2 minuten

0 reacties

Uiteindelijk was hij dan dood. Jong weliswaar maar aan de koffietafel waren we het erover eens dat hij tenminste van zijn ellende was verlost, dat meer leed was voorkómen en dat er geen verdrietige achterblijvers waren. Dokters hanteren zo nu en dan een checklist hoe-erg-is-het. Hij was een eenzame man die weinig voor zichzelf vroeg, kind noch kraai had en langzaam in zijn woninkje versukkelde. Een fatale val doorbrak zijn dagelijkse saaie routine en uiteindelijk belandde hij in een verpleegtehuis. De drukte aldaar kostte hem meer moeite dan het herstel van zijn gebroken heup. Helaas traden er vele complicaties op en ontluisterend stierf hij na enkele maanden in het verpleegtehuis.

Via een brief van de verpleeghuisarts kreeg ik hierover bericht. Geheel onderaan de brief las ik: Hij overleed in aanwezigheid van veel familie. Hoezo veel familie? Al die jaren nooit iemand gezien noch gehoord. Waren ze uit op zijn erfenis? Voelden zij zich schuldig? Was het berouw of was het rouw? Hoezo veel familie? Ik merkte dat ik in de valkuil trapte dat eenzame mensen zielig zijn. Dat zij het slachtoffer zijn van een vijandige en onwillige omgeving.

Opeens herinnerde ik mij dat hij mijn visites eigenlijk nooit op prijs stelde, altijd narrig, het liefst op zichzelf. Hoe kan het dat hij zo eenzaam was met zoveel familie? Zou hij zijn familie altijd buiten de deur hebben gehouden? Hield zijn familie wel van hem maar wilde hij niet dat zij van hem hielden? Had zijn familie pas toegang tot hem ná zijn dood?

Zijn eenzaamheid was een gewilde eenzaamheid, hij was niet in staat gebleken een uitgestoken hand aan te nemen. Alsnog werd op de checklist “verdrietige achterblijvers” aangevinkt.

Een artikel van


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.