4 – 6 minuten

0 reacties

Is het  wel of misschien juist niet wenselijk dat cliënten en naasten bij een moreel beraad zijn waar een morele kwestie van een zorgverlener wordt besproken? Gaat het toepassen van dwang bij cliënten gepaard met morele vertwijfeling bij zorgverleners, en hoe gaan zij hier mee om? Hoe gaat schoonmaakpersoneel werkzaam op een gesloten psychiatrische afdeling om met calamiteiten en welke zorg is er voor hen?

Samenwerking Master Zorgethiek en Beleid met Arkin

Deze vragen werden door drie studenten van de Master Zorgethiek en Beleid onderzocht in het kader van hebben hun afstudeerthesis. Arkin, een grote specialistische ggz-instelling met ruim 70 locaties in Noord-Holland en Utrecht had de studenten uitgenodigd empirische onderzoek te doen in hun organisatie. Zij houden zich al lange tijd bezig met ethische kwesties. Al sinds 17 jaar is er een commissie Ethiek in de organisatie en zij werken zij structureel met gespreksmethodieken zoals Moreel Beraad. En zij organiseren regelmatig webinars in hun organisatie over ethische kwesties. Het doen van onderzoek naar (zorg)ethische kwesties gebeurt echter nog beperkt binnen Arkin. Om die reden heeft de organisatie de masteropleiding Zorgethiek en Beleid van de Universiteit voor Humanistiek benaderd met de vraag of studenten mogelijk geïnteresseerd zijn om kleinschalig onderzoek voor hun thesis uit te voeren in hun organisatie. Drie studenten gingen op dit aanbod in. In overleg met leden van de commissie Ethiek zijn mogelijkheden en interesses uitgewisseld, waardoor de onderzoeksonderwerpen zowel aansloten bij onderwerpen die de studenten aanspraken als waar de organisatie behoefte aan had.

Moreel beraad en veiligheid voor zorgverleners

Student Iza Spuijbroek deed onderzoek naar hoe zorgverleners de aanwezigheid van cliënten en diens naasten in een moreel beraad ervaren en wat er nodig is om daarin voldoende veiligheid voor zorgverleners te waarborgen. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat het niet wenselijk is om algemene afspraken te maken over participatie van cliënten en naasten in een moreel beraad. Per situatie dient dit afgewogen te worden. Als het voor een zorgverlener of voor de client en/ of naaste te kwetsbaar voelt, is het niet wenselijk. Wel stelt Spuijbroek, dat het ten alle tijde van belang is dat het perspectief van cliënten en naasten meegewogen wordt in het moreel beraad. Dat kan bijvoorbeeld door een vertegenwoordiger aan te wijzen die de client en/ of diens naasten goed kent.
Lees de thesis van Iza Spuijbroek hier.

Dwang bij zorg

Julian de Groot, die naast de studie ook werkzaam is als groepsleider in de forensische psychiatrie, wilde graag onderzoek doen naar het eventuele ongemak dat zorgverleners in de ggz kunnen ervaren bij het toepassen van dwang ondanks dat dit mogelijk ook een vorm van goede zorg kan zijn. In overleg met Arkin werd gekozen om zorgverleners in de ambulante verslavingszorg te interviewen, omdat daar relatief weinig dwang voorkomt en zij het mogelijk extra ingewikkeld kunnen vinden indien dwang nodig wordt geacht. De Groot ging onderzoeken of en hoe deze zorgverleners morele vertwijfeling ervaren, welke behoeftes zij hierbij hebben en of zij zelf hier eventueel ook zorg bij nodig hebben. Opvallend was dat de geïnterviewden bij het werken met dwang minder morele vertwijfeling ervaarden als het besluit tot dwang eenmaal weloverwogen was genomen, maar dat het wel speelde voorafgaand aan die besluiten. Het is dan ook van belang, benadrukt De Groot, om zorgverleners voldoende bij te staan bij morele vertwijfeling. Dit kan bijvoorbeeld door ruimte te creëren voor het morele gesprek, waarin zorgverleners met elkaar twijfels en emoties kunnen delen.
Lees de thesis van Julian de Groot hier.

(na)zorg voor schoonmaakpersoneel

Tot slot deed Tom van der Heijden onderzoek naar de ervaringen van schoonmaakpersoneel op een gesloten setting in de ggz met calamiteiten. Eén van de bevindingen was dat de schoonmakers zich nauw betrokken voelen bij het wel en wee van de cliënten en moeite doen om het leven van de cliënten draaglijk te maken. Hun ‘zorgwerk’ wordt niet altijd gezien. Ook blijkt dat zij maar beperkt ondersteuning krijgen in hoe om te gaan met calamiteiten. Van der Heijden adviseert de organisatie dan ook om (meer) stil te staan bij wat de schoonmaker aan ‘zorg’ te bieden heeft, en de (na)zorg rondom calamiteiten voor schoonmaakpersoneel te verbeteren.
Lees de thesis van Tom van der Heijden hier.

Blik op de toekomst

Arkin heeft aangegeven blij te zijn met de opbrengsten van de thesisonderzoeken van de studenten. De resultaten worden in de organisatie op verschillende plekken gedeeld. Gezien de positieve uitkomsten is afgesproken om de samenwerking te continueren en voor het komende jaar opnieuw studenten van de Master Zorgethiek en Beleid uit te nodigen hun empirische onderzoek te komen doen in hun organisatie.

Een artikel van


0 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *