Thesis: Eenzame opsluiting: straffen of zorgen

, Author: Geen reacties

Ieder jaar leveren de nieuwe zorgethici van de master Zorgethiek en Beleid zorgethische onderzoeken af, die een goede indruk geven van de master en een groter publiek verdienen. Thesis met een 8 of hoger worden op de Wall of Fame geplaatst. In deze serie laten we de onderzoeker meer vertellen over hun onderzoek.

Wie ben je?

Mijn naam is Mahtob Boot en ik ben 24 jaar oud. Momenteel woon ik in Utrecht. Ik ben geboren in een klein dorpje in Noord-Brabant, in een gezin met een Nederlandse moeder en een Iraanse vader. Voorafgaand aan de master Zorgethiek en Beleid heb ik de bachelor Humanistiek afgerond.

Wat is het onderwerp van je thesis en hoe kwam je tot deze keuze?

De afgelopen jaren is er zowel internationaal als nationaal veel aandacht voor ontwikkelingen rondom migratie, vluchtelingen en asielbeleid. Mensen die in Nederland een verblijfsvergunning aanvragen maar worden afgewezen, moeten het land verlaten. In sommige gevallen komen zij in een vreemdelingendetentiecentrum terecht. Hierdoor worden zij buiten de samenleving geplaatst. Tijdens verschillende vrijwilligersfuncties en een stage heb ik hen beter mogen leren kennen en hebben zij hun verhalen en ervaringen in detentie met mij gedeeld. Dit onderzoek schijnt licht op het gebruik van isolatie in vreemdelingendetentiecentra en hoe dit samenhangt met het concept waardigheid zoals dit binnen zorgethiek wordt verstaan. Het isoleren van mensen in vreemdelingendetentie gebeurt nog regelmatig, terwijl is aangetoond dat het schadelijk is. Ook ongedocumenteerden laten blijken dat het negatieve implicaties voor hen heeft. Door het in kaart brengen van ervaringen, vreemdelingendetentie als institutie en het overkoepelende systeem hoop ik bij te dragen aan meer aandacht voor dit onderwerp op politiek, maatschappelijk en wetenschappelijk niveau.

Hoe sluit je onderzoek aan bij zorgethiek?

Zorgethiek vormde voor mij een verhelderend alternatief voor de plichtsethiek en het rechtvaardigheidsdenken die vaak de boventoon voeren in het gesprek over zorg voor de ander. Binnen zorgethiek is aandacht voor de persoonlijke ervaring, het relationele netwerk, de context van de zorgpraktijk en die van de samenleving. Ook in dit onderzoek heb ik geprobeerd het denken over goede zorg zo gelaagd mogelijk weer te geven. Het onderwerp is actueel en heeft een politieke lading. Ik hoop vanuit institutioneel oogpunt de relaties op zowel persoonlijk als organisatieniveau in kaart te brengen. Ook heb ik de zorgethische relationele invulling van ‘waardigheid’ gebruikt. Deze bestaat uit zowel intrinsieke waardigheid, ervaren waardigheid als de waardering van anderen. Het concept ‘De Waardigheidscirkel’ is hierbij als uitgangspunt genomen.

Hoe heb je dit onderzocht?

Ik heb in dit onderzoek gekozen voor de methode van institutionele etnografie, om zo de schuring tussen ervaringen en verschillende regulerende systemen aan te tonen. Mijn streven was om een veelvoud aan empirische bronnen te gebruiken om het onderzoek zo holistisch mogelijk te maken. Voorafgaand heb ik zowel de Kantiaanse als de zorgethische invulling van waardigheid uitgediept en hiertussen de verbinding en verschillen opgezocht. Vervolgens heb ik diepte-interviews afgenomen met ongedocumenteerden die in isolatie hebben gezeten, een documentaire en foto’s van isoleercellen geanalyseerd en institutionele teksten bestudeerd. Ten slotte heb ik de theoretische en empirische bevindingen in kritische dialoog met elkaar gebracht.

Wat zijn voor jou de meest verrassende bevindingen?

Wat me vooral is opgevallen, is de discrepantie tussen de ervaringen van de mensen die ik heb geïnterviewd en het beleid waaraan zij onderhevig zijn. Bijna alle participanten ervoeren een grote mate van machteloosheid en afhankelijkheid, maar tegelijkertijd wordt er vanuit het systeem een beroep gedaan op hun zelfredzaamheid en autonomie. Ook merkte ik bij de participanten een groot gevoel van onrechtvaardigheid. Zij willen graag deel uit maken van de samenleving, maar krijgen hiertoe niet de kans. Ze probeerden op uiteenlopende manieren hun rechtvaardigheidsgevoel te heroveren. Een andere opvallende bevinding is de positieve ervaring van één participant. In tegenstelling tot de anderen, zag hij het jaar dat hij in isolatie zat als een spirituele reis en een tijd voor berusting en zelfreflectie.
Ook ben ik erachter gekomen dat de vormgeving van vreemdelingendetentiecentra en het gebruik van isolatie niet alleen waardige en goede zorg bemoeilijken. Het zegt ook iets over hoe we in onze samenleving omgaan met mensenrechten en met mensen die ver van ons af staan. Dit is in mijn ogen een fundamentele uitdaging voor het overkoepelende denken over goede zorg. Hoe kunnen we zorgen voor meer nabijheid in plaats van afstand richting deze mensen die een moreel appèl doen op ons, en in hoeverre zijn politiek en maatschappij hiervoor verantwoordelijk?

Tenslotte heb ik veel geleerd over mijn eigen rol als onderzoeker in relatie tot mijn rol als hulpverlener. Ik vond het soms bijvoorbeeld moeilijk afstand te nemen van de verhalen die mij raakten. Deze bewustwording heeft bijgedragen aan mijn professionele ontwikkeling als zorgethica.

Heb je aanbevelingen voor de praktijk of krijgt het onderzoek nog een vervolg?

Helaas is mij geen toegang verleend om binnen vreemdelingendetentiecentrum Rotterdam het onderzoek uit te voeren. In vervolgonderzoek zou het wel waardevol zijn om op de vloer van deze institutie te observeren en om ook medewerkers en beleidsmakers te spreken. Hierdoor kan een diepere laag met meerdere perspectieven worden belicht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *