Spijbelen

Author: 8 reacties
spijbelen

Ze haalt mij op uit de wachtkamer en glimlacht. ‘Wil je wat drinken?’ We nemen twee glazen water mee naar boven. ‘Hoe gaat het met je?’, vraagt mijn kankertherapeut als ik zit. Natuurlijk wist ik dat deze vraag zou komen. ‘Ik voel mij een beetje neerslachtig’, vertel ik haar. De tranen zitten mij meteen hoog.

Ik kijk haar aan, staar naar buiten, en vertel mijn verhaal. ‘Ik werk weer 36 uur maar niet in hele dagen. Overdag een paar uren en als mijn dochter naar bed is de rest. Mijn brein is nog niet ‘je van het’.’ Ze knikt en ik vervolg. ‘Als mijn dochter uit school komt probeer ik thuis te zijn. Daarna koken, samen eten. Dan heeft ze bijna iedere avond korfbal want ze zit in de selectie, of pianoles. Ik breng en support haar. En ’s avonds dus weer werken.’

Swanny-tijd

‘Hoe ziet je weekend eruit’, vraagt ze. Ik som op dat de klusjesman op zaterdagochtend op de stoep staat om de zolder te isoleren, dat mijn dochter ’s middags een wedstrijd heeft. ‘De zondag is voor de grote kinderen, mijn moeder, en anderen.’

Ze is even stil en zegt bedachtzaam: ‘Wanneer is er tijd voor jou?’ Ik schrik er bijna van. Het ‘is-dit-alles-gevoel’ had zich al aan mij opgedrongen maar ik had nog niet echt door waardoor mijn leven betekenis verloor voor mijzelf. Hardop denkend weet ik niet hoe ik mijn leven op dit moment anders moet organiseren. ‘Je wilt het goed doen voor iedereen,’ zegt ze. ‘Je lijkt niet te kunnen of te willen schrappen. Maar zo houd je het ook niet vol. Er is onvoldoende ‘Swanny-tijd’.’

Onzekerheid

Als ik nu nog zeker wist dat deze situatie tijdelijk was, dat ik in de opbouwende fase zit. Maar ik weet niet waar ik moe van word, waarom ik mij niet acht uur achter elkaar kan concentreren. De rouw is nog steeds actueel. Maar ook de chemo-reeks kan van invloed zijn. En natuurlijk is er altijd de kans dat het de kanker is die weer terugkomt.  ‘Waar ligt het aan en komt dit ooit weer goed?’, vraag ik mij af.

Ik kan de toekomst niet in kaart brengen. Ik weet waar ik sta in het hier en nu. Maar ik weet niet of het nog beter wordt of juist slechter.

Nog tijdens de therapie zeg ik dat ik na dit gesprek naar huis ga en niet naar mijn werk. Er staan geen afspraken met anderen in mijn agenda. Alleen afspraken met mijzelf. Ik ga mijn traanoogjes uit laten rusten.

Het goede

Ik ben aan het spijbelen. In de auto naar huis schud ik mijn slechte geweten van mij af. ‘Als iedereen te pas en te onpas zou verzuimen zou de wereld aan chaos ten onder gaan’, mompel ik tegen mijzelf. Maar nu even tijd voor mijzelf nemen is beter dan afknappen. Omdat ik niet weet hoe het anders moet maak ik een middag vrij: Swanny-tijd.

Thuis zet ik mijn lievelingsthee en zit ik nog een paar uurtjes met de poes op schoot te kijken naar een rechter die uitspraak doet bij burenruzies. ‘Wat lijkt het mij heerlijk om je samen met je echtgenoot druk te maken over een verkeerd geplaatste schutting,’ bedenk ik mij (terwijl ik weet dat dit niet ‘eerlijk’ is van mijzelf). Ik kijk er pardoes nog een aflevering achteraan over een clandestien geknipte heg. Hoe relatief is alles.  

Ik knuffel de poes nog eens extra. Daarna loop ik een lang stuk met de hond in de frisse lente-lucht voordat onze dochter uit school komt. Mijn gedachten gaan alle kanten op, er is ineens ruimte voor overpeinzingen. ‘Ik moet vaker het goede voor mijzelf kiezen en ook doen’, besluit ik. Te veel kijk ik naar anderen waar ik mij verantwoordelijk voor voel. Omdat ik spijbelen niet oké vind besluit ik nu en dan wat uren op te nemen, gewoon voor mijzelf.

Het grootste deel van de huidige situatie heb ik niet in de hand (gehad): het sterven van Bert, mijn eigen ziekte.  Dat moet ik aanvaarden. Maar waar ik wel enige invloed op heb is mijn ‘eigen’ tijd. Om weer trachten te leven in plaats van overleven. Ik ga proberen om zo te leven, dat het weer de moeite waard is.  Ook voor mij.

Swanny Kremer

Deze column is een onderdeel van De ‘Kankercolumns’ waarin columniste Swanny Kremer haar ervaringen beschrijft van een jaar van groot verlies, hoop en wanhoop, angst, heel veel verdriet en telkens weer houvast zoeken en opkrabbelen. Lees hier de introductie van deze serie. 

8 reacties

    1. Wat aardig om te zeggen Marjolein, Een spiegel voorhouden die helpt, dat betekent dat je er zelf in hebt gekeken 🙂 Vanuit die gedachte: mooi! Groeten!

    1. Ik denk dat ieder een eigen manier heeft om om te gaan met verlies, in mijn geval verlies van mijn man en mijn gezondheid. Om te starten zat ik, na het overlijden van mijn man die tegelijk viel met mijn chemoreeks, eerst in de overlevingsmodus. Ook letterlijk. Dat houdt in dat ik zo goed mogelijk doorging met de belangrijkste dingen, mijn kind(eren), netwerk en werk. Ik verloor tijd voor mijzelf nemen uit het oog. Voor mij is even ruimte pakken voor mijzelf essentieel. Het geeft lucht en ruimte om na te denken, om mijn hersenen even vrij spel te geven, om ruimte te ervaren voor nieuw denken. En als ik deze ruimte nu en dan pak merk ik dat ik mij weer op kan laden. Zo heb ik ook juist meer energie voor en met anderen. Hoe dat gaat in de praktijk? Nog best lastig als alleenstaande werkende moeder. Moet zeggen dat ik reistijd in de trein in dit opzicht zeker kan waarderen 😉

  1. Spijbelen… Wat zou het precies zijn? Je verantwoordelijkheid ontlopen? Verdriet de ruimte geven? Een draai aan je gedachten geven? Afgelopen weekend maakte ik met mezelf de afspraak dat ik er weer tegenaan moest. Het is nu 2,5 maand geleden dat we Willem hebben moeten begraven. Laat ik de weekenden maar houden voor het verdriet. Gisterochtend vroeg opgestaan, vol van mijn opgepepte moraal. Vandaag maak ik een nieuwe start! Ik zag mijn tas en laptop staan en dacht, ” nee, eerst koffie “. Terwijl ik voor me uit staarde en koffie dronk wist ik dat ik naar hem toe wilde. Naar de plaats in het bos waar hij ligt, waar het zo vredig is en hij zo dichtbij. En toch ook maar een stevige wandeling gemaakt over de Mookerheide.
    ” Zo, laat de dag maar komen ” dacht ik terwijl ik afscheid van hem nam. Op de splitsing in Malden kwam het gevoel op. Ik hield rechts aan, richting het Radboud Ziekenhuis. In verwarring over mezelf de auto op de parkeerplaats neergezet en via de hoofdingang honderden meters afgelegd. Ik zag bekenden, voelde bekendheid, en moest moeite doen om niet naar Hematologie te gaan. ” Ze zouden wel denken…” Ik wist dat niemand zou vragen wat ik in het ziekenhuis deed. Het kon ook voor mezelf zijn. In het restaurant een broodje gegeten. Tussen al die mensen in die witte jassen die 18 maanden lang geprobeerd hebben om mijn zoon te redden van die verschrikkelijke ziekte. Nee, dichterbij kon hij niet komen vandaag. Om 14.00 thuis. Moe van de emoties, moe van de verwarring over mijn gedrag. Blij dat ik zo dicht bij hem kon zijn. Ja, ik heb gespijbeld.

    1. Hans, we hebben vaker even contact gehad over je verschrikkelijk grote verlies. Willem is nog maar zo kort geleden gestorven. Dapper om al te proberen om een nieuwe start te maken, denk ik. Dat je daarbij jezelf goed tegenkomt vind ik niet meer dan begrijpelijk. Voor mij is rouw in ieder geval geen contant gevoel of gebeuren. Soms handhaaf ik mijzelf heel redelijk. Soms prikt het verdriet en gemis genadeloos door mijn beschermlaagje heen. Het is zoals het is, en het mag er zijn. Dan gun ik jou ook: laat het maar gebeuren, voel wat je voelt. Neem ruimte voor je verdriet, en wees een beetje lief voor jezelf.

  2. Wat goed! Door tijd te nemen creëer je tijd en energie voor jezelf en anderen. Even niets met niemand is zo heerlijk. Het is je meer dan gegund🙋‍♀️

    1. Dank je wel CS,het klopt voor mij inderdaad wat je zegt. Door even ‘vrije ruimte’ voor mijzelf te creëren maakt dat ik ook meer ruimte ervaar voor anderen. Win-win 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *