Mijn naam is Gonneke de Haan en ik werk als intimiteits-coach, begeleider & trainer psychosociale palliatieve zorg, verliesbegeleider en beeldend kunstenaar. Naast mijn werk ben ik bezig met spiritualiteit, bewustzijnsontwikkeling en verdiep ik mij in pijn en trauma. Beweging en expressie zijn belangrijk voor me. Ik sport graag, hou van de natuur en doe veel inspiratie op tijdens mijn hobby tango dansen, waarin magische, vreugdevolle en helende dialogen plaatsvinden, met mensen met wie ik soms geen talig woord kan wisselen, omdat zij bijvoorbeeld uit Rusland of Bulgarije komen.
In mijn thesis onderzoek ik de rol van intimiteit bij rouw. Daarbij definieer ik rouw als ‘een reactie op alle vormen van een ingrijpend verlies van iets (of iemand) dat waardevol voor je is’. Intimiteit definieer ik als ‘een heilzame interactieve ervaring in een ontmoeting, gekenmerkt door gevoelens van vertrouwen, geraaktheid en emotionele nabijheid. De betrokkenen ervaren daarbij een warme, afgestemde en wederzijdse respons waarin begrip, erkenning en zorgzaamheid voelbaar is.’
Dit onderwerp vraagt mijn aandacht omdat ik in mijn praktijk zie dat er bij veel van mijn intimiteits-coachingscliënten, verlieservaringen of traumatische gebeurtenissen ten grondslag liggen aan de problemen die zij ervaren bij intimiteit. Ook zie ik bij veel rouwenden een worsteling met tegenstijdige neigingen en behoeften; enerzijds een grote behoefte aan intimiteit en anderzijds juist het willen wegbewegen van intimiteit. Dit kan gepaard gaan met ‘een zich onthand voelen, het gevoel hebben niet meer met anderen op één lijn te zitten, afkeer, wantrouwen, een gevoel van waardeloosheid, schuldgevoelens, onbegrip, teleurstelling en ongemak. Het levert verwarring op voor de rouwenden zelf, maar ook voor hun omgeving, vanwege de dubbele en steeds veranderende signalen die zij ontvangen. Intimiteit lijkt dus in de dagelijkse praktijk een belangrijk thema bij rouw, maar ik zag dat intimiteit niet expliciet genoemd of uitgewerkt wordt in de meest gebruikte Westerse rouwmodellen.
Omdat ik rouw zelf breed definieer, heb ik allereerst een rouwmodel gezocht dat rouw eveneens breed definieert. Daarbij kwam ik uit bij het Integratieve Proces Model (IPM), ontwikkeld door Mai-Britt Gulden en Carlo Leget (2023). Het IPM benadert rouw op een manier die de potentie tot existentiële groei laat zien, in plaats van dat zij rouw pathologisch benadert. Deze benadering sluit aan bij mijn eigen benadering. Ik heb vervolgens het boek dat zij schreven over dit model geanalyseerd op impliciete intimiteit. In mijn empirisch onderzoek met respondenten heb ik onderzocht hoe zij intimiteit ervaren hebben in hun leven en hoe ze dit nu ervaren tijdens hun rouw. Ik heb onderzocht wat hun behoeften zijn en welke strubbelingen zij ervaren. Ook heb ik gekeken hoe hun rouwproces verloopt; 1) waar lopen ze tegen aan; 2) wat kunnen ze handelen en wat vinden ze het moeilijkst of pijnlijkst, maar ook; 3) waar halen ze kracht uit en 4) in hoeverre rouwen zij samen met hun omgeving of dierbaren?
Intimiteit en rouw zijn beiden onderwerpen die onze verhouding tot de wereld, onze (zorg)relaties en ons welbevinden beïnvloeden. Ook is de ervaring van beide fenomenen lastig in woorden uit te drukken, omdat ze zo intens is. Door met zorgethische lenzen, zoals lichamelijkheid, esthetiek, affectiviteit en relationaliteit te kijken naar deze onderwerpen en er fenomenologisch onderzoek naar te doen, verruimen we onze blik. Dit kan ons wellicht extra inzicht verschaffen en handvatten aanreiken voor het creëren van een bedding, waarin de transformatieve waarde van intimiteit en rouw meer aandacht krijgt. Zodat we onze zorgpraktijken heilzaam en beter afgestemd kunnen maken op de behoeften en noden rond deze intense en ingrijpende menselijke ervaringen.
Ik heb bij vijf respondenten die rouw ervaarden als gevolg van verschillende soorten verlies, een semi-gestructureerd interview afgenomen van 1,5 uur, met daarbij aantekeningen van onze non-verbale communicatie. Dit heb ik vervolgens geanalyseerd met de Interpretative Phenomenological Analysis van Smith et al. (2022). (Dat bleek niet de meest optimale benadering, … lees meer hierover in de thesis). Daarnaast heb ik met alle respondenten interactieve associatie-woordoefeningen bij de dimensies van het IPM gedaan, wat ook zo’n 1-1,5 uur duurde. Beide zijn auditief opgenomen en getranscribeerd. Aanvullend hierop voerde ik nog enkele telefoongesprekken en bracht de ervaren Reflexive Embodied Empathy (REE) (Finlay 2005) van mijzelf en de respondenten in kaart.
Na de analyse van het empirisch onderzoek ben ik gestart met het theoretisch onderzoek en heb daarna de bevindingen uit het theoretisch onderzoek (analyse over impliciete intimiteit in het IPM, literatuur over intimiteit, rouw en zorgethische inzichten aangaande de onderwerpen) naast elkaar gelegd en ben daarbij tot mooie aanbevelingen gekomen.
Ik zag dat de respondenten die weinig intimiteit in hun jeugd hadden ervaren, in hun vroege volwassenheid vanuit dat gemis op zoek zijn gegaan naar intieme interacties. Ze realiseerden zich daarbij, dat het nodig was dat zij zelf ook hun intieme vaardigheden moesten ontwikkelen en de pijn van het gemis onder ogen moesten zien, omdat dit hen belemmerde in hun relaties en levensvreugde.
Het was een verrassende bevinding dat juíst deze respondenten erg capabel geworden zijn in communiceren over en reflecteren op hun intimiteits- en rouwgevoelens en in het waarborgen van goede zelfzorg. De intimiteitsvaardigheden bleken voor de respondenten eveneens nodig te zijn in het omgaan met de emotionele pijn, bij het vinden van rust in zichzelf, en in het delen van hun rouw met anderen. Hieruit concludeer ik dat het oefenen van intimiteitsvaardigheden dus een waardevolle aanvulling kan zijn bij rouwbegeleiding.
Wat ook opmerkelijk was, was dat vier van de vijf respondenten zelf met een extra levens/ervarings-dimensie kwamen, die ze allen anders noemden, maar die wel op hetzelfde neer kwam; namelijk de kunstzinnige dimensie. Voor de één was dit de leefwereld van muziek, voor de ander het maken collages, foto’s, theater, zang of installaties. Zij gaven aan dat ze in creatieve expressie, evenals bij het zijn in de natuur, in aanraking kwamen met een andere dimensie in zichzelf en dat dit hun innerlijke intimiteit en uitdrukkingsmogelijkheid vergrootte.
Daarnaast viel op dat er onder de associatie-woorden van de respondenten verrassend weinig overlap zat; ieder had zijn eigen taal, woorden en metaforen (zie bijlage §9.7). Je moet als hulpverlener al meanderend dus de (beeld)taal en woorden van de rouwende leren kennen om aan te kunnen sluiten bij diens beleving.
Een andere belangrijke bevinding is dat het begrip intimiteit, ook binnen zorgethiek niet helder gedefinieerd is. Verschillende denkers gebruiken deze term zonder uitleg en interpreteren het op verschillende wijzen, zo blijkt uit teksten.
In mijn thesis kom ik met vijf aanbevelingen. Het zou fijn zijn als: 1) er een hernieuwd, maar nu zorgethisch onderzoek komt naar het fenomeen intimiteit, waaruit een heldere definitie en omschrijving voortkomt, 2) er een onderzoek komt naar de raakvlakken en nuanceverschillen tussen intimiteit, verbinding en resonantie in relatie tot rouw; 3) er meerdere onderzoeken gedaan worden naar de toepassing van het IPM-model bij grotere groepen respondenten, die rouw ervaren als gevolg van diverse soorten verlies, en ; 4) het zou heel interessant zijn om te onderzoeken wat het effect is van het oefenen van intimiteitsvaardigheden op ons rouwvermogen en; 5) het lijkt me nuttig als rouw- en verliesbegeleiders zich verder verdiepen in de rol van intimiteit bij rouw en dit bespreekbaar maken in hun begeleiding.
Graag wil ik verder gaan met vervolgonderzoek naar intimiteit, omdat ik de heilzame werking van intimiteit (net als bij rouw) van groot belang acht bij het ondersteunen (en soms zelfs verhelpen) van eenzaamheid, vervreemding en depressie; kwalen die in onze individualistische prestatiemaatschappij, waarin we ons continu moeten bewijzen en etaleren, schering en inslag zijn. In het bijzonder wil ik verder onderzoeken wat het ontwikkelen van intieme vaardigheden en het prioriteren van ‘intimi-tijd’ kan betekenen bij zowel verlies/rouw, als bij de andere bovengenoemde gevoelens. En kijken hoe we hier maatschappelijk meer aandacht en inbedding voor kunnen creëren.

Intimiteitscoach, begeleider, trainer, beeldend kunstenaar en masterstudent Zorgethiek en Beleid
0 reacties