6 – 8 minuten

0 reacties

Deze casus verscheen eerder in het Tijdschrift voor Geneeskunde en Ethiek (2011, nr.2). Op het verhaal van de arts-assistent reageren achtereenvolgens een klinisch geriater, een ziekenhuisjurist en een ethica (Inge van Nistelrooij). Hieronder vindt u de casus en het ethisch commentaar.

Uit de praktijk

Als arts-assistent klinische geriatrie kom ik dagelijks in aanraking met ouderen die lijden aan cognitieve stoornissen. Op mijn vrije dag was ik voor een boodschap bij een audicien in een grote stad in Nederland. Toen ik binnenkwam stond er een dame op leeftijd aan de balie. Zij had recent een hoorapparaat gekocht, maar wist niet goed hoe dat werkte. Gaandeweg haar winkelbezoek ontstond grote verwarring. Zo stelde ze bijvoorbeeld de audicien achter de balie vijf maal dezelfde vraag.

Tijdens het gesprek haalde ze voortdurend de apparaten uit haar oren, waardoor de communicatie steevast misliep. Bovendien viel het me op dat ze sommige vragen die ze had, enkele minuten later weer ontkende. Op een gegeven moment kwam de chauffeur van een bestelbus laaiend de winkel binnen. De hardhorende dame bleek haar auto vlak achter zijn bus geparkeerd te hebben, waardoor hij zijn lading niet kon lossen. Navraag bij haar leverde weinig op, mevrouw vond het haar recht daar te parkeren en de chauffeur moest maar even geduld hebben totdat zij klaar was.

Ondertussen stonden er meerdere klanten hoofdschuddend toe te kijken. Hoe kan deze hardhorende en hardleerse vrouw nog veilig autorijden? Omdat ik me als geriater in opleiding aangesproken voelde en me mede verantwoordelijk voelde voor haar veiligheid en die van andere weggebruikers, besloot ik actie te ondernemen. Nadat de dame de winkel had verlaten, heb ik me voorgesteld als arts en de audicien gevraagd om de gegevens van de huisarts van deze vrouw. Na enig aarzelen, gaf ze me naam en telefoonnummer.

Pas later kwamen er vragen. Had ik de audicien naar de gegevens van de dame mogen vragen, zonder de vrouw zelf in te lichten? Mag ik, terwijl ik geen enkele behandelrelatie met mevrouw heb, over haar spreken met haar huisarts? Ik heb mevrouw tien minuten gezien. Mag ik hier op baseren dat zij geen auto meer kan rijden? In de praktijk van de klinische geriatrie neemt zo’n vaststelling veel meer tijd in beslag. Mogelijk wordt door mijn ingrijpen haar rijbewijs ingenomen, waardoor ik haar ernstig beperk in haar vrijheid.

Ethisch commentaar

Professionele zorgverleners zijn gewend te observeren en daarnaar te handelen. Het is hen in de opleiding en in de praktijk met de paplepel ingegoten. Ook deze arts-assistent is van het daadkrachtige type. Hij beziet de situatie en zodra hij het ziektebeeld denkt te herkennen, denkt hij: ‘Actie!’ Blijkbaar vond hij de situatie zó ernstig dat hij meende contact op te moeten nemen met de huisarts van de vrouw.

Misschien speelt hier ook het ‘what if’-spook van de verantwoordelijkheid een rol: wat als ik niets doe? Wat kan haar allemaal niet overkomen als er niet íemand is die hier…. En daarom moet ik…. Zo kunnen we het onszelf moeilijk maken, en daarbij anderen beschadigen.

Bemoeizorg

De balans tussen enerzijds de betrokkenheid van de zorgverlener op het welzijn van de patiënt en anderzijds de autonomie van de patiënt is een vast thema in de ethiek. Met name de zorgethiek benadrukt het belang van aandachtige betrokkenheid van de zorgverlener, die zich niet lichtvaardig mag verschuilen achter contractuele overeenkomsten, noch de autonomie van de patiënt als stoplap voor ieder moreel probleem mag beschouwen.

Ook zorgethiek vindt autonomie belangrijk, zodat mensen ongewenste zorg van zich af kunnen houden. Maar ze heeft ook oog voor autonomie die tot last is, een dure plicht om je zorg te organiseren, in een situatie van nood en afhankelijkheid. Zorgethiek erkent deze spanning. Ze wijst de uitersten af, waarin óf de zorgvrager het alleen uitzoekt, óf de zorgverlener de zorg bepaalt. Ze benadrukt wederzijdsheid en onderlinge afstemming. Tegemoetkomende, aanhoudende, volhoudende, bekommerende zorg is goed, zolang deze ook als adequaat bevestigd wordt door degene die zorg nodig heeft.

‘We know best’

De arts-assistent is toevallig getuige van een situatie in een publieke ruimte, voelt zich ‘als geriater in opleiding’ aangesproken en ‘mede verantwoordelijk voor haar veiligheid en die van andere weggebruikers’. Zijn verantwoordelijkheid is echter misplaatst, want wat weet hij nu eigenlijk? Hij meent een ziektebeeld te herkennen, maar louter gebaseerd op deze kortdurende situatie. Mag hij daaruit afleiden dat deze mevrouw een gevaar is voor zichzelf en anderen? Ik dacht het niet.

Iemands rijstijl is niet af te lezen aan het toevallig geparkeerd staan. Iemands veiligheid, voor zichzelf en anderen, is niet af te lezen aan iemands communicatievaardigheden. Iemands recht op respect is niet te bepalen door af te gaan op iemands eigengereidheid, aanpassingsvermogen of omgang met hoorapparaten. Sterker, het is een enorme overschatting van zijn deskundigheid.

Artsen, ook assistenten in opleiding, moeten zich grondig realiseren dat zij deskundig zijn op het vlak van ziekte, maar niet op het vlak van persoonlijkheden. Deze mevrouw was misschien altijd al eigenwijs en moeilijk in de communicatie, lapte misschien altijd al maatschappelijke regels aan haar laars, vond over het algemeen dat anderen maar op haar moesten wachten, en haatte misschien altijd al apparaten en kon er niet goed mee overweg. De arts zetelt niet op de troon om hierover te oordelen en moet daar ook niet op willen zitten.

Over de schreef

Niet alleen meent de arts-assistent te weten wat het beste is, hij gaat vervolgens schromelijk over de schreef. Zijn handelen duidt niet op kennis, maar eerder op een gebrek daaraan. In elk geval een gebrek aan wijsheid. Wijs was geweest om in geen geval te zwichten voor de afkeurende druk van omstanders, maar tegenwicht te bieden aan hun overhaaste en verstrekkende afkeuring.

Wijs was ook geweest om niet met een beroep op je titel andermans persoonsgegevens af te troggelen. Omdat je arts bent heb je toch niet het recht om ieders persoonsgegevens op te vragen? De audicien was wijs geweest door zich niet te laten pressen om privé-informatie prijs te geven, maar om deze mevrouw met respect te behandelen en haar als volwaardig te zien. Misschien lastig, misschien verwarrend, maar eerst en vooral iemand met een hoorprobleem waar rustig naar gekeken moet worden. Zonder afkeurende blikken, met rust, vriendelijkheid, voorkomendheid en respect. Dat lijkt hier geenszins het geval.

De consequentie kan zijn, dat als je je als oudere in de openbare ruimte niet conformeert, toevallig aanwezige artsen achter je rug om gaan ingrijpen in je leven. Het lijkt mij dat de arts-assistent, de audicien en de omstanders zich eens

Nawoord

De arts-assistent heeft de huisarts van mevrouw gebeld en de situatie geschetst. Deze was blij dat de arts-assistent belde. Overigens gaf de huisarts aan niet te denken aan een dementiële ontwikkeling, wel aan een zeer eigenwijze 89-jarige dame, die situaties niet goed meer kan inschatten. De huisarts wil dan ook een CBR rijtest aanvragen voor mevrouw.

Een artikel van


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.