7 – 9 minuten

0 reacties

Wie ben je?

Mijn naam is Rita Bedawid. Ik begon met de HBO-opleiding Farmakunde aan de Hogeschool Utrecht, waar ik leerde over onder andere geneesmiddelen, gezondheidsvoorlichting, kwaliteitszorg en de organisatorische kanten van de zorg. Tijdens deze opleiding deed ik projecten met ouderen, wat me leerde hoe rijk en gelaagd hun perspectief kan zijn. Het ging niet alleen om gezondheidsrisico’s of medicatie, maar ook om hoe zij betekenis geven aan hun situatie en keuzes beredeneren. Deze ervaringen vormden een belangrijke basis voor mijn latere studie.

Daarna volgde ik de Premaster en Master Zorgethiek en Beleid aan de Universiteit voor Humanistiek. Dit gaf mij verdieping en leerde me stil te staan bij de vraag: Wat betekent goede zorg voor mensen in hun dagelijkse leven? Het gaat niet alleen om protocollen of efficiëntie, maar om aandacht voor de waarden, wensen en ervaringen van de mensen die we ondersteunen. De combinatie van praktische en ethische blik vormt nu de kern van hoe ik naar zorg kijk.

Momenteel werk ik bij een dochteronderneming van een groot farmaceutisch bedrijf in Nederland, waar ik mijn kennis inzet voor apotheken en hun patiënten. Ik merk steeds opnieuw hoe waardevol het is om naast beleid en procedures te luisteren naar de ervaringen van mensen. Vaak stel ik mezelf de vraag: wat is hier echt belangrijk voor deze persoon? Dat helpt me beslissingen te nemen vanuit aandacht, respect en betrokkenheid.

Buiten werk en studie vind ik inspiratie in de natuur, Franse muziek, mijn geloof, zingen in een kerkkoor, tijd met familie en het aangaan van nieuwe uitdagingen. Deze momenten helpen me dezelfde zorgvuldigheid, compassie en betrokkenheid te bewaren die ik belangrijk vind in mijn werk.

Wat is het onderwerp van je thesis en hoe kwam je tot deze keuze?

De onderzoeksvraag van mijn thesis luidt: “Hoe ervaren ecologisch betrokkenen hun relatie met toekomstige ecosystemen, en welke zorgethische inzichten levert dit op?”

Tijdens mijn premaster aan de Universiteit voor Humanistiek deed ik literatuuronderzoek naar klimaatapathie en onderzocht hoe inzichten uit landethiek en diepe ecologie bijdragen aan een beter begrip van de relatie tussen mens en natuur. Ik verdiepte me in de oplossingsrichtingen van Per Espen Stoknes en Margaret Klein Salamon en legde deze perspectieven naast elkaar om klimaatapathie holistisch te benaderen en strategieën voor collectieve klimaatactie te formuleren.

Dit onderzoek riep een nieuwe vraag bij me op: Waarom zetten sommige mensen zich wél actief in voor natuurbescherming, ondanks een samenleving die grotendeels wordt gekenmerkt door klimaatapathie? Ik bewonderde hun inzet en wilde beter begrijpen wat hen drijft. Mijn masterthesis bouwt voort op deze vraag. Het doel was inzicht te krijgen in de ervaringen van mensen die betrokken zijn bij ecologisch herstel, met speciale aandacht voor hun relatie tot toekomstige ecosystemen. Ik onderzocht hoe zij ecologische verantwoordelijkheid ervaren, welke factoren daarbij een rol spelen en hoe deze ervaringen kunnen bijdragen aan nieuwe inzichten binnen de zorgethiek. Zo combineert mijn onderzoek persoonlijke ervaringen met bredere ethische reflectie, waardoor het perspectief op zorg zich uitbreidt van menselijke relaties naar onze relatie met de natuurlijke omgeving.

Hoe sluit je onderzoek aan bij zorgethiek?

Klimaatverandering is niet alleen een milieuprobleem, maar ook een ethische en maatschappelijke uitdaging. Hoe mensen, gemeenschappen en overheden hiermee omgaan, raakt direct aan vragen over verantwoordelijkheid, solidariteit en zorg voor toekomstige generaties. Deze vragen sluiten nauw aan bij zorgethiek, die onderzoekt hoe zorg wordt vormgegeven, wie of wat zorg nodig heeft en hoe mensen verantwoordelijkheid nemen voor het welzijn van anderen.

In mijn masterthesis onderzocht ik niet alleen hoe mensen die actief betrokken zijn bij ecologisch herstel hun ecologische verantwoordelijkheid ervaren, maar ook hoe ze die vormgeven. Vanuit een zorgethisch perspectief ligt de focus niet alleen op hun acties, maar ook op de waarden en motieven die deze keuzes sturen, en op de relaties die zij aangaan met de natuurlijke omgeving.

Zorg, zoals Joan Tronto en Bernice Fisher beschrijven, gaat over alles wat we doen om onze wereld te onderhouden, voort te zetten en te herstellen, zodat we er zo goed mogelijk in kunnen leven. Vanuit dit perspectief omvat zorg niet alleen menselijke relaties, maar ook onze relatie met de natuur. Mijn onderzoek laat zien dat ecologische zorg een ethische en praktische dimensie heeft en dat de ervaringen van betrokkenen nieuwe inzichten bieden voor zorgethisch denken over verantwoordelijkheid jegens de wereld om ons heen.

Hoe heb je dit onderzocht?

Voor mijn masterthesis hanteerde ik een zorgethische benadering van onderzoek, waarin zorg wordt gezien als een relationeel en belichaamd proces. Dit sluit aan bij een fenomenologische manier van kijken, gericht op hoe mensen hun ervaringen beleven en betekenis geven.

Binnen deze benadering gebruikte ik Interpretative Phenomenological Analysis (IPA), een methode die fenomenologie en hermeneutiek combineert. IPA werkt met een dubbele hermeneutiek: de deelnemer probeert zijn of haar ervaring te begrijpen, terwijl de onderzoeker deze interpretatie analyseert. De methode was geschikt vanwege het idiografische karakter, omdat het diepgaand inzicht geeft in individuele ervaringen van ecologische verantwoordelijkheid.

Voor het onderzoek selecteerde ik 13 participanten die actief betrokken zijn bij ecologische kwesties en zich inzetten voor het behoud van toekomstige ecosystemen. Door middel van diepte-interviews verzamelde ik rijke beschrijvingen van hun ervaringen en hun relatie tot toekomstige ecosystemen. De interviews werden opgenomen, getranscribeerd en geanalyseerd met IPA, waarbij zowel inhoudelijke aspecten als onderliggende betekenissen werden onderzocht.

Daarnaast maakte ik gebruik van sensitizing concepts, interpretatieve instrumenten die helpen complexe sociale fenomenen beter te begrijpen. Concreet hanteerde ik concepten zoals relationaliteit, empathie, verantwoordelijkheid, ecologische kwetsbaarheid en ethische betrokkenheid. Deze concepten maakten zorgethische spanningen en dilemma’s zichtbaar en boden handvatten om de morele implicaties van ecologische zorgrelaties te begrijpen. Tegelijkertijd lieten ze ruimte voor herinterpretatie gedurende het onderzoeksproces, waardoor de analyses nauw aansluiten bij de ervaringen van de deelnemers.

Wat zijn voor jou de meest verrassende bevindingen?

Voor mij was vooral de belichaamde component van ecologische zorg opvallend. Bij elke deelnemer bleek dat zorg voor de natuur veel meer is dan een praktische handeling; het is een fundamenteel onderdeel van hun identiteit. Ecologische betrokkenheid is geen instrumentele keuze of ideologische overtuiging, maar een diep verankerde levenshouding. Het vormt hun identiteit, geeft richting aan hun dagelijks handelen en creëert een persoonlijke relatie met de wereld om hen heen.

Tegelijkertijd ervaren de deelnemers spanning tussen hun waarden en de structurele realiteit van een samenleving die ecologische afbraak normaliseert. Politieke inertie, economische logica’s en sociaal-culturele patronen ondermijnen hun streven naar een ecologisch verantwoord leven. Dit roept gevoelens van frustratie, machteloosheid en existentiële rouw op. Toch geven ze hun zorg niet op. Ze kiezen voor betekenisvolle handelingen op kleine schaal, trouw aan hun waarden en integriteit, en vinden hierin ook troost in de wederkerigheid met de natuur.

Daarnaast viel op dat zorg niet altijd een bewuste morele keuze is, maar iets dat gebeurt, een spontane reactie vanuit ingebed-zijn in relationele netwerken. Dit sluit aan bij het concept van embedded normativity (Guénin-Carlut & Albarracin, 2023), waarbij morele gevoeligheid voortkomt uit lichamelijke resonantie met een situatie, eerder dan uit universele principes of rationele afwegingen.

Deze manier van zorg herdefinieert verantwoordelijkheid: niet als een lineaire keten van oorzaak en gevolg, maar circulair en multitemporeel. We zijn verantwoordelijk voor wat we mogelijk maken, toelaten of verwaarlozen. Zorg wordt zo niet retroactief, maar prefigurerend, een ethiek die toekomstige werelden al in zich draagt.

Rita Bedawid

Masterstudent Zorgethiek en Beleid
LinkedIn

Een artikel van


0 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *