6 – 8 minuten

0 reacties

Wie ben je?

Mijn naam is Yarum Yan Verheul. Ik heb Sociologie gestudeerd aan Universiteit Utrecht, met een verdiepende minor Bestuurs- en Organisatiewetenschappen en een minor Criminologie. Vervolgens heb ik de master Zorgethiek en Beleid aan de Universiteit voor Humanistiek gevolgd. Naast mijn studies ben ik altijd werkzaam geweest in de zorg.

Mijn interesse ligt vooral bij de vraag hoe mensen in het dagelijks leven voor elkaar zorgen en hoe maatschappelijke normen invloed hebben op de manier waarop we relaties en zorg begrijpen. Inmiddels volg ik aan de Universiteit voor Humanistiek ook de master Burgerschap en Kwaliteit van Samenleven, waarmee ik mij verder verdiep in de verhouding tussen mensen en maatschappelijke structuren. Deze verschillende perspectieven komen voor mij mooi samen in mijn thesis.

Wat is het onderwerp van je thesis en hoe kwam je tot deze keuze?

Mijn thesis heet Meervoudige Liefde, Meervoudige Zorg: Een fenomenologisch onderzoek naar de geleefde ervaring van zorg binnen polyamoreuze relaties. In mijn thesis keek ik naar hoe mensen zorg beleven en vormgeven binnen polyamoreuze relaties (polyamorie is een relatievorm waarbij iemand meerdere liefdesrelaties tegelijkertijd kan hebben, met openheid, wederzijdse instemming en eerlijkheid van alle betrokkenen).

De keuze voor dit onderwerp kwam voor een groot deel voort uit mijn eigen omgeving. Ik ken veel mensen die hun relaties op een andere manier vormgeven dan vanuit monogamie. Dat maakte mij nieuwsgierig. Ik wilde niet zozeer onderzoeken hoe polyamorie als relatievorm werkt, maar wat er gebeurt wanneer je zorg organiseert binnen een netwerk van meerdere intieme relaties. Wie heeft op welk moment aandacht nodig? Hoe neem je verantwoordelijkheid voor elkaar? Hoe bied en ontvang je zorg, en hoe zoek je naar gelijkwaardigheid wanneer verschillende behoeften tegelijkertijd om aandacht vragen?

Hoe sluit je onderzoek aan bij zorgethiek?

Binnen de zorgethiek wordt zorg niet gezien als iets wat alleen gebeurt wanneer iemand ziek is of hulp nodig heeft. Zorg is een relationele en sociale praktijk: mensen zijn voortdurend afhankelijk van elkaar en dragen verantwoordelijkheid voor elkaar en hun gedeelde wereld. Joan Tronto biedt hiervoor een belangrijk kader met vijf dimensies van zorg: het opmerken van behoeften, verantwoordelijkheid nemen, daadwerkelijk zorg verlenen, reageren op ontvangen zorg en de vraag hoe zorg rechtvaardig en gezamenlijk wordt georganiseerd.

Dat kader bleek heel passend voor polyamorie. In een polyamoreus relatienetwerk zijn er meerdere mensen met wie je een betekenisvolle relatie hebt. Daardoor moet zorg voortdurend worden afgestemd. Wie heeft op dit moment aandacht nodig? Wie neemt verantwoordelijkheid? Hoe reageer je wanneer iemand zich kwetsbaar voelt? En hoe zorg je ervoor dat verschillende mensen zich gezien en gewaardeerd blijven voelen?

Mijn onderzoek liet zien dat zorg geen bijkomstigheid is van polyamoreuze relaties, maar juist een belangrijk onderdeel van hoe deze relaties worden onderhouden en ervaren. Daarmee verschuift de blik van polyamorie als relatievorm naar polyamorie als zorgpraktijk.

Hoe heb je dit onderzocht?

Ik heb gekozen voor een kwalitatieve, fenomenologische onderzoeksbenadering, specifiek voor Interpretative Phenomenological Analysis (IPA). Deze methode richt zich op de geleefde ervaring en op de manier waarop mensen zelf betekenis geven aan hun ervaringen. Dat paste goed bij mijn onderzoek, omdat ik niet wilde bepalen wat een “goede” polyamoreuze relatie is, maar wilde begrijpen hoe mensen zorg daadwerkelijk ervaren en vormgeven.

Ik heb vier volwassenen geïnterviewd die zichzelf als polyamoreus identificeren en onderdeel zijn van een polycule: een netwerk van meerdere met elkaar verbonden intieme relaties. De interviews waren semigestructureerd en duurden ongeveer 30 tot 60 minuten. Ik stelde open vragen over onder andere zorg, aandacht, verantwoordelijkheid, kwetsbaarheid, veiligheid, grenzen en gelijkwaardigheid.

Vervolgens heb ik de interviews uitgebreid geanalyseerd en gezocht naar terugkerende thema’s en patronen. Deze bevindingen heb ik in gesprek gebracht met de vijf fasen van zorg van Joan Tronto. Daarbij heb ik niet alleen gekeken waar de theorie aansloot bij de ervaringen van de respondenten, maar ook waar polyamorie de bestaande zorgethische theorie kon verdiepen of uitdagen.

Wat zijn voor jou de meest verrassende bevindingen?

Eén van de belangrijkste inzichten uit mijn onderzoek is dat polyamorie niet alleen draait om het onderhouden van meerdere liefdesrelaties, maar vooral ook om het onderhouden van meerdere zorgrelaties tegelijk. Vanuit een zorgethische blik worden thema’s als communicatie, jaloezie, grenzen en gelijkwaardigheid eigenlijk allemaal vragen over zorg: hoe hebben we aandacht voor elkaar, hoe nemen we verantwoordelijkheid en hoe gaan we om met kwetsbaarheid?

Daarnaast vond ik de netwerkdimensie van zorg opvallend. Binnen polyamoreuze relaties stopt zorg niet bij één relatie. Aandacht, verantwoordelijkheid en ondersteuning kunnen zich uitstrekken over meerdere met elkaar verbonden relaties. Dat betekent dat zorg voortdurend verdeeld, afgestemd en opnieuw onderhandeld moet worden. Mijn onderzoek laat daarmee zien dat ook de verschillende fasen van Tronto’s zorgethiek een netwerkmatig karakter kunnen krijgen.

Een andere belangrijke bevinding is dat dit niet alleen iets zegt over polyamoreuze relaties, maar ook over de samenleving waarin deze relaties bestaan. Onze maatschappelijke structuren zijn nog sterk ingericht rondom de exclusieve partnerrelatie. Daardoor kunnen zorgrelaties die onderdeel zijn van een breder netwerk minder zichtbaar of minder vanzelfsprekend erkend worden.

Wat ik uiteindelijk het meest waardevol vind aan deze bevindingen, is dat polyamorie niet alleen een voorbeeld is waarop de zorgethiek kan worden toegepast. Het onderzoek laat ook zien dat polyamorie de zorgethiek kan helpen om verder te denken over zorg als iets dat niet noodzakelijk binnen één relatie plaatsvindt, maar ook netwerkmatig georganiseerd kan zijn.

Heb je aanbevelingen voor de praktijk of krijgt het onderzoek nog een vervolg?

Op basis van mijn onderzoek zou ik willen aanbevelen om in de praktijk meer oog te hebben voor de verschillende relaties die voor iemand betekenisvol kunnen zijn. Zorg en ondersteuning vinden niet altijd plaats binnen één partnerrelatie of gezin, maar kunnen verdeeld zijn over een netwerk van mensen. Het kan daarom waardevol zijn om in gesprekken met cliënten of betrokkenen niet vanzelfsprekend uit te gaan van één primaire partner, maar ruimte te maken voor de mensen die iemand zelf als belangrijk onderdeel van het zorgnetwerk beschouwt.

Daarbij vraagt mijn onderzoek ook om aandacht voor de maatschappelijke kaders waarbinnen zorg wordt georganiseerd. Wanneer bepaalde relaties minder vanzelfsprekend worden erkend, kan ook de zorg die binnen deze relaties plaatsvindt gemakkelijker buiten beeld raken. Een bredere blik op wie zorg geeft, ontvangt en verantwoordelijkheid draagt, kan daarom bijdragen aan meer inclusieve zorgpraktijken.

Voor mij persoonlijk roept dit onderzoek vooral de vraag op hoe we in de toekomst nog anders naar liefde, zorg en verbondenheid kunnen kijken. Of dit onderzoek voor mij nog een vervolg krijgt, durf ik op dit moment nog niet te zeggen. Misschien komt dat op een later moment, misschien ook niet. Voor nu ben ik vooral dankbaar dat ik mij in dit onderwerp heb mogen verdiepen en mijn bevindingen met anderen kan delen.

Ik hoop dat mijn onderzoek ook bij de lezer iets in beweging zet: misschien een nieuwe vraag, een ander perspectief of simpelweg wat meer ruimte voor de verschillende manieren waarop mensen voor elkaar kunnen zorgen.

Yarum Yan Verheul

Masterstudent Zorgethiek en Beleid
LinkedIn

Een artikel van


0 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *