Top

mediahypes-in-de-zorg

Mediahypes in de zorg: misstand of verantwoordelijkheid?

Huub Evers

Huub Evers

Zijn moeder kwam half mei bij Knevel en van den Brink vertellen dat haar zoon was verhuisd naar een andere instelling. De achttienjarige Brandon kwam eerder in het nieuws toen de EO beelden uitzond waarop te zien was hoe hij vastgeketend in een tuigje zat. De vergelijking met de zaak Jolanda Venema uit 1988 was snel gemaakt. In de kranten verscheen toen een foto waarop het 22-jarig verstandelijk beperkte meisje naakt stond afgebeeld, vastgeketend aan de muur. Ook toen was het land te klein.

In de wijze waarop media omgaan met dergelijke incidenten valt een patroon te herkennen, de ‘mediahype’. Daarvan is sprake wanneer na een incident een nieuwsgolf ontstaat die het gevolg is van een zichzelf versterkend proces, waarbij nieuws niet alleen vervolgnieuws genereert, maar ook een aanjagende werking heeft: gebeurtenissen beïnvloedt, uitlokt of zelfs creëert die op hun beurt ook weer nieuws worden.

Er is altijd een actuele aanleiding. In het geval van Brandon was dat de EO-uitzending. Het moet gaan om een gebeurtenis met een bijzondere nieuwswaarde, er moet sprake zijn van specifieke ingrediënten die een bepaald voorval mediageniek maken. Hierbij kan de beschikbaarheid van beelden een belangrijke rol spelen.

Het gaat niet alleen om de gebeurtenis op zichzelf; die gebeurtenis moet ook in een sociaal relevante context geplaatst, ‘gelabeld’ kunnen worden, bijvoorbeeld met het etiket ‘misstanden in de jeugdzorg’. Dan pas krijgt zo’n gebeurtenis een extra dimensie en kan ze gaan fungeren als startpunt van een nieuwsgolf.

Het thema wordt opgepikt door alle media. Het incident wordt verbonden met bredere maatschappelijke issues of vroegere gebeurtenissen, vaak door deskundigen in actualiteitenprogramma’s. Elke redactie zoekt naar vergelijkbare zaken uit het verleden of gaat speuren naar andere aspecten of originele invalshoeken.

Die massale publiciteit maakt allerlei maatschappelijke reacties los die op hun beurt ook weer nieuws worden. Deskundigen gaan reageren, belangengroepen grijpen hun kans. De nieuwsgolf bereikt zijn hoogtepunt, vaak geconcentreerd in spoeddebatten en discussies over het opstappen van verantwoordelijken (“gaan er koppen rollen?”) of het afkondigen van maatregelen om herhaling te voorkomen.

Dan verdwijnt het onderwerp uit de publiciteit en storten de media zich op andere onderwerpen.

In de EHEC-crisis dook het begrip ‘medische hype’ op. Nu zijn het niet de media, maar de autoriteiten die over elkaar heen buitelen en tegenstrijdige informatie geven. Door gebrek aan regie, vooral in Duitsland, roept iedereen maar wat. Gevolg is dat burgers bang worden en álle groenten mijden, niet alleen taugé.

Dr. Huub Evers is media-ethicus en publicist bij Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg

Gert Olthuis

Gert Olthuis

Huub Evers maakt inzichtelijk hoe mediahypes tot stand komen. Dat de gezondheidszorg een dankbare bron is van dergelijke hypes, verbaast niks. Het gaat om een sector waar velen van ons mee te maken krijgen, het gaat om publiek geld en het gaat ook nog eens om kwetsbare medeburgers. Aan maatschappelijke relevantie geen gebrek. Een misstand is snel geboren.

Wanneer we door een zorgethische bril kijken, dan valt op dat er bij mediahypes meer in beeld komt dan alleen een misstand. Zorgpraktijken verschijnen door die bril als verantwoordelijkheidspraktijken waarbij verschillende betrokkenen verantwoordelijkheid jegens elkaar en zichzelf dragen in een proces van reageren op een kwetsbare, zorgafhankelijke ander. Wat zien we eigenlijk als we de journalistieke praktijk ook bezien als een verantwoordelijkheidspraktijk? Als een praktijk waarin journalisten, commentatoren en programmamakers verantwoordelijk zijn voor het brengen en duiden van nieuws en het recht doen aan de context (en de betrokkenen) waarover dat nieuws gaat?

Journalisten fungeren als het ware als de ogen en oren van hun publiek van lezers, kijkers en luisteraars. Zij informeren dat publiek en schotelen hen analyses en commentaren voor over belangwekkende gebeurtenissen in de samenleving. Belangeloze waarheidsvinding is hun verantwoordelijkheid (Greven, 2007). Maar uit Evers’ analyse van mediahypes blijkt er een precair aspect aan die verantwoordelijkheid te zitten. Hypes hebben namelijk het karakter van een (nieuws)golf. En als die eenmaal aan het rollen is, houdt niemand die tegen. Kijk naar de hype rond Brandon. Allerlei maatschappelijke en politieke belangen en visies op de zorg voor verstandelijk beperkte, agressieve medeburgers buitelden in de media in razend tempo over elkaar heen. Wat betekent dit voor ‘belangeloze waarheidsvinding’ waar nieuwsredacties op uit zijn?

Om te komen tot een afgewogen nieuwsgaring en waarheidsvinding, maken goede journalisten (er wordt namelijk ook veel geknipt en geplakt) gebruik van hoor- en wederhoor. Dat is lastig in de zorg. Natuurlijk, mediamakers kunnen een stem geven aan ontevreden patiënten, cliënten en hun naasten. Beelden zoals die van Brandon werpen kritische vragen op over hoe we als samenleving en in de zorg omgaan met ‘lastige klanten’. Maar de mogelijkheid tot wederhoor is beperkt. Het vertrouwelijke karakter van de zorg maakt dat zorginstellingen niet in kunnen gaan op individuele gevallen. Wederhoor blijft beperkt tot omfloerste commentaren van woordvoerders en bestuurders. Dat komt de waarheidsvinding niet altijd ten goede en zorgt er regelmatig voor dat de nieuwsgolf nog krachtiger gaat rollen.

De paradox van mediahypes zoals die rond Brandon is dat we als nieuwsconsument heel veel te weten komen, maar nauwelijks inzicht krijgen in wat er werkelijk aan de hand was. Wiens verantwoordelijkheid is dat eigenlijk?

Gert Olthuis

Greven J. Waarheidsvinding als oefening in dienstbaarheid. Idealen in de journalistiek. In: J. Kole & D. de Ruyter (red.). Werkzame idealen. Ethische reflecties op professionaliteit. Assen: Van Gorcum, 2007, pp. 104-114. 

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie