Diep in slaap en hard snurkend ligt ons hondje op de bank. “Zullen we gaan wandelen?”, zeg ik en kijk vertederd naar haar. Bij het woord ‘wandelen’ schieten haar oren omhoog. Met haar stramme lijfje rekt zij zich uit, haar ogen zijn wat flets van ouderdom, zij begrijpt ook niet alles meer, maar wandelen wil zij wel.
We gaan over de brug, dat doen wij vaak op zaterdag. Buiten trippelt zij blij met mij mee. Bij het theehuis wil zij naar binnen maar ik loop standvastig door. “Nee, ze werkt vandaag niet”, zeg ik terwijl ik op mijn dochter doel. Buiten het dorp, net voorbij ‘het paaltje’ op het fietspad laat ik haar los. Ze snuffelt in de berm rond, er zijn zo veel geuren.
Ik loop een stukje door en zie als ik achterom kijk dat zij is blijven staan. Ook als ik haar roep wil zij niet verder. Ze vertikt het gewoon, draait zich om en werpt een blik naar achteren. Verder gaat zij niet. Er is een ander plan.
“Oké”, zeg ik, “we gaan!” Bij het paaltje teruggekomen lijn ik haar weer aan en in een rechte streep loopt zij door naar haar doel: de Snuffelschuur. Op de oprit van deze schuur begint zij aan de lijn te trekken alsof zij een rendier van de kerstman is. “Het zou mij niet verbazen als wij zo opstijgen”, denk ik. Maar dan hoor ik wat zij al lang gehoord heeft: ‘de gulle lach’ van de Snuffelschuurmevrouw.
Binnengekomen springt zij wel een meter hoog, zo enthousiast is zij. “Is mijn kleine vriendin daar weer”, wordt er gezegd. “Jij wilt vast wel wat lekkers?”, en dat is zeker waar.
“Ik neem haar wel even”, zegt zij, “dan kun jij tenminste rondkijken.” En terwijl ik op mijn eigen manier rondsnuffel tussen de snuisterijen, het serviesgoed, heiligenbeelden en oud gereedschap snuffelt ons hondje gelukzalig bij de kassa rond.
Uiteindelijk sta ik bij de kassa met een doos vol technische snufjes in een sorteerdoos waarvan ik van de helft niet weet wat het is. De Snuffelschuurmeneer met het hoedje legt het een en ander uit en plakt de doos voor mij dicht, de Snuffelschuurmeneer zonder hoedje vraagt of ik thee wil.
Terwijl ik ‘een bakkie doe’ en we samen even het dorp ‘doornemen’, komt daar de lunch voor de medewerkers aan. Dit is het moment. Keurig positioneert ons hondje zich voor de voeten van haar vriendin en samen delen zij een tosti. Ook al mist zij best veel tanden, dit lukt haar opperbest. “Dit is echt haar zaterdagse uitje”, zeg ik.
Tevreden gaan hondje en ik daarna samen weer naar huis en ik denk al wandelend in mijzelf: “Het lijkt zo alledaags, zo gewoon. Maar het zijn vaak de kleine dingen die het doen.”
0 reacties