“Zo, heeft u uw lunch meegenomen”, grapt mijn kanker-arts als ik met een grote taart zijn spreekkamer in kom lopen. “Of bent u jarig?” Ik schud mijn hoofd en zeg: “Nee, mijn dochter is 18 jaar geworden. En ik vier dat ik haar mee heb mogen maken tot aan haar volwassenheid.”
Hij kijkt mij dan serieus aan en zegt: “Ik begrijp dat dit voor u veel zwaarder weegt dan bij veel anderen.” Ik knik. En vraag: “Weet u nog van toen?”
Ik vervolg: “Mijn dochter was 9 jaar oud toen ik kanker bleek te hebben. En ik was eerst totaal in shock.” Hij knikt en zegt: “Dat weet ik nog”. Terwijl ik de taart aan hem overhandig ga ik door: “Zie ik mijn dochter nog wel volwassen worden?”, vroeg ik toen. En zonder garanties hebt je toen gezegd: “Daar werken wij aan!” Mijn arts weet dit nog en zegt vervolgens: “Dat wij elkaar alweer 9 jaar kennen hè?” En ik zeg: “We hebben het gehaald. Nee, ik heb het gehaald.” Hij kijkt mij aan en vult aan: “Ja, u hebt een enorm verlies geleden, uw man…” Ik knik en zeg met een kleine ‘verbetering’: “Wij hebben een verlies geleden. Des te belangrijker dat ik er nog wel ben.”
De taart wordt in veiligheid gesteld en we lopen daarna de resultaten van mijn bloedonderzoek door. Alles ziet er stabiel uit. Er zijn ook geen klachten om te benoemen. Terwijl ik op de behandeltafel ga liggen praten wij door: “Ze heeft alleen mij nog maar hè? En toen zij 9 jaar oud was leek 18 nog zo ver weg. Maar nu zij 18 is vind ik dat eigenlijk ook nog zo jong.” Hij knikt terwijl hij mijn lymfeklieren bevoelt. Ook de lichamelijke controles tonen geen ‘gekke dingen’ aan.
Weer in de kleren en aan de gesprekstafel maken wij een afspraak voor de volgende controle en draait hij mijn receptje uit voor de ziekenhuisapotheek. “Nog bedankt voor de taart”, zegt hij bij het afscheid. En als laatste voegt hij toe: “Op naar de volgende 9 jaar. Daar gaan wij nu aan werken!”
Op wolkjes loop ik naar huis.
2 reacties
Erwin Apperloo
X.
Annemiek Pranger
Geweldig, gefeliciteerd en op naar de volgende 9 jaar inderdaad:)