5 – 7 minuten

3 reacties

De felicitaties zijn binnen en het feestje is gevierd. Je hebt de Master Zorgethiek en Beleid succesvol afgerond. Maar dan? Thijs van Westrienen vertelt in de serie Leven na de ZeB hoe het verder ging nadat het masterdiploma was ingelijst.

Wie ben je en wat je is achtergrond?

Ik ben Thijs van Westrienen, 31 jaar en sinds 2020 alumnus Zorgethiek en Beleid of, misschien wel beter, zorgethicus. Voor mijn studie werkte ik ruim acht jaar als maatschappelijk werker bij o.a. het Leger des Heils. Momenteel werk als beleidsadviseur zorg en maatschappelijke opvang voor de gemeente Rotterdam. Naast mijn werk geef ik ook training aan volwassenen in Krav Maga, een vorm van zelfverdediging. Daarover vertelde ik tijdens de Dies Natalis van de UvH in 2020 al.

Wat was de reden dat je de master Zorgethiek en Beleid bent gaan doen?

Tijdens mijn deeltijdstudie maatschappelijk werk heb ik een minor bestaansethiek gevolgd. Op deze manier kwam ik onder meer in aanraking met het werk van Joan Tronto en haar fasen van zorgen. Dit wekte mijn interesse in het kijken naar zorgpraktijken als een voortdurend proces. Iets wat veranderlijk en niet eindig is. Ik vroeg me vervolgens af wat dit in mijn eigen praktijk zou betekenen.

Na 2 jaar fulltime werken als zorgcoördinator merkte ik dat er bij mij frustraties waren, of beter gezegd: er schuurde waarden die ik bij mij draag, over de regels en geregeldheid van zorg binnen de Wet maatschappelijke opvang (Wmo). In 2015 had net de transitie (decentralisatie) van de maatschappelijke opvang plaatsgevonden en iedereen leek zich opnieuw te moeten oriënteren op hoe we mensen helpen en wat dat mag kosten. Ik in mijn werk dat steeds krappere financiële middelen de discretionaire ruimte verkleinde die je als normatieve professional hebt om eigen besluiten te nemen. Voor je bezinnen op wat belangrijk is voor zorg was nog maar weinig plek in het urenprestatiemodel van de zorg. Beleidsteksten stonden vol met mooie woorden over de maatschappelijke zorg, maar de realiteit bleek in de chaotische praktijken van zorg vaak anders en minder gelikt. De machtsverhouding tussen burgers, overheid en professionals was naar mijn ervaring te scheefgegroeid. Praktijken laten zich niet volledig door een beleidsdocument omschrijven en vanaf het bureau als zorgcoördinator merkte ik dat mijn invloedsmogelijkheden strandden bij signalering. In deze positie kon ik op individueel niveau soms van betekenis zijn, maar na een geslaagd zorgtraject kwam er dan weer een nieuw persoon met soortgelijke problematiek waarin instellingen weer dezelfde missen hadden gemaakt. Ik begon de institutionele oorzaken achter zorgproblemen te zien. Daar ontstond mijn wens directer bij te dragen aan de beleidsvorming van gemeente Rotterdam, terwijl de modder van praktijk nog aan mijn schoenen zat.

Ik vroeg me vervolgens af: ‘hoe kom ik eigenlijk aan de kennis en de positie om vanuit praktische inzichten bij te dragen aan de ontwikkeling en positionering van maatschappelijke zorg aan dak- en thuisloze personen?’ Ik herinnerde mij iets van een universiteit dat zich bezighield met vragen over goede zorg. Zodoende ging ik op zoek en kwam ik terecht op de website van UvH.

Ik schreef mij in voor de pre-master na een open dag en introductiecollege van prof. dr. Carlo Leget, dr. Merel Visse en dr. Alistair Niemeijer. Tijdens deze open dag was ik blij dat de vakgroep Zorgethiek lastige thema’s zoals (kinder)euthanasie, voltooid leven en herpositionering van zorg als politiek thema wilde en durfde te onderzoeken.

Waar ging je afstudeerthesis over?

Ik heb kwalitatief onderzoek gedaan naar het concept ‘zelfredzaamheid’ in het Rotterdamse beleidsdiscours rondom de Wmo en wat dit betekent voor goede zorg. Mijn onderzoek kenmerkt zich als een zogenaamde discoursanalyse. Met mijn thesis heb ik gepoogd verborgen waarden en ideologieën achter zelfredzaamheid zichtbaar te maken. Zo blijken er in de Wmo en het daaraan gekoppelde beleid impliciet en expliciet ideale burgers en afhankelijke burgers te bestaan. Afhankelijkheid wordt als iets problematisch omschreven. Zelfredzaamheid is het toverwoord voor het al dan niet toekennen van zorg. Daarnaast viel het mij op dat zelfredzaamheid in deze teksten niet alleen de vraag om ondersteuning of zorg probeert te rechtvaardigen, maar ook met directe bewoordingen een plicht oplegt aan burgers om zelfredzaam te zijn. Ik stel daarom voor een andere benadering te onderzoeken, meer te kijken naar regievoering en wederzijdse afhankelijkheid.

Wat heeft deze studie jou gebracht?

Een heleboel vragen. Dit is natuurlijk het ZeB-alumni cliché dat er is, maar dat heeft ook een reden. Je manier van denken en het stellen van vragen worden scherper, anders van toon. Ik had ideeën en vragen voordat ik startte met de studie, maar na de studie leerde ik deze vragen anders te benaderen; ze te onderzoeken vanuit verschillende perspectieven en ook betekenis van verschillende waarden daarin te betrekken. Deze inzichten hielpen bij het denken over de vraag: Wat is van waarde, hoe willen en hoe kunnen we dit betrekken in de vormgeving van zorg? Antwoorden op deze kwestie laten zich soms theoretisch presenteren, maar staan ten alle tijden in de verbinding met de praktijken van zorg, waar zorg zich tussen mensen, hun omgeving en tijdsgeest laat ontwaren.

Kan je wat meer vertellen over jouw werkzaamheden na de master ZeB?

Sinds 2021 werk ik als beleidsadviseur voor de gemeente Rotterdam. Een rol die naar mijn mening laat zien dat ook beleid een zorgpraktijk is. De functie bevindt zich te midden van allerlei belangen, doelgroepen, plannen, (politieke) idealen en behoeften vanuit zorgaanbieders en burgers die ondersteuning nodig hebben. Het werken voor de gemeente legt bloot hoe dit alles met elkaar relationeel verweven is. Bij deze gemeente kom ik ook andere alumni van ZeB tegen met wie ik samen verschillende vormen van zorgethisch denken en onderzoeken kan gebruiken in de oriëntatie op het steeds veranderende zorglandschap en de taal die daarmee gepaard gaat. De kritische en constructieve vragen die de studie mij heeft leren stellen, zijn hierbij een belangrijke bron van inspiratie.

Een artikel van


3 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Els van westrienen

Duidelijk verwoord van een doorgaande zoektocht in het werk naar verantwoorde zorg maar zonder dat de regie de cliënt wordt ontnomen. Zelfs gestimuleerd wordt
Ddlldue opnieuw te nemen en in staat gesteld wordt daarbij hulp te vragen van gekwalificeerde mensen.

Herbert Habets

Beste Thijs,
Ik heb met zeer veel interesse jouw bijdrage gelezen! Ik ben erg benieuwd naar de inhoud van je afstudeerthesis. Wat mij fascineert, is dat we met hetzelfde onderwerp bezig zijn. Althans in grote lijnen. In de Verpleegkunde wordt ook sterk de nadruk gelegd op zelfredzaamheid, autonomie en vormen ‘kwetsbare ouderen’ een doelgroep, maar in mijn klinische praktijk en tijdens mijn onderwijs- en onderzoekactiviteiten heb ik het gevoel dat we ergens iets over het hoofd zien. Ik ben in toenemende mate geïnteresseerd in wat de begrippen ‘afhankelijkheid en wederkerigheid’ in de verpleegkundige zorgrelatie kunnen betekenen. Ik ben dus erg nieuwsgierig naar jouw afstudeerthesis! Ik hoop van je te horen!