Twee jongen meiden stappen al babbelend in de trein en nemen plaats in het ‘vierzitje’ waar ik ook al zit. Het is nog vroeg en ik was wat dommelend naar buiten aan het kijken. Als vanzelf word ik in hun gesprek meegezogen. “Echt erg, maar ik heb vijf tassen gekocht”, zegt het ene meisje. De andere moet lachen en zegt: “Vijf, serieus?” Ik blik op en zie twee meisjes met haast dezelfde gezichtjes, zwart getekende wenkbrauwen, (te) volle lippen en hoogblond geverfd haar. De andere vertelt dat zij ook ‘flink aan het shoppen’ is geweest.
Op het moment dat ik mij wil afsluiten van dit gesprek ontvangt het eerste meisje een appje. “O, het is van mijn moeder”, zegt zij. “Mijn Oma krijgt nu morfine en zij wordt er zo misselijk van. Als mijn moeder appt schrik ik steeds even.” Terwijl het meisje het bericht leest zegt zij: “Gelukkig is Oma de nacht goed doorgekomen.”
Zij stuurt haar moeder een berichtje terug en begint te vertellen: “Het is soms alsof er een klein kind in een heel oud mens zit, ik vind het zo moeilijk om haar te zien veranderen.” Haar vriendin luistert en zegt: “Dat lijkt mij ook heel moeilijk.” Ik verbaas mij over de verdieping die ineens plaatsvindt en tik mijzelf denkbeeldig op de vingers: “Wat plaats ik mensen toch snel in een hokje.”
Dan vertelt het eerste meisje verder: “Als ik over mijzelf heen poep en niet meer weet wat ik ermee moet, geef mij dan maar een spuit.” Het verdriet klinkt er in door, en het ‘meisje met de vijf tassen’ komt steeds minder oppervlakkig op mij over. “Dat moet je wel vastleggen”, zegt het tweede meisje ondertussen. “Klopt”, zegt het eerste meisje. “Maar zolang ik nog kan genieten van een kopje koffie en een gebakje, dan is het nog oké.”
Dan vertelt zij verder: “Omdat Oma niet meer in haar huis kan wonen heeft mijn moeder gezegd dat ik het mag kopen. Mijn familie gaat mij ermee helpen om dat te regelen.” Vervolgens legt zij haarfijn uit dat dit voor haar een grote kans is, en dat het zonder Oma’s eigen huis en alle financiële hulp er omheen nooit gelukt zou zijn.
Ik kan niet anders dan alles meeluisteren in het vierzitje, en denk in mijzelf: “De ene haar dementie is de ander haar huis.” En dan denk ik verder: “Dit had Oma vast mooi gevonden.”
0 reacties