Wachten duurt altijd lang

Author: Geen reacties

Onderzoeker/student: Magda Wallenburg
Titel:  ‘Wachten duurt altijd lang’.

Samenvatting van een klein veldonderzoek in het kader van het vak Veldverkenning en veldonderzoek, ZEB 2012, onder begeleiding van prof.dr. Anne Goossensen.

Een verkenning naar tijdsbeleving bij bewoners die wachten op hulp en de invloed daarvan op de zorgrelatie tussen bewoner en medewerker. Het onderzoek kent als doel: het verzamelen van kennis over de tijdsbeleving van bewoners die wachten op hulp van medewerkers. Onderzoeksvraag was: Op welke manier ervaren bewoners het begrip ‘lang wachten’ en wat heeft dit voor invloed op de zorgrelatie?

Met behulp van de grounded theory methode is naar antwoorden gezocht. Bij dit type kwalitatief onderzoek zijn 3 vormen van gegevens verzameling belangrijk: observeren, interviews en documentenanalyse. Voor dit onderzoek is gekozen om een focusgroep interview te houden. De focusgroep bestond uit 6 personen uit een zorgcentrum in Breda met klachten over lang wachten op hulp. De gesprekken tijdens het focusgroep interview zijn opgenomen op tape en getranscribeerd. Daarna geanalyseerd Door herhaaldelijk te luisteren en de teksten te herlezen werd gezocht naar de rode draad om van daaruit een theoretisch concept te ontwikkelen. De analyse van de getranscribeerde teksten werd ondersteund door de aantekeningen van de tweede onderzoeker.

Resultaten: vormen van mismatch

  1. Bewoners hebben het gevoel dat de medewerkers zich niet realiseren wat de mate van afhankelijkheid voor een bewoner betekent.
  2. Bewoners vinden dat medewerkers te weinig met hen communiceren.
  3. Medewerkers kijken niet naar de situatie, maar werken de volgorde van de oproepen af en misen urgentie.
  4. Het is niet goed dat bewoners de druk van de medewerkers voelen.
  5. Het expliciet of impliciet veroordelen van bewoners door te zeggen dat ze lastig of vervelend zijn, dat kan niet.
  6. Wanneer medewerkers bij bewoners komen die niet mogen doen, wat er gevraagd wordt, zoals het zwachtelen van benen of het brengen van iemand naar het toilet, wordt de wachttijd onnodig verlengd.
  7. Een aardig woord en een vriendelijk gebaar hoeft geen tijd te kosten.

Interpretatie m.b.v. sensitizing concepts: frustraties bij wachten komen niet zozeer voort uit de beleving van de objectieve tijd, oftewel de kloktijd, maar het gaat om tijdsbeleving in subjectieve zin, wat psychologische tijd genoemd wordt (Bergson). Kloktijd is een abstracte en sociale tijd, die nodig schijnt om structuur aan te brengen in de hectiek van het hedendaagse leven. Psychologische tijd en kloktijd zijn niet met elkaar te vergelijken. Het wel op deze manier benaderen van ‘wachten’ is daar alleen maar naar kijken vanuit een objectief perspectief. Voor Psychologische tijd relateert aan het fundamentele zelf (identiteit) en het sociale zelf (aangepast). Verplichte aanpassing veroorzaakt verwijdering tussen het fundamentele zelf en het sociale zelf, waardoor de eigenwaarde van een bewoner steeds minder wordt.

Van groot belang is dat medewerkers proberen dit fundamentele zelf te blijven zien. Zij moeten alert zijn, hoe hulpbehoevend een bewoner ook is, op signalen die aangeven wat een bewoner werkelijk wil. Van Heijst ziet dit als het erkennen van een bewoner als drager van gelijke rechten. Bewoners die wachten mogen niet gereduceerd worden tot een ding, maar moeten erkend worden als mens.

De huidige wijze waarop medewerkers omgaan met bewoners die lang wachten geeft bewoners gevoelens van onveiligheid en onzekerheid. Vertrouwen in een positief toekomstperspectief wordt steeds minder. Juist daar waar het in de ‘gegeven tijd’ gaat om dichter bij het fundamentele zelf te komen, raakt de oudere daar steeds verder van af. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van de zorg voor deze mensen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *