5 – 6 minuten

0 reacties

Wie ben je?

Mijn naam is Rose Derogee, abortusverpleegkundige in Amsterdam en beleidsmedewerker bij de afdeling Seksuele Gezondheid bij GGD regio Utrecht. Naast mijn werk als zorgprofessional heb ik de master Zorgethiek en Beleid aan de Universiteit voor Humanistiek afgerond. Mijn passie ligt bij seksuele gezondheidszorg en het bespreekbaar maken van seksualiteit, zowel in de spreekkamer als daarbuiten. Ik geloof dat zorg en seksualiteit niet los van elkaar hoeven te staan, maar elkaar juist op een vanzelfsprekende manier kunnen versterken.

Wat is het onderwerp van je thesis en hoe kwam je tot deze keuze?

In mijn thesis Outreachend werkt? onderzoek ik hoe zorgprofessionals bij GGD regio Utrecht omgaan met outreachend werken in de seksuele gezondheidszorg voor ondervertegenwoordigde doelgroepen. Hoewel outreachend werken al langer deel uitmaakte van de werkpraktijk, vroeg structurele onderfinanciering om het maken van keuzes. Reguliere spreekuurzorg bleek steeds minder toereikend om bepaalde groepen te bereiken. De beschikbare capaciteit werd daarom anders ingezet en outreach kreeg meer prioriteit. Van aanvulling op de spreekuurzorg naar een meer centrale werkwijze, waarbij groepen actief worden opgezocht in hun eigen leefomgeving: op queerfeesten, in buurtcentra en bij asielzoekerscentra.

De keuze voor dit onderwerp kwam voort uit mijn dagelijkse ervaring. Als verpleegkundige merkte ik hoe beleidsstructuren botsen met de complexe realiteit waarin wij werken. Protocollen zijn ontworpen voor voorspelbare, gestructureerde situaties waarin stappen te plannen en te standaardiseren zijn, maar outreach is per definitie onvoorspelbaar. Toen ik tijdens mijn studie de kracht van geleefde ervaringen als kennisbron ontdekte, greep ik de kans om stem te geven aan de ervaringen van mijn collega’s.

Hoe sluit je onderzoek aan bij zorgethiek?

Zorgethiek plaatst relaties en kwetsbaarheid centraal in plaats van abstracte principes. Mijn onderzoek past hierin door te vertrekken vanuit de concrete ervaringen van zorgprofessionals: wat raakt hen, waar worstelen zij mee, wanneer voelen zij dat ze goed werk doen?

Ik heb zorgethische concepten zoals perspectiefwisseling, praktische wijsheid en relationele afstemming onderzocht in een context die tot nu toe onderbelicht bleef: kortdurende zorgrelaties. De bestaande zorgethische literatuur focust vooral op langdurige zorgrelaties, maar wat als je maar één ontmoeting hebt? Daarin integreer ik het concept social flesh van Beasley en Bacchi, dat benadrukt dat we allemaal belichaamde, onderling afhankelijke wezens zijn. Dit is bijzonder relevant voor seksuele gezondheidszorg, waar lichamelijkheid en intimiteit centraal staan, óók voor de professional zelf.

Hoe heb je dit onderzocht?

Voor de dataverzameling maakte ik gebruik van de emotional touchpoint-methode, onder begeleiding van prof. dr. Anne Goossensen. Bij deze benadering delen professionals kort na een outreach-activiteit zogenaamde hittepunten: cruciale momenten waarop zij zich emotioneel of lichamelijk geraakt voelden. Deze belichaamde reflectie maakt taciete kennis toegankelijk als onderzoeksdata, kennis die professionals doorgaans niet expliciet verwoorden, maar wel in hun praktijk dragen. In totaal verzamelde ik ervaringen van 24 respondenten.

De analyse vond plaats op drie niveaus: structuur (randvoorwaarden zoals locaties, middelen, teamsamenstelling), proces (hoe het werk zich voltrekt, van vertrouwensopbouw tot culturele sensitiviteit) en betekenis (de impact voor professionals en doelgroepen). Aanvullend organiseerde ik een werksessie met het team om de bevindingen te valideren en te verdiepen. Voor de reflectie hanteerde ik de zorgethische trias van meedenken, tegendenken en omdenken.

Wat zijn voor jou de meest verrassende bevindingen?

Het meest opvallende inzicht was dat bestaande zorgethische concepten niet zonder meer toepasbaar zijn op outreachwerk. Theorieën over relationele afstemming veronderstellen tijd en continuïteit; condities die in outreachcontexten vaak ontbreken. Toch slagen professionals erin om binnen één ontmoeting voldoende vertrouwen te creëren dat cliënten bereid zijn hun verhaal te delen.

Dit leidde tot een herconceptualisering: relationele competentie voor kortdurende zorgrelaties. Hierbij staan twee vaardigheden centraal. Ten eerste relationele improvisatie: het vermogen om flexibel aan te sluiten bij wat zich aandient, ook als alles anders loopt dan gepland. Een respondent beschreef hoe situaties die “freewheelen” vereisen haar juist energie geven. Ten tweede transparante communicatie over machtsasymmetrie: eerlijk zijn over je rol en beperkingen, zonder dat dit de verbinding ondermijnt.

Wat mij ook raakte was de emotionele belasting die professionals grotendeels alleen dragen. Structurele intervisie ontbreekt vaak, terwijl zij geconfronteerd worden met verhalen over bijvoorbeeld seksueel geweld. De theorie spreekt over “zorg voor de zorgverlener”, in de praktijk blijkt dit een hiaat.

Aanbevelingen voor de praktijk

Dit onderzoek levert aanbevelingen op drie niveaus. Op beleidsniveau pleit ik voor herziening van het huidige financieringsmodel, dat gebaseerd is op historische prestaties en regio’s zoals Utrecht structureel benadeelt. Daarnaast zijn kwaliteitsindicatoren nodig die relationele aspecten van zorg omvatten, niet alleen aantallen testen en consulten.

Wetenschappelijk hoop ik dat dit onderzoek uitnodigt tot verder onderzoek naar relationele zorg in kortdurende, publieke gezondheidscontexten en naar het perspectief van zorgontvangers zelf, dat in mijn onderzoek nog ontbreekt.

Voor de praktijk adviseer ik om te investeren in relationele outreach-competenties en het ontwikkelen van vaardigheden voor sensitieve communicatie over bijvoorbeeld machtsongelijkheid. Versterk de coördinatie en creëer structurele ruimte voor emotionele ondersteuning. Dat laatste is geen abstracte aanbeveling. Terwijl ik dit onderzoek afrondde, werd binnen GGD regio Utrecht de rol van outreach-coördinator gecreëerd. Een directe erkenning van de behoefte aan structurele coördinatie die ook in dit onderzoek naar voren komt. Dat ik deze rol mag vervullen, beschouw ik als een eer en een verantwoordelijkheid, een kans om de vragen die dit onderzoek opwerpt niet achter me te laten, maar verder te ontrafelen in de praktijk.

Rose Derogee

Abortusverpleegkundige en masterstudent Zorgethiek en Beleid

Foto: Leeloo van Gastel

Een artikel van


0 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *