Screenshot

8 – 11 minuten

0 reacties

Het is 4 december, James Thompson, bevlogen theatermaker, zorgethisch practitioner en onderzoeker, is afgereisd naar Utrecht om ons (Zebbers, alumni, docenten en studenten van de Graduateschool) een interactieve en inspirerende gastles te geven. Hij komt dit keer niet vanuit Manchester, zijn homebase, maar vanuit Leiden, waar hij net een twee maanden durende Residency aan de Leyden Academy heeft afgerond. James schreef tijdens de lockdown in 2023 zijn inspirerende en meest recente boek: ‘Care Aesthetics, for artful care and careful art’ en brengt een schat aan ervaring met zich mee, waar hij het vandaag met ons over zal hebben. 

Lachend komt James het lokaal binnen. Hij is enkele minuten te laat en heeft rode konen van het snelwandelen. Grappend vertelt hij, dat hij tot aan de dag ervoor, lovend was over het Nederlandse openbaar vervoer. Nu had hij echter een uur vertraging te pakken. Na twee maanden Residency was zijn ‘OVbeginners-luck’ blijkbaar opgebruikt. Enthousiaste begroetingen, schoudergeklop en korte bijklets volgt, waarna James plaats neemt aan een tafel voor in het lokaal en iedereen hartelijk welkom heet. Het gaat vandaag niet alleen over Care Aesthetics: esthetische zorg en zorgzame esthetiek, maar ook over kunstzinnige zorg en zorgzame kunst… Want esthetiek blijft nog steeds een moeilijk definieerbaar begrip, waarbij de interpretatie kan blijven hangen in;  ‘dat iets er uiterlijk mooi uitziet’ zoals James eerder al heeft beargumenteerd in het interview met Martin Robb in de Careful Thinking Podcast serie. Maar esthetiek is groter en ruimer dan dat.

Geraakt, begeisterd en toegewijd

James neemt ons mee in een korte introductie over het ontstaan en de ontwikkeling van zijn werk. Hij vertelt over de theaterprogramma’s die hij jarenlang deed met gevangenen in Engeland en Brazilië, waarin thema’s als drugsgebruik, geweld, hiv, aids en mensenrechten centraal stonden. Het werk van de regisseur Augusto Boal (bekend als de grondlegger van ‘Theatre of the Oppressed’) inspireerde hem hierbij.

Ook vertelt hij over hoe een impactvolle gebeurtenis en het herstelproces wat daarop volgde, nieuwe inzichten over esthetiek en zorg bij hem aanwakkerden. Tijdens een project in een van de conflictgebieden waar hij werkzaam was (een project over vrouwenrechten in Congo), vond op een gegeven moment een gewelddadig incident plaats, waarbij meerdere collega’s gedood en verwond raakten. Zijn collega en vriend; Antoine Muvunyi, was in zijn arm geschoten en moest naar de UK worden gebracht voor een operatie. Antoine sprak echter geen Engels. James ging mee en Antoine verbleef tijdens zijn revalidatie bij James’ familie. James en zijn vrouw vergezelden hem naar zijn therapiesessies. Door hun aanwezigheid tijdens de sessies, viel het James en zijn vrouw op, hoeveel schoonheid zij zagen in de manier waarop Antoines fysiotherapeute Antoines arm, hand en vingers bewoog en trainde. De aandacht, afstemming, bewegingen, subtiliteiten… “we both talked about it as ‘beautiful’”. Dit wekte James interesse: ‘zorg als schoonheid’… het zaadje voor een nieuw onderzoeksveld was geplant.

James’ visie op zorg

James is zorg gaan zien als een belichaamde, zintuiglijke en fysieke praktijk: een ambacht, dat gebaseerd is op relaties en interpersoonlijke verbindingen. Hij stelt dat wanneer we zorg bekijken door een esthetische of kunstzinnige lens, het zichtbaar wordt dat zorg kenmerken heeft van een geoefend esthetisch vakmanschap. In die zin heeft zorg volgens James iets van een kunstvorm, juist omdat zij zo zorgvuldig ontwikkeld, onderhouden en verfijnd wordt. James formuleert de volgende premisse (vertaald in mijn eigen woorden):

“Wanneer we aandacht besteden aan de esthetiek van zorg, kijken we door zowel een ‘kunst-lens’ als een ‘belichaamde en zintuiglijke praktijk-lens’ naar de verschillende elementen van zorg. Dit perspectief kan bepaalde aspecten van zorg zichtbaar maken, die anders onopgemerkt blijven. Het kan leiden tot diepere inzichten en laten zien hoe zorg verbeterd, verfijnd of verrijkt kan worden.”

Vanuit dit inzicht is James gaan onderzoeken wat het betekent om zorg te benaderen als een esthetische praktijk. Hij doet dit nu onder andere samen met een collega-onderzoeker; John Keany, een professor Mental Health Nursing uit Manchester.

Nieuwe projecten – Artful Care en ontwikkeling van archetypes

James deelt met ons dat hij op dit moment nieuwe projecten en onderzoeken aan het starten is, waarbij hij wil kijken naar ‘artful care’ in verschillende (sociale)zorgtakken zoals neonatale zorg, palliatieve zorg, de interactie tussen design & zorg, en de zorg rond neurodivergentie en zintuigelijke praktijken. Hij gaat op zoek naar (de ontwikkeling van) een soort ‘archetypes’ waarmee we de taal rond zorgesthetiek kunnen onderzoeken en uittesten.

Ter illustratie leest hij een stukje voor over een van de archetypes die hij aan het ontwikkelen is, waarin hij al observerend spreekt over een gebied aan de binnenkant van je arm, ter hoogte van je elleboog, waar in de spreektaal geen naam voor bestaat; the antecubital fossa (medische benaming).

Het lijkt een beschouwende, associatieve en wat poëtische benadering, die doordrenkt is van indrukken en ervaringen, die als het ware ingeprent zitten in het lichaamsdeel en een palet aan diverse gevoelens met zich meebrengen. Een benadering die ook kijkt naar de ervaring van het onderzochte in relatie tot (en in interactie met) zijn omgeving en in relatie tot (en in interactie met) andere lichamen, in verschillende momenten in de tijd, omdat de indrukken uit de verleden- en toekomstig ingebeelde tijd ook van invloed zijn op de huidige beleving.

Kortom (vertaald in mijn eigen woorden); “Wij die ervaren, hebben een lichaam dat zich bevindt in tijd en ruimte en in relatie tot de dingen om ons heen, dat geeft ons bepaalde zintuigelijke input, die wij interpreteren (veelal op basis van eerdere ervaringen) en dat kleurt onze huidige beleving”.

In actie – lijf, afstemming en theater

Na deze mooie bespiegelingen worden we aan het werk gezet. We gaan ervaren door te doen. Eerst mogen we in duo’s bespreken hoe wij onze ervaringen van een ‘mooie’ en een ‘nare of lelijke’ infuus-ervaring zouden omschrijven, en ontleden welke ingrediënten het nou mooi of lelijk maakten.

Vervolgens worden alle tafels aan de kant geschoven en gaan we als duo’s ook de fysieke interactie aan, in de vorm dat de één zijn/haar/hun hand vijf centimeter voor het gezicht van de ander houdt en door het lokaal heen gaat bewegen. De ander moet de hand blijven volgen (hoog, laag, scheef, snel, langzaam, vooruit, achteruit…) en de afstand tussen de hand en het gezicht gelijk proberen te houden. Een leuke oefening, er wordt flink gelachen. Daarna doen we met twee, drie of vier mensen, alsof we samen een fictieve bal vasthouden die niet mag vallen, en laten deze door het lokaal heen bewegen. Het is de bedoeling dat we voelen, ervaren, observeren, afstemmen, zorg dragen en samenwerken. En dat alles op een speelse manier, zonder druk.

Voor de laatste oefening worden we in vier groepen verdeeld en krijgen we de opdracht van James om een stoel gezamenlijk op een zo mooi of zorgzaam mogelijke wijze naar de andere kant van het lokaal te brengen. Waarbij we allemaal de stoel aanraken en deze de grond niet mag raken. Dit resulteert in absurdistische leuke presentaties, die met veel aandacht uitgevoerd worden en waarin veel te zien is. Het is interessant om naar de samenwerking te kijken en naar de vertaling of invulling van het woord ‘beautiful’ of ‘careful’, maar ook de om de lach en de speelse ontspanning waar te nemen, die de oefeningen met zich meebrengen.

Het is opvallend hoe energiek en aanwezig iedereen blijft en dat mensen door het zien van de interpretaties van anderen op nieuwe ideeën of associaties komen. Kortom, het was een mooie middag en dit smaakt naar meer. Let’s play.




Achtergrond

James Thompson is hoogleraar toegepaste theaterwetenschappen & sociaal theater aan de Universiteit van Manchester. Hij wil het verbindende, helende (en dus zorgzame) potentieel van de kunst onder de aandacht brengen en de schoonheid, ofwel de esthetiek en kunstzinnigheid van zorgpraktijken onderzoeken. Van de kennis die voortkomt uit deze exploratie, kunnen zijns inziens zowel de kunst als zorg baat hebben. Door zijn jarenlange theaterwerk in gevangenissen (10 jaar) en het organiseren en uitvoeren van kunstprojecten in conflictgebieden (15 jaar) is James’ kennis doorwrocht en belichaamd.

In 1992 kreeg zijn kennis ook een letterlijke ‘body’, in de vorm van een locatie waar kunstenaars, hulpverleners en onderzoekers konden samenkomen; door het opzetten van het TiPP Centre. Het TiPP Centre ontwikkelt participatieve kunstprojecten in gevangeniscontexten. Later, in 2004 werd ook In Place of War opgericht. Dit is een wereldwijde organisatie die artistieke creativiteit inzet en stimuleert op plaatsen die blootstaan aan langdurige conflicten en geweld, zoals in Congo, Rwanda en Pakistan.

Sinds enkele jaren geeft James samen met Réka Polonyi, Kate Maguire-Rosier,Jenny Harris, Rosheen O’Hanlon en Elise Imray Papineau leiding aan het Care Lab, dat voortgekomen is uit het Care Aesthetics onderzoeksproject aan de Universiteit van Manchester. Het Care Lab is een organisatie die kunstzinnige, creatieve zorg onderzoekt en zorgzame gemeenschappen helpt bouwen. Dit werkwordt mogelijk gemaakt door de vele onderzoekers en externe medewerkers die aansluiten. Hij schreef diverse boeken als hoofd en co-auteur.


Een artikel van


0 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *