Vrouw in de rouw: tussen een lach en een traan

Author: Geen reacties
vrouw in de rouw

Journaliste en radiomaakster Petra Possel verloor haar man Jan in september 2012. Tussen zijn bezoek aan het ziekenhuis voor ‘een simpel onderzoekje’ en zijn dood zaten exact vier dagen. Een eerder over het hoofd gezien abces in een van zijn hartkamers maakte van het ‘simpele onderzoekje’ een desastreuze onderneming: het was foute boel. In haar boek Vrouw in de rouw doet ze verslag van haar rouwproces.

In korte hoofdstukjes schetst Possel een context waarin ze haar lezers meeneemt in de alledaagse handelingen en bureaucratische rompslomp die er op je afkomen bij het overlijden van een dierbare. Van vragen als begraven of cremeren?, wie timmert de kist?, en gaat de kist nog open voor belangstellenden (lees: ex-vrouw)? Tot en met het ophalen van zijn spullen in het ziekenhuis waar hij overleed. En natuurlijk schrijft ze over haar relatie met Jan. En haar leven na Jan, een leven van vallen en opstaan. Want, zo schrijft ze, ‘rouw is een onbetrouwbare hond die naar je been hapt als je denkt dat je rustig zit.’

Haar schrijven is soms hilarisch, soms verdrietig, soms realistisch, soms pijnlijk, soms liefdevol, soms mild, soms meedogenloos. Zo veegt ze in het hoofdstuk ‘Ramptoeristen en leedmagneten’ de vloer aan met zogenaamde medelevers. In haar geval zijn het vaak vrouwen die ongevraagd advies geven en dat vanzelfsprekend met ‘de beste bedoelingen’ doen. Zo mag Possel altijd bij een vrouw aankloppen, waarvan ze niet weet waar die woont. Of een vrouw die haar verdriet heel goed begrijpt, terwijl ‘ze zelf behalve haar cavia nooit iemand heeft hoeven te begraven.’ Trefzeker beschrijft ze ‘een vrouw wier nummer ik moet opslaan in mijn telefoon, zodat ik haar kan wegdrukken als ze weer belt.’

In een interview met de Volkskrant vertelde Possel dat ze angst heeft om een meelijwekkend geval te worden. Daarom waakt ze ervoor dat haar emoties niet een openbare gebeurtenis worden, waarin ze publiekelijk groots en meeslepend rouwt. Het zou de waarde van de emoties devalueren. Possel slaagt hierin cum laude: het sentiment houdt ze buiten de deur. Juist de eenvoud en haar relativerende toon maken haar verhalen een genot en een troost om te lezen. De taal van emoties hoeft hierbij niet te worden uitvergroot, hoeft niet omstandig te worden benoemd: haar verdriet om het onomkeerbare verlies sijpelt op elke pagina door.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *