Toekomst

, Author: 1 reactie
toekomst

De zaal is best koud. Ik zit met enkele andere ouders langs de kant op een harde houten bank. Vandaag is de tweede training voor ‘de selectie’ van korfbal. Mijn dochter krijgt de kans om zich te plaatsen voor het team onder de 13 jaar. In de training gaat ze voor iedere bal. Ze doet net dat stapje extra. Ik zie haar ‘vechten’ voor een plek.

Onderhand is ze heel aardig voor de andere kinderen. Als een bal tijdens een oefening de verkeerde kant op gaat rent ze er achteraan en gooit ze die even terug naar haar ‘buurgroepje’, ze deelt complimenten uit bij een mooi gemaakt punt.  Trots ben ik op haar, ze gaat volop voor iets dat ze zo graag wil, maar blijft sociaal en behulpzaam.

Na de training gaan de coaches overleggen. Daarna worden de namen van de kinderen die doorgaan één voor één opgenoemd. De spanning is om te snijden, bij de kinderen en ook bij de ouders. 

Ineens hoor ik haar naam.
Ze is door!
Haar opluchting en vreugde raken mij diep.
Ik ben zo blij voor haar, ik merk dat ik bijna moet huilen. 
Er is weer iets moois in haar leven. Iets waar ze volop voor kan gaan.
Ze straalt voor het eerst sinds lange tijd weer. 

Papa

Als we thuis zijn zegt ze: ’Mama, wat zou Papa ervan vinden dat ik door ben naar de selectie?’ Ik krijg een brok in mijn keel en zeg:  ‘Hij zou heel blij voor je zijn. Hij wist hoe graag je dit doet.  En hij was vast ook heel trots op je.’
Ze knikt in stilte.

Ik praat door: ‘Dit is een belangrijk moment in je leven. Waarschijnlijk moet je daarom weer extra aan hem denken.’ Ze knikt weer.
‘Waarschijnlijk zul je wel vaker zulke momenten in je leven krijgen’, zeg ik, ’bijvoorbeeld bij je diploma-uitreiking enzo’.
Ze knikt. 

Daarna praat ze honderduit over de training, welke ballen goed gingen. Ze weet dat ze goed kan verdedigen en dat ze dat goed heeft laten zien. ‘In de aanval wil ik nog sterker worden’,  zegt ze.

Strand

Een paar dagen later vraagt ze ‘ineens’: ‘Mama, op welke leeftijd trouwen mensen meestal?’ Ik denk na en zeg dat volgens mij de meeste mensen niet meer trouwen maar gaan samenwonen (of niet).
Dan dringt ze aan: ‘Maar als ze wel trouwen?’
Ik ga dit na in mijn hoofd en zeg: ‘Ik gok tussen de 25 en 35 jaar’. Ze knikt, ‘25 dus’, zegt ze.
Ik moet een beetje glimlachen. 

‘Waar kun je eigenlijk allemaal trouwen Mama?’
‘Bijna overal’,  zeg ik, ‘als je de juiste mensen en papieren maar bij je hebt’. 
‘Ook op het strand?’,  vraagt ze.
Ik krijg weer een brok in mijn keel. 
‘Ja, ook op het strand’ zeg ik. Ik voel aan waar dit gesprek heen gaat.
Ze knikt bijna plechtig. 

‘Volgens mij ben je door blijven denken over belangrijke momenten in je leven?’ zeg ik vragend. 
‘Ja’, zegt ze, en knikt weer bevestigend. ‘En als ik dan later trouw, dan wil ik dat op het strand doen. 
Dan is Papa er een beetje bij.’

Ze ontroert mij heel erg met haar plan. Het maakt niet uit dat ze 11 is. Het maakt niet uit of dit ooit gaat gebeuren. Maar als het ooit gaat gebeuren dan heeft ze in haar hoofd het ritueel al klaar. 

Niet veel later zijn we weer op zijn ‘geboorte-eiland’. We gaan zoals iedere keer naar het stuk strand waar we Bert hebben teruggebracht. 
Met een stok tekent ze een hartje in het zand. 

Dankbaar ben ik voor deze plek waar herinneringen liggen.
Deze plek voor rituelen.
Dankbaar voor deze plek die ook een rol speelt in onze toekomst, al is het maar in gedachten.

Swanny Kremer

Deze column is een onderdeel van De ‘Kankercolumns’ waarin columniste Swanny Kremer haar ervaringen beschrijft van een jaar van groot verlies, hoop en wanhoop, angst, heel veel verdriet en telkens weer houvast zoeken en opkrabbelen. Lees hier de introductie van deze serie. 

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *