Top

roofvogel

Roofvogel

De wijn smaakt haar niet meer en daar genoot ze voorheen altijd zo van. En van een dagje goed ‘soppen’ komt ze haast niet meer bij. Ze besloot maar naar de dokter te gaan. Na wat onderzoekjes blijkt het goed mis te zijn, de grote ‘K’ in de lever.

De grote ‘K’

Ze wil geen behandeling. Misschien leeft ze dan een maand langer, maar dan is het laatste stukje een beroerd leven. Dat wil ze niet. Ze wil naar haar kind en zijn gezin. Ze wil haar kleinkinderen zien, knuffelen en daar nog van genieten. Daarom boeken zij en haar man een ticket naar ‘de andere kant van de aarde’. Morgen zullen ze wegvliegen, voor het eerst in de businessclass. ‘Jammer dat de wijn mij niet meer smaakt, anders had ik gezegd; laat maar doorkomen. Ha, ha, ha’, grapt ze.

We gaan naar het eiland waar ze woont. Afscheid nemen. We zitten bij haar thuis opgepropt tussen halfingepakte koffers en fruitmandjes, ‘Ja wel lief bedoeld hoor, maar ik kan het niet meenemen hè? Wil je nog een perzik?’

Ze praat veel en snel: ‘Ik heb nog gevraagd, komt het van de gezellige avondjes met de Chardonnay en de Sauvignon Blanc? Maar daar heeft het gelukkig niets mee te maken. Het is gewoon k*t’.

Ik ken haar nu mijn halve leven en heb vaak een wijntje met haar meegedronken. Ze heeft nog nooit een blad voor de mond genomen. Nu ook niet.

Verbinding

Ze krijgt veel fruit en beterschapskaartjes en de buurvrouw bakte appeltaart. Ook krijgt ze bezoek. Maar ze mist het bezoek van haar enige broer. Ze heeft hem zelf gevraagd om te komen, maar hij houdt dit met vage redenen af. Ze is hier heel verdrietig over. ‘Hij durft ook niet te vliegen dus ik ga hem nooit meer zien. Het is nu of nooit. Dat heb ik hem ook gezegd, maar hij komt gewoon niet.’ De verbinding die ze altijd met hem dacht te hebben lijkt ze zelf al wat af te brokkelen door haar boosheid. Misschien is het verdriet dan beter te hanteren?

De prognose is niet best. Ze hebben een visum voor een half jaar. Ze stift haar lippen mooi rood en zegt ‘maar je ziet mij niet meer hoor’. Dan serveert ze appeltaart en bier.

Olijfolie

Bij het afscheid vraagt ze of we olijfolie gebruiken. Ze kan het niet meenemen. We krijgen 1,5 fles echt goede olijfolie mee. Dan omhelzen we elkaar. Zo’n moeilijk moment. Ze grapt en grolt nog wat maar kijkt heel verdrietig. Ik moet bijna huilen maar wil niet te dramatisch doen, dat heeft ze verzocht. Maar mijn hart kantelt zich als ik haar voor de allerlaatste keer omhels.

We lopen langs de dijk in wind en regen terug naar de boot. De olijfolie in een tasje van de supermarkt mee. Ik vraag mij af wat of wie er eerder ‘op’ is. De olijfolie of zij. Ik ben triest.

Op de boot denk ik nog na over wat het leven belangrijk maakt. Op de valreep van haar leven denkt ze aan haar kind en zijn gezin waar ze gelukkig welkom is. Daar wil ze zijn, daar wil ze nog genieten. En ze denkt aan haar broer. In hem is ze erg teleurgesteld. Geen woord over haar spullen, huis, status, of wat dan ook. Dat doet er niet (meer) toe.

Vanuit de auto naar huis zie ik een roofvogel vliegen met een muis in zijn klauwen. Ik zie het staartje er tussen uitsteken. Ik denk dat de muis nog leeft, en in de lucht weet dat hij zijn einde tegemoet gaat. De muis moet ergens begrijpen dat dit niet goed afloopt. Zou zij zich als die muis voelen morgen in het vliegtuig? In de greep van de naderende dood? Ik denk het wel.

Vandaag ‘is ze gevlogen’. Dag lief schoonzusje. Ik zal je nooit vergeten.

Swanny Kremer

, , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie