5 – 7 minuten

2 reacties

Vanaf het begin van de coronacrisis is er veel te doen geweest over mondkapjes: hebben ze nut of niet en zo ja voor wie? Vooral voor anderen of toch ook voor jezelf? En zoals bij wel meer onderwerpen in deze tijden, leidde het mondkapje internationaal tot veel discussie en verschillende afwegingen. In sommige landen werd vrijwel meteen besloten tot een algehele mondkapjesplicht, terwijl in andere landen meer afwachtend werd gereageerd. Zoals bekend werd het nut van mondkapjes in Nederland door het RIVM openlijk in twijfel getrokken en bestond de vrees dat er bij verkeerd gebruik meer nadelen dan voordelen aan zouden zitten. Ook leefde er bij het RIVM het idee dat mensen de overige regels minder zouden naleven, doordat ze zich door het mondkapje al voldoende beschermd zouden voelen. Toen het mondkapje na ruim een half jaar coronacrisis toch werd ingevoerd, bleef dit dan ook gepaard gaan met veel discussie, twijfel en onduidelijkheid.

door: Sara Dekking

Maar ook in bijvoorbeeld de VS ging de invoering van het mondkapje niet zonder slag of stoot. Daar werd gedacht dat andere communicatie over nut en noodzaak van mondkapjes veel gedoe had kunnen schelen: nu werd vooral de nadruk gelegd op het beschermen van anderen, door het verminderen van de overdracht van het virus. Niet iedereen ervoer dit echter als een goede reden en daarmee als een te grote inbreuk op hun keuzevrijheid, waardoor veel weerstand ontstond tegen het dragen van een mondkapje. Het idee van deskundigen was dat als in plaats daarvan was gewezen op de bescherming voor jezelf (wellicht met enige overdrijving), mensen misschien wel overtuigd waren geraakt van het nut van het dragen van een mondkapje. De discussie over mondkapjes gaat hiermee dus over de spanning tussen solidariteit en vrijheid en over de vraag waarom we wel of niet zouden luisteren naar de regels die door de overheid ingesteld worden. Daarmee staan mondkapjes symbool voor de grotere, overkoepelende discussie over het coronabeleid, de zinvolheid daarvan, de rol van wetenschap en kennis en wat we als burgers als acceptabele maatregelen beschouwen.

Minder bij de wereld horen

Als we er met een zorgethische blik naar kijken, gaat het gebruik van mondkapjes op een dieper niveau ook over onze beleving van de werkelijkheid en van onszelf. En daarmee over onze relatie tot andere mensen, over ‘de ander en ik’: hoe ervaren we elkaars aanwezigheid, hoe zien we onze medemens? Op een hele basale manier komt dit doordat het niet altijd direct duidelijk is wie je voor je hebt, mensen simpelweg lastiger te verstaan zijn, en ook het lezen van gezichtsuitdrukkingen een flinke opgave wordt. Hierdoor worden andere mensen minder herkenbaar ‘als mens’, wat kan leiden tot een gevoel van verwijdering en vervreemding. Zo merkte ik toen de mondkapjesplicht net was ingevoerd dat ik meer wegkeek van voorbijgangers op straat, geen oogcontact maakte en meer afstand hield. In tegenstelling tot de verwachting van Jaap van Dissel, ging ik me door het mondkapje juist beter aan de anderhalve meter houden. Hierbij speelt ook mee dat het soms voelt alsof ikzelf ‘minder bij de wereld hoor’ dan als mijn gezicht gewoon open en bloot is voor wind, water en zon. Door het mondkapje kan het daarnaast lastiger en daardoor ongemakkelijker zijn om de aanwezigheid van anderen te erkennen; iets wat je anders vanzelf doet via een glimlach of andere subtiele mimiek in het gezicht, is nu onzichtbaar geworden onder het mondkapje.

Op de operatiekamer

Ook uit ons onderzoeksproject Zorgzaam uit de crisis naar de impact van het coronabeleid op vier groepen in kwetsbare posities, blijkt dat mondkapjes opvallende effecten kunnen hebben. Als onderdeel van dit onderzoek heeft collega Adrienne interviews afgenomen bij mensen met een licht verstandelijke beperking. Hieruit blijkt dat mondkapjes voor hen ook een ingrijpende invloed hebben op hoe ze zichzelf en hun omgeving beleven. Zo ontstond er bij een vrouw een gevoel van onbehagen in het contact met haar begeleiders, omdat ze niet kon zien wat er echter dat masker gebeurt, of mensen hun tong uitsteken bijvoorbeeld. Dat verborgene gaf haar een onzeker gevoel. Ook gaf ze aan dat als haar begeleiders met maskers op en pakken aan bij haar op bezoek kwamen, het voor haar net leek alsof ze in een operatiekamer van een ziekenhuis was. Dat was voor haar een heel vervreemdende ervaring, omdat je zoiets niet verwacht als je in je eigen huis zit. Ze voelde zich hierdoor meer een zieke patiënt dan een cliënt van haar zorginstelling. Een andere vrouw voelde zich net een crimineel die gezocht werd als ze een mondkapje op had, alsof ze iets misdaan had. En tegelijkertijd werd ze angstiger en wantrouwender naar haar medemensen. Als ze stond te wachten op de tram, was ze steeds bang dat iemand een pistool tevoorschijn zou halen en op haar zou richten (wat zou kunnen komen doordat het bedekken van het gezicht doet denken aan boeven of misdadigers). Een gevoel van veiligheid en bescherming was bij haar op dergelijke momenten in ieder geval ver weg.

Een stukje stof met twee elastieken

Bovenstaande illustreert het meer algemene punt van de huidige crisis, dat we in het omgaan met Covid-19 te veel op medische effectiviteit zitten, en de ervarings- en betekenisdimensie van keuzes en maatregelen over het hoofd zien. Hierbij vind ik het interessant dat een in essentie klein stukje stof met twee elastiekjes eraan zoveel bij mensen los kan maken en hoeveel het blootlegt over onze onderliggende waarden, angsten, wensen, behoeften en overtuigingen. En hoe bepalend deze effecten zijn voor ons gevoel van ‘menszijn’ en daardoor voor onze omgang met elkaar. Dit vervreemdende aspect van het dragen van een mondkapje wordt nogal eens over het hoofd gezien, terwijl het volgens mij een cruciale factor is in ons gevoel van onderlinge verbondenheid. En dat is weer iets waar de afgelopen anderhalf jaar enorm veel druk op is komen te liggen, Met als gevolgd de verdeeldheid die nu overal in onze samenleving aanwezig is.

Een artikel van


2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.