit gebeurt niet louter op epistemologische, maar ook op politieke gronden. Verschillende beoordelingen en behandeling van deze soorten van kennis zijn niet problematisch per se, maar de gronden waarop onderscheid wordt gemaakt moeten bevraagd en bekritiseerd worden in een democratische samenleving, des te meer omdat in de huidige politieke praktijk (wetenschappelijke) kennis vaak wordt gebruikt als legitimering van beleid. Daarnaast was het studeren ten tijde van de coronapandemie, waarin om de haverklap met wetenschappelijk onderzoek werd geschermd om concurrerende, en soms tegengestelde, beleidsvoorstellen te verdedigen, een belangrijke impuls om deze politieke situering van kennis verder te onderzoeken.

Dit onderwerp had kunnen leiden tot een empirische studie naar het gebruik van kennis in de politieke reactie op de coronapandemie, bijvoorbeeld door een narratieve analyse uit te voeren met betrekking tot het gebruik van wetenschap in de coronadebatten, persconferenties, en andere politieke uitingen. Toch heb ik besloten om op conceptueel niveau aan de slag te gaan, om zo de intellectuele bouwstenen te construeren om de politieke situering van kennis te begrijpen vanuit zorgethisch perspectief.  

Hoe sluit je onderzoek aan bij zorgethiek?
Alhoewel ‘de zorgethiek’ niet bestaat, zijn er veel zorgethici die zich bezighouden met de politieke context van zorg en de staat van onze democratie. Een in het oog springend voorbeeld is Joan Tronto, die zowel in Moral Boundaries als in Caring Democracy politiek beschouwt vanuit zorgethisch perspectief, en vice versa. Maar ook andere zorgethici, waaronder Fabienne Brugère, Sophie Bourgault, Jorma Heier, en Merel Visse, behandelen de (ramificaties van) zorgethische visies op de politiek. Mijn thesis bouwt voort op de inzichten van deze zorgethici, maar stelt vragen bij hun focus op deliberatie en consensus, en doordenkt de zorgethiek vanuit een ander politiek theoretisch perspectief. Deze focus op consensus en deliberatie achtte ik problematisch, aangezien deliberatieve theorieën van democratie vaak de mogelijkheid van een universele rationele consensus veronderstellen, en de waarschijnlijkheid van het bereiken van een consensus wel erg optimistisch inschatten. Alhoewel ik niet claim dat universele consensus altijd onmogelijk is, stel ik dat het in veel gevallen onwaarschijnlijk is, zeker wanneer het morele vragen betreft. Voor zorgethici zou dit niet als een verrassing moeten komen, omdat juist zij vaak benadrukken dat morele kennis sociaal geconstrueerd en belichaamd is, wat als gevolg heeft dat verschillende mensen en groepen verschillende ‘waarheden’ kennen. Een mogelijk gevolg van zulke verschillende waarheden is (politiek) conflict. In dit onderzoek probeer ik ruimte te maken voor de mogelijkheid (en waarschijnlijkheid) van zulk (moreel) conflict binnen de politieke zorgethiek.

Hoe heb je dit onderzocht?
Tijdens mijn preliminaire literatuuronderzoek kwam ik erachter dat voor een kritische beschouwing van het idee dat kennis politiek gesitueerd is, ik uit conceptuele bronnen moest putten die ik nog niet vaak tegen was gekomen in de zorgethische literatuur. Ik kwam uiteindelijk terecht bij twee politiek theoretici, Chantal Mouffe en Jacques Rancière. Deze filosofen zijn beide kritisch betreffende de huidige staat van democratieën, en alhoewel ze verschillende analyses en uitkomsten poneren, vinden ze elkaar in de problematisering van depolitisering. Met depolitisering bedoelen deze auteurs het fenomeen dat contemporaine democratische regimes ‘het politieke’, dat wil zeggen conflict over macht en politieke subjectiviteit, onderdrukken. Aangezien een conceptuele studie wetenschappelijke nauwkeurigheid vereist heb ik veel tijd besteed aan het uitwerken van het werk van deze schrijvers, om na te gaan waar ze overeenkomen, waar ze verschillen, en hoe ze door te denken zijn in de context vanuit de politieke zorgethiek. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een conceptuele uiteenzetting van agonistische en esthetische visie op politiek vanuit zorgethisch perspectief, om daarmee ruimte te creëren voor vormen van kennis binnen de politieke arena die traditioneel ondergesneeuwd of onderdrukt zijn, zoals ervaringskennis. Deze visie is agonistisch, omdat het de rol van conflict binnen politiek benadrukt, en esthetisch, omdat het zich richt op de rol die politiek speelt in de mate van waarneembaarheid van politieke subjecten.

Wat zijn voor jou de meest verrassende bevindingen?
Toen ik begon aan deze thesis was het voor mij nog niet duidelijk of het werk van Mouffe en Rancière waardevol zou kunnen zijn voor een zorgethische visie op politiek. Deze theoretici focussen zich vooral op ideale theorieën en minder op empirische onderbouwingen voor die theorieën, terwijl een pilaar van de zorgethiek de dialectische relatie tussen theorie en praktijk betreft. Daarnaast leek de focus van Rancière en Mouffe op strijd, ‘dissensus’ en exclusie op het eerste oog niet te stroken met de dominante filosofische fundamenten binnen de zorgethiek, zoals de zorgende mens en de focus op, onder andere, de noodzaak van luisteren en discussiëren. Maar na het lezen (en continu herlezen) van veel van het werk van beide filosofen kwam ik erachter dat een esthetische en agonistiche visie op politiek de politieke zorgethiek zeker zou kunnen verrijken, omdat deze visie oog heeft voor de onmogelijkheid van totale consensus, en de problemen voor deliberatieve theorieën van democratie die daaruit volgen. Daarbij schept deze visie op politiek ook expliciet ruimte voor niet-dominante kennisvormen, waar ik onder andere de zorgethiek en haar bevindingen onder schaar, in de politieke arena. Desalniettemin is deze thesis verkennend van aard, en zal er meer conceptueel én empirisch onderzoek nodig zijn om deze zorgethische visie op politiek op waarde te kunnen schatten.

Max Bloem

Masterstudent Zorgethiek en Beleid

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *