Top

eva van reenen

Leven na de ZeB: Eva van Reenen

Wie ben je? Wat is je achtergrond?

Mijn naam is Eva van Reenen en ik rondde in 2015 de master Zorgethiek en Beleid af. Je zou kunnen zeggen dat ik via een omweg bij deze studie terecht ben gekomen.

Mijn middelbare schooldiploma behaalde ik in 2008 met een “verkeerd” vakkenpakket voor de studie die ik, na jaren twijfels, op dat moment wilde gaan doen: Geneeskunde. Ik volgde daarom een jaar volwassenenonderwijs aan het ROC om mijn diploma aan te vullen met de benodigde ‘betavakken’.

In 2009 begon ik aan de studie Geneeskunde in Utrecht om er in 2012, na het behalen van het Bachelor diploma, mee te stoppen. Na een jaar van meer twijfels, open dagen van diverse studies en Universiteiten te bezoeken en een mooie reis te maken door Amerika, begon ik in 2013 aan de Master ZeB.

Tijdens mijn studietijd heb ik gewerkt op een gecombineerd kantoor voor enerzijds een medisch adviesbureau en anderzijds een revalidatiecentrum. Hier maakte ik kennis met andere kanten van de gezondheidszorg; hoe de wetgeving op nationaal niveau zich uit in de praktijk van een zorginstelling, de invloed van zorgverzekeraars op de zorgpraktijk, de administratie achter de schermen, et cetera.

Wat begon als een bijbaantje heeft me uiteindelijk veel geleerd over de verschillende facetten van onze gezondheidszorg. Daarnaast heb ik altijd met veel plezier mijn ‘betaalde hobby’ uitgeoefend; het begeleiden van zangers en koren op de piano.

Wat was je reden om de master Zorgethiek en Beleid te gaan doen?

Van 2009 tot 2012 studeerde ik Geneeskunde. Gedurende die drie jaar heb ik vaak getwijfeld of ik daar wel op de goede plek zat. Toen we in het derde jaar coschappen moesten gaan lopen, werden mijn twijfels alleen maar sterker en was ik bovendien erg ongelukkig. Ik besloot een jaar van pauze en reflectie in te lassen.

Zoals ik hiervoor al heb aangegeven, bezocht ik in dat jaar open dagen van diverse studies en Universiteiten. Ik bezocht zowel open dagen van Masterstudies die aansluiten op de Bachelor Geneeskunde als compleet andere studierichtingen.

Proefcollege

Bij toeval eigenlijk stuitte ik op de Master ZeB; de studie was net vanuit Tilburg naar Utrecht verhuisd en bood voor mij een mooie aanvulling op het beperkte ethiekonderwijs dat er binnen de geneeskundeopleiding werd gegeven. Ik zag de studie in eerste instantie dan ook als een verdieping om uiteindelijk met me mee te nemen naar de Master Geneeskunde.

Het proefcollege door Carlo Leget wist me enorm te enthousiasmeren. Pas tijdens de studie zelf zou ik erachter komen dat de ethiek om meer draait dan de vier pijlers van de medische ethiek; goed doen, geen kwaad berokkenen, autonomie en rechtvaardigheid. Er ging een wereld voor me open.

Waar ging je afstudeerthesis over?

Voor mijn afstudeerthesis heb ik de geneeskundeopleiding door een zorgethische bril onderzocht. Het uitgangspunt daarbij was mijn eigen knagende gevoel over de geneeskundeopleiding en de zorgpraktijk tussen arts en patiënt, gesterkt door ervaringsverhalen en (wetenschappelijke) literatuur die aankaarten dat artsen soms (zeker niet altijd en vaak onbedoeld) leed toevoegen aan patiënten.

Als oorzaak hiervoor wordt genoemd de onderliggende medische ethiek waarbij de nadruk ligt op rationaliteit en rechtvaardigheid. Zorgethiek benadrukt juist het belang van relationaliteit en kwetsbaarheid. Inzichten van de zorgethiek zouden de medische ethiek kunnen verrijken en kunnen leiden tot een zorgpraktijk waarin aandacht is voor de concrete patiënt en zijn of haar behoeften.

Een zorgpraktijk waarin geen leed aan de patiënt wordt toegevoegd. De eerste vorming van toekomstige artsen vindt plaats gedurende de geneeskundeopleiding en met name de praktische jaren zijn van grote invloed op de vorming van artsen. Geïnspireerd op een artikel van Elin Martinsen uit 2011 heb ik dan ook onderzocht welke uitdagingen zich zouden kunnen aandienen bij het vertalen van inzichten van de zorgethiek naar de praktijk van de geneeskundeopleiding.

De thesis

In het kader van de thesis heb ik negen kernpunten van de zorgethiek geformuleerd. Middels een verkenning van literatuur die een relatie legt tussen zorgethiek en (medisch) onderwijs, (empirische) literatuur over de geneeskundeopleiding en een zorgethisch empirisch onderzoek (Grounded Theory benadering) onder vijf Utrechtse geneeskundestudenten. 

Betekenisvolle ruimte voor inzichten van de zorgethiek binnen de Nederlandse geneeskundeopleiding.-  Eva van Reenen, 2015.

Ik heb een antwoord proberen te geven op de vraag: “Welke eigenschappen van de huidige Nederlandse geneeskundeopleiding zouden betekenisvolle ruimte voor de zorgethiek – specifieker de negen in het kader van de thesis geformuleerde kernpunten van de zorgethiek – binnen de geneeskundeopleiding in de weg kunnen staan?”
Betekenisvol wil zeggen dat het resulteert in het opleiden van artsen die niet abstract ethisch redeneren, maar in een relationeel afstemmende zorgpraktijk samen bepalen wat het goede is.

Het antwoord bleek tweeledig

Enerzijds zijn er niet-onderwijskundige uitdagingen in de vorm van de medische moraliteit die als institutionele invloed doorwerkt in het verborgen, informele en formele curriculum van de geneeskundeopleiding en weinig onderhevig is aan verandering.
Deze medische moraliteit heb ik in de thesis getypeerd als ‘rendementsdenken’ en een dergelijke moraliteit staat haaks op de idee dat samen in een relationeel afstemmende zorgpraktijk bepaald moet worden wat het goede is.

Anderzijds zijn er onderwijskundige uitdagingen in de vorm van het niet vanzelfsprekend zijn van een zorgende leeromgeving, bijvoorbeeld waar docenten gehoor geven aan de behoeftes van studenten en veel regels, hoge eisen en toetsen het onderwijs niet bevorderen. Het ontbreken van een dergelijke omgeving komt het leerproces van geneeskundestudenten niet ten goede en het ondermijnt bovendien de boodschap van de zorgethiek ten aanzien van de relationaliteit in zorgpraktijken.
De praktische uitvoering van het overwinnen van deze uitdagingen heb ik opengelaten voor vervolgonderzoek.

Wat heeft deze studie jou gebracht?

De studie heeft me ten eerste kennis en vaardigheden gebracht. Filosofische kennis, kennis over de ethiek, over de zorgpraktijk, over beleid in de gezondheidszorg en de academische en onderzoeksvaardigheden om deze kennis in de praktijk te brengen.

Vanuit mijn Geneeskunde-achtergrond dacht ik dat ethiek gelijk stond aan de biomedische ethiek die de boventoon voert in de gezondheidszorg. Alleen al de reflectie op dergelijke vormen van consequentialistische en deontologische ethiek, waaruit de zorgethiek ook is ontstaan, was een enorme eye-opener voor mij.

Zorgethische inzichten

De scope van de zorgethiek is bovendien veel breder dan alleen de gezondheidszorg, maar daar is wel altijd mijn grootste interesse naar gebleven. Binnen die gezondheidszorg lijkt de belangrijkste vraag naar de achtergrond te zijn verschoven, bedolven onder administratie en protocollen: wat is goede zorg? De zorgethiek heeft mij geleerd daarover na te blijven denken en ook hoe daar over na te denken, met zorgethische inzichten als handvaten, zonder daarbij uit het oog te verliezen dat er al een heleboel goede zorg wordt geleverd.

Hiermee heeft de studie mij ook op persoonlijk, sociaal en maatschappelijk vlak veel gebracht. Door de studie en met name ook door mijn afstudeerthesis ben ik beter gaan begrijpen waarom ik me niet op mijn plek voelde bij de geneeskundeopleiding.

De mens achter de klacht

Het was een combinatie van persoonlijke factoren en de manier waarop de opleiding maar ook het beroep van arts in elkaar zit. De hiërarchische structuur, de ambitie en werkdruk, het moeten passen in een bepaald ‘format’ en niet de verwachtingen waar kunnen maken die ik bij het beroep had, hebben denk ik gemaakt dat ik uiteindelijk gestopt ben. Het draaide maar weinig om de mens achter de klacht.

Ik kreeg vooral steeds te horen dat ik sneller moest werken en assertiever moest zijn, in plaats van dat er besproken werd waar een patiënt mee zat en hoe we dat het beste aan konden pakken. Achteraf realiseer ik me dat dat slechts een kant van het vak is, maar juist die kant heeft gemaakt die ik het niet meer zag zitten de andere kanten te gaan ontdekken.

Daarnaast gaf de studie mijn leven weer een nieuwe richting; mijn toekomst als arts was weggevallen, maar inmiddels heb ik het gevoel dat ik op een andere manier iets kan bijdragen aan de gezondheidszorg, namelijk door middel van het doen van onderzoek.

Tot slot heb ik in de afgelopen twee jaar helaas zelf veel te maken gehad met de gezondheidszorg en bood de zorgethiek mij hulp bij het reflecteren op frustraties ten aanzien van de medische wereld maar ook ten aanzien van mijn eigen veranderende wereld.

Kan je nog wat meer vertellen over je werkzaamheden na de master ZeB?

Na de Master ZeB kreeg ik de kans om mee te werken aan een onderzoek op de UvH naar therapietrouw bij MS patiënten. Gedurende 1,5 jaar voerde ik samen met Leo Visser, Merel Visse, Hanneke van der Meide en Wieke van der Borg (VUmc) een kwalitatief, fenomenologisch onderzoek uit naar de ervaringen van MS patiënten met het gebruik van orale medicatie. Het onderzoek werd gefinancierd door het farmaceutisch bedrijf Sanofi Genzyme.

Behalve alle onderzoekservaring heeft dit project ook twee publicaties opgeleverd; één is nog in de maak en de ander ligt ter beoordeling bij Qualitative Health Research.

Omdat ik slechts één dag per week aan dit onderzoek mocht werken, heb ik mijn baan op kantoor aangehouden. Bovendien had ik daardoor tijd om mijn afstudeerthesis om te schrijven naar een wetenschappelijke publicatie. Samen met Inge van Nistelrooij, mijn thesisbegeleider en (bij gebrek aan een betere omschrijving) mentor, is het in december 2017 uiteindelijk gelukt om ons artikel te publiceren in Nursing Ethics.

Verdere samenwerking

In de periode na het Therapietrouw-project legde ik de laatste hand aan de artikelen ter afronding ervan en leek het erop dat mijn tijd op de UvH toch echt aan zijn einde kwam. Op dat moment kreeg ik echter te horen dat Genzyme graag een verdere samenwerking met ons aan wilde gaan en in dat kader ook een nieuw onderzoek zou willen financieren. Mij werd gevraagd of ik dit nieuwe onderzoek als mijn promotieonderzoek zou willen uitvoeren.

Dankbaar voor deze mooie kans heb ik vanaf januari 2018 samen met Hanneke van der Meide, Leo Visser en Carlo Leget gewerkt aan een onderzoeksvoorstel om als subsidieaanvraag in te dienen bij Genzyme. Het onderzoek is een filosofische en zorgethische verdieping van de resultaten van het eerdere project en zal zich richten op onzekerheid in de zorgpraktijk rondom medicatiegebruik bij mensen met (RR)MS. Een longitudinale, fenomenologische studie met de ontwikkeling van een fenomenologische toolkit voor de praktijk.
Ik hoop binnenkort met dit onderzoek te kunnen gaan starten.

, , , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie