Oud en Nieuw

Author: 5 reacties
oud en nieuw

Ik vind de feestdagen confronterend. Iedereen om ons heen maakt plannen en doet gezellige dingen. Gezinnen zijn bij elkaar, familie-etentjes worden gehouden, feestjes gevierd. Ik vind het moeilijk om al dat onbezorgde geluk te zien maar denk bij mijzelf: ‘Anderen kunnen er ook niets aan doen dat ze gelukkig zijn en niet ziek of dood.’

Wij doen ook ons best om er iets van te maken. We trekken veel naar elkaar toe, de grote kinderen, mijn dochter en ik. Ik vind dat heel fijn, ‘beter bij elkaar in verdriet dan apart’, denk ik.

Dus alle kids, ik en twee honden zitten in mijn autootje gepakt tussen slaapzakken, champagne, bier en vuurwerk. We gaan naar Gouda, naar de zanger van mijn eerste bandje. Hij is sinds jaar en dag een vriend van de familie.

Vorig jaar was Bert erbij, dit jaar vieren we Oud en Nieuw zonder hem.

Gesprekken

Het is goed om onze vriend weer te zien. Hij heeft de rouwkaart van Bert ingelijst op de schoorsteenmantel staan. Hij geeft mij een schilderij van zijn hand dat Bert zo mooi vond.

We eten, drinken en praten.

‘Ik heb het er met een vriend over gehad’, zegt mijn ‘grote meisje’: ‘Wat zou er gebeurd zijn als Papa niet zelf morfine had genomen?’ Ik snap haar  ‘wat als’ gedachten.  Het tafeltje vol medicijnen stond naast zijn bed. De huisarts wilde graag inzicht in Berts medicatiegebruik, dus ik hield een schriftje bij. De morfine was sneller op dan uit het overzicht in het schriftje verklaarbaar was. Ik zeg: ‘Papa kon niet beter worden, hij kon alleen nog zelf bepalen dat hij minder wilde lijden.’ Ze knikt, ‘Ja’,  zegt ze, ‘zo sta ik er ook in’.

Ik vertel haar dat hij enkele dagen voor zijn dood vroeg om een glas wijn. Heel even stond ik in tweestrijd toen ik naar de tafel vol medicijnen keek: moet ik nu alle bijsluiters gaan lezen?

Ik heb dat van mij afgeschud en hem een glas wijn gegeven. ‘Hij genoot er intens van’, vertel ik haar.

‘De dag erna ‘glinsterde’ hij tegen de huisarts: ‘Ik heb gisteren een glas wijn gehad.’ Ik hield even mijn adem in. ‘Goed zo!’, zei de huisarts. Ik zuchtte van verlichting’.

‘Op Vaders’, doet mijn bonuszoon, en we proosten met elkaar op Bert.

Nieuw jaar

Al pratend, samen herinneringen ophalend over ‘deze periode vorig jaar’, vordert de avond. Om middernacht omhelzen we elkaar en gaan op straat de buren ‘Gelukkig Nieuwjaar’ wensen en vuurwerk afsteken.

Mijn dochter vindt het fantastisch, wij hebben prachtige vuurpijlen, sprankelende dingen die over de grond tollen en nog veel meer.  Ze is er heel druk mee. Onze vriend heeft een grote doos met één lontje. Nadat hij dat aansteekt hebben we een paar minuten een prachtige lichtshow.

De pijlen gaan heel hoog naar een hemel waar ik niet in geloof.

Ik besef dat we vanaf nu in een jaartal leven waarin Bert niet heeft geleefd. Een heel nieuw jaar zonder hem. Ik moet dat accepteren. Ik kijk naar de grote kinderen die met een glas bubbels staan te praten op straat, naar mijn dochter die klein vuurwerk in de vorm van bijtjes afsteekt.  Er is nog zoveel om te koesteren. En ik mompel in mijzelf: ‘Alsjeblieft, laat er toekomst zijn.’

Swanny Kremer

Deze column is een onderdeel van De ‘Kankercolumns’ waarin columniste Swanny Kremer haar ervaringen beschrijft van een jaar van groot verlies, hoop en wanhoop, angst, heel veel verdriet en telkens weer houvast zoeken en opkrabbelen. Lees hier de introductie van deze serie. 

5 reacties

  1. Dank je wel Swanny, mijn jongere broer is op 44 jarige leeftijd aan een hersentumor overleden (3 jaar geleden), en zodoende heb ik het als tante van zijn kinderen en schoonzus, kind van mijn ouders, zus, neefjes en schoonzus en andere dierbaren nabij mee gemaakt, ieder op haar en zijn eigen manieren…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *