Berlinde de Bruyckere. Aquarel aanéén-genaaid, 2002-2003. Serie of 2, this is a.

9 – 12 minuten

0 reacties

Op 19 januari jongstleden ben ik aan de Vrije Universiteit (VU) gepromoveerd op het proefschrift: ‘Verbloemd lijden. Een zorgethische analyse van het laatmoderne ideaal van een ’geslaagd leven’.

Jaren geleden begon ik met mijn promotieonderzoek, na de masterstudie Zorgethiek en beleid aan de UvH, bij zorgethicus Frans Vosman. Dat onderzoek heb ik aan de VU afgerond waar mijn tweede promotor werkzaam is, politiek filosoof Govert Buijs. Na het overlijden van Vosman in 2020 heeft theoloog Thjjs Tromp het promotor-schap overgenomen.

Mijn proefschrift is in sommige opzichten atypisch. Het aantal pagina’s overschrijdt bijvoorbeeld fors de gangbaar geworden norm. Ik voer ook nogal eens ‘nieuwe taal’ op, neologismen en soms germanismen. Zoals: ‘individuschap’, ‘eerstepersoonskennis’, ‘wrijvingsvol’ of ‘lijdensselectiviteit’. En tegen zorgvreemde taal breng ik af en toe zorgtrouwe taal in. Marketingtechnisch bezien, zouden de coverafbeelding en de titel van het boek potentiële lezers afschrikken.

Op de cover staat een aquarel van de Vlaamse kunstenares Berlinde de Bruyckere met als titel: Aanéén-genaaid. Het toont een lijdend, menselijk wezen met een onmogelijk vervormd lijf. Wat we ónverbloemd zíen, contrasteert met de titel, ‘verbloemd lijden’, en met ‘het ideaal van een ‘geslaagd leven’’. In mijn onderzoek staat de vraag centraal: wat gebeurt er in de laatmoderniteit met realiteiten van menselijk lijden, met mensen die een lijdend leven leiden, en wie zijn dat?                                                                                                                    

Ik licht hieronder kort de kernwoorden in mijn boektitel toe. ’Zorgethiek’, ‘laatmodern’, ‘het ideaal van een ‘geslaagd leven’’ en ‘verbloemd lijden’.

Zorgethiek

Zorgethiek ontstaat in de jaren 80 in de VS en is van origine een moderniteitskritische maatschappelijke beweging en een wetenschappelijke discipline. Zorgethici nemen niet het individu en diens autonomie tot uitgangspunt, maar de betrekking en afhankelijkheid van elkaars zorg. En ze ontmaskeren het moderne liberale individu en diens vermeende ónafhankelijkheid als illusionair. Zorgethici kritiseren het feit dat liberale burgermannen zorgwerk vaak geringschatten en afschuiven op vrouwen en minderheden. En ze eisen dat voor elkaar zorgen wordt opgevat als een politieke en ethische aangelegenheid van állen. Zonder zorg overleeft geen mens en is er geen samenleving. Zorgethici kritiseren de dominante opvatting van wat telt als ‘kennis’. En ze claimen ruimte voor belichaamde morele praxiskennis, kennis uit ervaringen van mensen op posities in concrete praktijken. Zorgethici nemen van beneden af een betrokken, normatief perspectief in op de rommelige werkelijkheid. Ze stellen dringende kwesties centraal waar gewone mensen mee worstelen in hun dagelijks leven en in zorgpraktijken. En primair komen ze op voor gemarginaliseerde, uitgebuite, lijdende en uit beeld gewerkte mensen. 

Aan de academie zetten zorgethici zich in voor een bottom up politieke theorie en een voorlopige, kleine, ethiek van geordend samenleven waarin zorg en recht centraal staan. Van meet af aan werken zorgethici aan de academie multidisciplinair samen als moderniteitskritische feministen, psychologen, sociologen en filosofen.

Zorgethiek die opkomt voor underdogs en mensen met een lijdend leven, is ónwelgevallig omdat ze de gangbare kaders aanvecht.

Laatmoderniteit  

Bij mijn onderzoek deed zich het probleem voor dat de Angelsaksisch georiënteerde hoofdstroom van zorgethiek zich niet verdiept in het huidige, laatmoderne tijdperk. Laatmoderniteit omschrijf ik (kort samengevat) als een spanningsvolle hyperfase bínnen de moderniteit, vol paradoxen en crisispotentieel. Deze hyperfase, met het ‘ideaal van een ‘geslaagd leven’’ is deels een antwoord op de geuite zorgethische kritiek en eisen in de 20ste eeuw. Vanuit een zorgethiek die bínnen de moderniteitskritiek blijft denken, kan ik het nieuwe, laatmoderne ideaal amper onderzoeken. Om toch een zorgethisch onderzoek te doen, heb originele kritische inzichten van zorgethiek – theoretisch – geactualiseerd en aangevuld. Met deze geactualiseerde inzichten onderzocht ik met name kritische sociologen die veel gemeen hebben met zorgethici. Deze sociologen, zoals bijvoorbeeld Hartmut Rosa en Andreas Reckwitz, gaan diep in op de laatmoderniteit en het ideaal van een ‘geslaagd leven’. Ze verhelderen wat dat ideaal aan maatschappelijke turbulentie teweegbrengt. Geruime tijd bevonden zij zich in een niche, maar inmiddels krijgen zij een podium in menig maatschappelijk debat. Met name aan de hand van sociologisch onderzoek kon ik zorgethiek (theoretisch) door-ontwikkelen tot een politieke theorie en een kleine, voorlopige ethiek.                                                                                                                                                                               

Ideaal van een geslaagd leven

Idealen zijn aantrekkelijke droombeelden, ficties. Sinds de jaren 80, 90 stemt een grote meerderheid in met een door de politiek gelanceerde fictie van een ‘geslaagd leven’. Het is een krachtig zélf-leiderschapsmodel voor burgers die geen autoriteit boven zich dulden. In deze fictie beschouwt de burger zichzelf als een creatief-ondernemend individu. ‘Creatief’ is het culturele aspect, het individu creëert als een kunstenaar zijn authentieke, unieke zelf. ‘Ondernemend’ is het bedrijfseconomische aspect. Een ondernemer is zelfverantwoordelijk voor alle uitkomsten van zijn handelen. Zijn slagen of falen, vallen onder eigen regie en controle. Deze fictie stelt het héle leven maakbaar voor. Ook gezondheid, welzijn en hoe men het leven beleeft, vallen onder zelfregie en controle.
Maar in de competitieve arbeidsmarkt of huizenmarkt slagen slechts enkelen en falen de meesten.

De droom van het geslaagde leven rust op de liberale aanname dat álle mensen vrij en gelijk zijn. In deze voorstelling staat de sociaalhistorische werkelijkheid buíten haken. Échte mensen zijn van de wieg tot het graf in allerlei opzichten óngelijk en ónvrij. Het heersende ideaal is sterk normatief. Krachtig, gezond, mondig en ónafhankelijk is ‘normaal’. Zwak, ziek, stemloos en afhankelijk is ‘abnormaal’. Zorg, hulpverlening en zelfhulpindustrieën richten zich vaak op het herstellen van een ‘normaal’, weerbaar individu. De teneur in de laatmoderniteit is dat ervaringen van weerloosheid en lijden er niet hoeven te zijn. Ze zijn te voorkomen óf er is iets aan te dóen, allereerst door het individu zélf.                                                                                                    

De collectieve verzorgingsstaat is omgevormd tot een individuele zelfzorgstaat.  In de nieuwe, maakbare setting stel ik de vraag: wat gebeurt er met bitter menselijk lijden?

Verbloemd lijden  

Ik noem enkele wijzen waarop lijden veelal wordt verbloemd. Bijvoorbeeld door lijden aan het zicht te onttrekken. Dan is er sprake van verdonkeremanen. Of door het te marginaliseren en vergoelijken: het-is-niet-zo-erg. Populair is esthetiseren, lijden krijgt een mooi aanzien, maar wordt feitelijk gecamoufleerd. Of lijden ethiseren; optuigen met zin en betekenis en als ‘leerzaam’ voorstellen. Deze en meer manieren van ‘managen’ van ervaringen van lijden, gaan voorbij aan de aard van lijden. Lijden dat een lijder ondergaat en ervaart, is bitter, kwaadaardig, betekenisloos en eenzaam.

Wat houdt zorgen in als lijden níet wordt verbloemd? En: welke realistische voorstelling van burgerschap en lijden helpt om de maakbaarheidsmythe te weerstaan? Ik doe in mijn proefschrift diverse voorstellen.    

Tot Slot 

Ik laat in mijn dissertatie zien dat er een verband is tussen enerzijds het geloof in een ‘geslaagd leven’, het verinnerlijken van een mislukt leven, het verlangen naar erkenning en bij anderen horen. En anderzijds hedendaags populisme, identitaire strijden en polarisatie.                                

Mijn onderzoek leidt weliswaar tot een donkere, cultuur- en economie kritische analyse, maar het is geen uitzichtloze analyse. Elke analyse is onvolledig en voorlopig en er blijft altijd openheid voor het onverwachte van de toekomst.                                                                        

Jeannet van de Kamp

Promotoren: Prof. dr. Frans Vosman (†), Prof. dr. Govert Buys, Prof. dr. Thijs Tromp 

Het proefschrift is als gratis te downloaden.     
Als proefschrift via de VU bibliotheek:  https://hdl.handle.net/1871.1/c2fe1c17-3662-429b-8e2f-a4fdb7792881

Een fysiek boek (€19 + €6,90 verzenden) bestellen kan via e-mail naar jeannetvdkamp@hotmail.com.

12-02-2026, Houten. Jeannet van de Kamp.

Een artikel van


0 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *