Thesis: Burn-out bij artsen

, Author: Geen reacties

Ieder jaar leveren de nieuwe zorgethici van de master Zorgethiek en Beleid zorgethische onderzoeken af, die een goede indruk geven van de master en een groter publiek verdienen. Thesis met een 8 of hoger worden op de Wall of Fame geplaatst. In deze serie laten we de onderzoeker meer vertellen over hun onderzoek.

Wie ben je?

Mijn naam is Dymph Dieben. Ik ben 25 jaar oud en woon in Utrecht. Afgelopen jaar heb ik mijn studie geneeskunde in Groningen op pauze gezet om de master Zorgethiek en Beleid te kunnen volgen. Nu deze is afgerond, ben ik bezig met de laatste stages van mijn studie geneeskunde.

Wat is het onderwerp van je thesis en hoe kwam je tot deze keuze?

Tijdens mijn opleiding tot arts, zie ik jonge dokters om me heen die hard moeten werken en zichzelf moeten bewijzen om in aanmerking te komen voor een opleidingsplaats. De lat wordt hoog gelegd en de hoge werkdruk wordt geaccepteerd. Er is niet altijd ruimte en tijd voor de kwetsbaarheid van artsen. Een arts lijkt sterk te moeten zijn en overal tegen te moeten kunnen. Daarnaast hoorde ik ook steeds meer over burn-outklachten bij geneeskundestudenten en artsen. Er kwamen vragen bij me op over de samenhang tussen werkcultuur en burn-outklachten, de ruimte voor artsen om zich kwetsbaar op te stellen en burn-out als individuele verantwoordelijkheid of als maatschappelijk probleem.

Dit bracht me op het onderwerp van mijn thesis: het spreken van artsen werkzaam in de palliatieve zorg over burn-out bij artsen. Door een kritische discouranalyse te doen naar het spreken van artsen over burn-out bij artsen, ontstond meer inzicht in hoe de betekenis die artsen geven aan burn-out bij hun eigen beroepsgroep samenhangt met de sociale context waarin artsen werkzaam zijn. Dit bood inzicht in de invloed van onderliggende dominante normen en waarden en de sociaal-politieke context, waardoor het denken over het fenomeen burn-out bij artsen wordt gevormd.

Hoe sluit je onderzoek aan bij zorgethiek?

Doordat ik vanuit de particuliere situatie van artsen werkzaam in de palliatieve zorg onderzoek heb gedaan naar het maatschappelijke probleem van burn-out bij artsen en de relatie hiervan met goede zorg, waarbij de zorgpraktijk en maatschappelijke ordening worden meegenomen, sluit dit onderzoek goed aan bij de zorgethiek. Door de onderliggende normen en waarden die invloed hebben op het fenomeen burn-out bij artsen vanuit zorgethisch perspectief te bevragen, heb ik onderzocht hoe vanuit de zorgethiek gekeken kan worden naar burn-out bij artsen. Op deze manier tracht ik met dit onderzoek een zorgethische bijdrage te leveren aan het denken over burn-out bij artsen en de betekenis hiervan voor goede zorg.

Hoe heb je dit onderzocht?

In mijn onderzoek heb ik allereerst in een theoretische voorstudie beschreven welke invloeden westers maatschappelijke tendensen, de werkcultuur van artsen en het werkzaam zijn in de palliatieve zorg kunnen hebben op het spreken van artsen over burn-out bij artsen. Hier heb ik vanuit zorgethisch perspectief op gereflecteerd door in te gaan op de rol van emoties, afhankelijkheid, kwetsbaarheid, zorg voor zorgverleners en zelfzorg.

Daarna volgt een empirisch onderzoek. Carlo Leget, mijn thesisbegeleider, heeft me in contact gebracht met Floor Dijxhoorn, een promovendus bij Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). Zij heeft interviews afgenomen bij zorgmedewerkers werkzaam in de palliatieve zorg over de impact van hun werk. Ik mocht de tien interviews die zij heeft afgenomen bij artsen (huisartsen en specialisten) gebruiken voor mijn eigen onderzoek. Deze interviews heb ik gebruikt om te onderzoeken welke discoursen in relatie tot burn-out bij artsen naar voren komen wanneer artsen werkzaam in de palliatieve zorg spreken over hun werk.

Als laatste heb ik de theoretische voorstudie en de empirische bevindingen met elkaar in verband gebracht, welke vanuit zorgethisch perspectief werden bevraagd.

Wat zijn voor jou de meest verrassende bevindingen?

De thema’s die met de kritische discoursanalyse naar voren kwamen, waren in te delen in drie overkoepelende discoursen: hoe artsen spreken over de identiteit van artsen; hoe artsen spreken over burn-out; en hoe artsen spreken over zorg (voor artsen). Hieruit blijkt dat de werkcultuur van hard werken; sterk zijn; niet zeuren; eigen problemen oplossen; geen emoties laten zien; niet ziek zijn; en voor jezelf zorgen, diepgeworteld zit, waardoor er weinig ruimte is om burn-outproblematiek te bespreken en in het kader hiervan goede zorg te leveren. Opvallend vond ik de manier waarop indirect uit het spreken blijkt dat zelfs de artsen die zich proberen af te zetten tegen de heersende werkcultuur die de acceptie van burn-out bij artsen bemoeilijkt, ook in hun eigen spreken deze werkcultuur door laten schemeren.

Door vanuit zorgethische perspectief te reflecteren op de empirische bevindingen ontstaat er ruimte om artsen te zien als medemensen, inclusief hun onvermijdelijke kwetsbaarheid en afhankelijkheid en hun behoefte aan zorg. Zorg in het kader van burn-out wordt dan niet een individuele verantwoordelijkheid, maar onderdeel van de verantwoordelijkheid van een grotere sociale groep. Dit inzicht is een eerste stap in het accepteren van burn-out bij artsen.

Dymph Dieben

Student geneeskunde en masterstudent Zorgethiek en Beleid

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *