Uitvaartmensen

Author: 6 reacties
uitvaartmensen

Verbijsterd zit ik naast zijn bed. Hij voelt koud aan en ik ben koud van de chemo.
Onze dochter zit hartverscheurend en toch vrij stil te snikken op de bank. Halfslachtig adequaat heb ik de familie gebeld, vervolgens ging het als een lopend vuurtje.

Het huis stroomt vol met familie. Berts broer als eerste. Hij gaat morgen naar het eiland toe om het aan hun moeder te vertellen.
Mijn moeder rijdt in een taxi voor.
Bonusdochter-lief wordt uit de nachtdienst gehaald en gebracht door een collega. Er zijn broers, schoonzussen. Iemand zet koffie en thee.

We zitten in een kring met Bert aan het hoofdeinde. ‘Hoe is het met de verzekering geregeld?’,  vraagt iemand.  Ik heb geen idee waar we verzekerd zijn en hoe. Bert heeft gezegd hoe zijn afscheid eruit moest zien, een ‘voorstelling’ moet het worden. Maar voor de praktische zaken is geen tijd meer geweest. Bert had zoiets gezegd als dat ze geld uitkeren, meende ik. ‘Goed, dan kunnen we dus iedereen benaderen’,  zegt iemand.

Mijn therapeutschoonzus stelt de beste vriend van mijn broer met compagnon voor. Ik ken hen van het afscheid van mijn oom. Ik vind het prima. Ze worden gebeld en de uitvaartmensen komen nog in de nacht. Samen lopen ze ons chaos ‘gekkenhuis’ binnen.  Vol bedroefde kinderen, familie, honden, een dode man en een zwaar zieke vrouw.
Ze smelten in, ze verzorgen Bert.

Kleren

‘Welke kleren moet hij aan?’ vragen de uitvaartmensen.
‘Niet zo’n raar t-shirt’,  zijn de kinderen het met elkaar eens. ‘Ook geen gekke schoenen’, zegt onze dochter.
Hij krijgt zijn ‘award-winning’ kleren aan. Een witte broek en lichtblauw merkoverhemd dat we een paar maanden geleden in de kringloop in Hollywood kochten. Het is hem nu veel te wijd. Ik breng zijn vrij nieuwe zwarte Allstars uit Amerika.
Zoonlief strijkt de kleren op de bank want ik heb geen plank: ‘(Ex)studenten kunnen dat’, zegt hij.
Ik lach zelfs een beetje.

Als Bert gewassen gaat worden verdwijnen de familieleden één voor één. Bert wordt met matras en al op een koelplaat gelegd. Laat in de nacht gaan de uitvaartmensen weg. 

De grote kinderen blijven logeren. Bonuszoon op de bank bij ‘Vaders’ in de woonkamer. Ik hoor zijn gesnurk die nacht door de vloer heen.  Het geeft mij een warm gevoel, dat er leven is.

Fasen

’s Ochtends rijdt de lange auto weer voor. Omdat zijn ziekte en sterfbed zo kort waren stellen de uitvaartmensen voor om Bert zo lang mogelijk thuis te houden. Eén week is ons gegund.

Iedere dag komen de uitvaartmensen checken hoe het gaat. We bespreken waar het afscheid zal zijn, hoe we het willen met livemuziek en praatjes, met fotopresentaties en filmpjes. Ze checken steeds of  Bert niet te erg verkleurt.

Na een paar dagen wordt Bert van het matras getild en in zijn kist gelegd. Ik vind het een hele grote stap. Een kist is zoiets anders dan op zijn matras. Gelukkig is de kist nog open. Eerder kon ik zo zijn hand in de mijne nemen als ik naast hem zat maar nu moet ik opstaan als ik zijn hand vast wil houden.

Weer een paar dagen later wordt de kist gesloten. Dit voelt heel definitief. Bij iedere fase zijn we samen, de kinderen en ik, en de uitvaartmensen. Iedere stap is extra afscheid.

Als de kist gesloten is gaan we deze beschilderen. De hond, poes, filmherinneringen, van alles komt op de kist. Bonuszoon zegt dat zijn talenten niet daar liggen en hij maakt onderhand de fotoshow van de foto’s die we samen selecteerden.

Afstemmen

De uitvaartmensen lijken haast onze beste vrienden te worden. Op zo’n moeilijk moment in ons leven staan zij naast ons. Ze voelen aan dat dit deel van het afscheid zo langzaam mogelijk moet gebeuren. De rollercoaster is stilgezet door hen. Voor ons als gezin is dit heel waardevol. We krijgen een beetje tijd om te herstellen van de schrik. Om het afscheid zo vorm te geven als Bert graag wilde. En om Berts nabijheid nog even te voelen. Binnen de mogelijkheden die er zijn hebben zij zich op ons afgestemd.

Als na het afscheid ook de uitvaartmensen uit ons leven verdwijnen voelt dit als een verlies. Maar zij laten een stel mensen achter die juist door de tijd die hen gegund is al een paar goede stappen in de verwerking hebben gezet.

Samen.

Swanny Kremer

Deze column is een onderdeel van De ‘Kankercolumns’ waarin columniste Swanny Kremers haar ervaringen beschrijft van een jaar van groot verlies, hoop en wanhoop, angst, heel veel verdriet en telkens weer houvast zoeken en opkrabbelen. Lees hier de introductie van deze serie. 

6 reacties

  1. Swanny,
    Poeh, heftig wat je beschrijft. Ik maak dit als geestelijk verzorger ook regelmatig mee, ben onderdeel van het gebeuren. En inderdaad belangrijk dat er tijd genomen wordt. Voor jou en jullie: sterkte en hoop dat er goede troosters om je heen zijn.

    1. Dank je voor je reactie Anne. Ik ben het met je eens dat het belangrijk is om goede mensen om je heen te hebben. Maar minstens even belangrijk is denk ik een blik die telkens op zoek blijft naar ‘iets moois’ in alle ellende. Zie je geen mooie dingen of gebeurtenissen meer, dan raak je denk ik ontroostbaar.

  2. Wat mooi zo.. tijd om n beetje te wennen, afscheid te nemen…
    Mijn vriend verhing zich, daar was voor al dat moois geen plaats…. in plaats daarvan duwde devpolitie mij ruw de gang op, weg uit de woning en daar zat ik dan, bij de buren, met alle commotie van traumahelicopter politie etc naast me, wachtend, hopend dat ie nog zou leven… niet dus.

    1. Ach, wat een verschrikkelijke ervaring.Het spijt me dat je zo’n verlies hebt geleden. En het spijt me dat de ‘manier waarop’ in alles extra verdrietig is geweest. Wat kan het leven soms scherpe randjes hebben he?
      Gelukkig dat je in al deze commotie bij de buren terecht kon.
      Zo doe ik het maar: hoe ‘donker en triest’ het soms is, toch zoeken naar een lichtpuntje. Want anders wordt het leven wel heel ondraaglijk.
      Ik wens je het allerbeste!

  3. Weer heel mooi Swanny! Die hectiek herken ik zo goed. En dat geleidelijk inzinken van het besef van er nou eigenlijk echt gebeurt. Toch blijven de stappen die je zet steeds schoksgewijs. Met verwondering en soms verbijstering. Hoe goed leer je elkaar dan kennen.

    1. Beste Peter. Ik ken jouw ervaring(en) niet maar merk je (h)erkenning. Dank voor het delen. Het voelt goed om te merken niet alleen in dergelijke ervaringen te staan. Andersom merk ik het ook. Jij herkent je in mij en ik weer in jou. De schoksgewijze stappen. Verwondering. Verbijstering. En in ons geval veel verdriet. En inderdaad: je leert elkaar goed kennen. Dat is soms prachtig. Soms teleurstellend. Maar in ieder geval informatief. Dank voor voor je reactie. Swanny

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *