“Ik ben niet in staat de deur te openen van de slaapkamer waar zij sliepen tijdens hun bezoek en waar ik tijdens hun afwezigheid hun speelgoed bewaar. Het gevoel van verlies is overweldigend en veroorzaakt lichamelijke klachten, zoals buikpijn en een diep gevoel van stress. Pas na enkele dagen weet ik mij te herpakken, zodat ik hun spullen opnieuw kan ordenen en opbergen voor een volgend bezoek.” (Auteur)
Vandaag kreeg ik het wéér te horen: “Inderdaad jammer dat ze zo ver weg wonen. Het is zo leuk om met ze op te trekken en ze te zien groeien, in alle opzichten”, wanneer ik vertel dat mijn kleinkinderen in het buitenland wonen en ik ze niet van dichtbij kan zien opgroeien.
Ik vroeg mij af wat er bekend is over het fenomeen lange-afstand grootouders en of mijn eigen emoties omtrent het verdriet en verlies van nabijheid hiermee te vergelijken zijn. Dat ik niet de enige grootmoeder ben met kinderen over de nationale grens, blijkt wel uit de toegenomen globalisering en mobiliteit van mensen over internationale grenzen heen. Kinderen verhuizen vanuit hun land van herkomst naar andere delen van de wereld, waarbij ouders en grootouders achterblijven. Het verdriet en de gevoelens van verlies van deze achterblijvers vormt een over het hoofd gezien onderwerp binnen de hedendaagse samenleving (Jithoo et al., 2020).
Tot op heden zijn de ervaringen van lange-afstand grootouders slechts in beperkte mate onderzocht. Enkele auteurs die dit thema hebben aangestipt zijn Michell en Lovegreen (2009), Jithoo et al. (2020), Ellis (2020), Cohen (2023) en Ferreira (2025). Het begrijpen en erkennen van deze vorm van verlies is van belang, zowel om de emotionele betekenis ervan te onderkennen als om, indien nodig, passende vormen van ondersteuning te ontwikkelen.
Mijn onderzoek heeft als doel een beter begrip te ontwikkelen van de aard en dynamiek van het verlies en verdriet dat lange-afstand grootouders kunnen ervaren. Hiervoor heb ik gebruik gemaakt van een auto-etnografische benadering in combinatie met literatuuronderzoek. Ik heb zowel mijn eigen reflecties als de ervaringen van anderen, zoals beschreven in de literatuur, verkend. Voor de analyse van de ervaringen heb ik gebruik gemaakt van het Integrative Process Model (IPM) (Guldin & Leget, 2025). Het gebruik van het IPM als analytisch kader voor zowel de bestudeerde literatuur als mijn persoonlijke ervaringen heeft geleid tot een verdiept inzicht in de ervaringen van verlies en rouw onder lange-afstand grootouders.
De sociale dimensie van rouw uit het IPM (Guldin & Leget, 2025) blijkt een centrale rol te hebben in het begrijpen van het verlies en de rouw die lange-afstand grootouders ervaren. De sociale dimensie omvat twee onderling samenhangende componenten: ten eerste het onvermogen om de cultureel voorgeschreven rolverwachtingen te vervullen, zoals het bieden van zorg of het van nabij meemaken van de opvoeding van de kleinkinderen, en ten tweede de ervaring van maatschappelijke marginalisering of miskenning van de rouwgevoelens. De rouw van lange-afstand grootouders wordt in bredere sociale en culturele contexten grotendeels niet erkend en/of onvoldoende gevalideerd.
Vergelijkbare observaties werden gedaan door Jithoo et al. (2020), die constateerden dat de rouw van hun participanten niet publiekelijk erkend of geuit kon worden. De ambiguïteit rondom hun verlies lijkt de ervaren legitimiteit van hun rouw te ondermijnen, hetgeen kan leiden tot ontkenning of een inadequate expressie van emotionele reacties. Kenneth Doka (1999) duidde dit type rouw aan als disenfranchised grief en definieerde dit als:
“the grief experienced by those who incur a loss that is not, or cannot be, openly acknowledged, publicly mourned, or socially supported” (p. 37).
De gewijzigde sociale rollen en het gebrek aan erkenning van rouw kunnen zowel emotionele als lichamelijke reacties oproepen. Lange-afstand grootouders ervaren gevoelens van eenzaamheid en een verminderd gevoel van fysieke verbondenheid. Na elk bezoek gaat de daaropvolgende scheiding gepaard met het acute besef dat het geruime tijd zal duren voordat men elkaar weer in levende lijve ziet; als dat al gaat gebeuren. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat het samen doorbrengen van betekenisvolle tijd in belangrijke mate bijdraagt aan het welzijn van zowel grootouders als van kleinkinderen (Drew & Silverstein, 2007; Lou et al., 2013). Voor lange-afstand grootouders zijn dergelijke duurzame interacties echter zelden mogelijk.
Om het verlies te aanvaarden en er betekenis aan te verlenen, maken grootouders op afstand gebruik van uiteenlopende adaptieve strategieën. Deze strategieën omvatten onder meer het gebruik van communicatietechnologieën om contact te onderhouden (Jithoo et al., 2020), het herdefiniëren en heronderhandelen van grootouderrollen binnen het familiesysteem (Jithoo et al., 2020), en het mobiliseren van sociale steun van lotgenoten in vergelijkbare omstandigheden (Cohen, 2023; Marchetti-Mercer, 2012).
Communicatietechnologieën, zoals videobellen, kunnen helpen een deel van de fysieke afstand te overbruggen, bijvoorbeeld doordat het grootouders in staat stelt online verhalen voor te lezen aan hun kleinkinderen. Het gebruik van dergelijke technologieën ondersteunt het onderhouden van betekenisvolle familiebanden over grenzen heen (Nedelcu, 2012). Desalniettemin blijven belichaamde aanwezigheid en fysiek contact onvervangbaar. Technologie kan verbondenheid faciliteren, maar kan de intimiteit van daadwerkelijke, fysieke interacties nooit volledig repliceren:
“Wij hebben regelmatig contact via videogesprekken; het aanzienlijke tijdsverschil beperkt ons echter tot één geschikt moment — meestal aan het einde van onze dag en het begin van de hun dag — wat niet altijd goed uitkomt. Daarnaast bemoeilijken technische problemen, zoals een slechte verbinding en de aanwezigheid van jonge kinderen vaak een betekenisvol gesprek. Deze omstandigheden versterken het gevoel van afstand, omdat spontane momenten, zoals samen een kop koffie drinken en even bijpraten, niet mogelijk zijn.” (Auteur)
Verschillende auteurs hebben waardevolle aanbevelingen gedaan ter ondersteuning van lange-afstand grootouders, waaronder de ontwikkeling van intergenerationele programma’s (Gallagher & Fitzpatrick, 2018), het bevorderen van maatschappelijke bewustwording en het toegankelijk maken van counseling en lotgenotengroepen (Baldassar, 2017). Dergelijke initiatieven kunnen ruimtes creëren waarin grootouders hun ervaringen delen, hun emoties uiten en van elkaar leren hoe om te gaan met de leegte die fysieke scheiding achterlaat (Baldassar, 2017).
De auto-etnografische component van dit onderzoek heeft mijn begrip van verlies verdiept, zowel als onderzoeker als lange-afstand grootmoeder. Nieuw voor mij was het inzicht dat emigratie één van de meest ingrijpende levensveranderingen kan zijn en dat mijn verdriet en gevoelens van verlies niet vreemd zijn, ondanks de maatschappelijke miskenning van deze gevoelens. Het verrichten van dit onderzoek heeft het bewustzijn van mijn eigen emoties vergroot en vormde een vertrekpunt voor het vinden van een nieuw evenwicht binnen mijn veranderde leven en de zich aandienende toekomst.
Susanne van den Hooff
Universitair docent
Referenties
Baldassar, L. (2017). Transformations in Transnational Aging. Transnational Aging and Reconfigurations of Kin Work, 120. In: Dossa, P. & Coe, C. (2017). Transnational Aging and Reconfigurations of Kin Work. Ithaca, NY: Rutgers University Press. https://doi-org.eur.idm.oclc.org/10.36019/9780813588100
Cohen, Y., Spector-Mersel, G., & Shiovitz-Ezra, S. (2023). The second empty nest: The lived experience of older women whose intensive ‘grandmotherhood’ has ended. Journal of Aging Studies, 66. https://doi.org/10.1016/j.jaging.2023.101163
Doka, K. J. (1999). Disenfranchised grief. Bereavement care, 18(3), 37-39.
Drew, L. M., & Silverstein, M. (2007). Grandparents’ psychological well-being after loss of contact with their grandchildren. Journal of Family Psychology, 21(3), 372.
Ellis, H.P. (2020). “How is Distance Grandparenting for You?” A Study of Long Haul, New Zealand Distance Grandparents and Inter-Generational Transnational Familying. A Thesis Presented in Partial Fulfilment of the Requirements for the Degree of Master of Arts in Social Anthropology at Massey University, Albany, Auckland, New Zealand.
Ferreira, S. (2025). Transnational Grandparenting: The Emotional Impact of Missing Defining Moments. Migration and Diversity, 4(1), 1-19. https://doi.org/10.33182/md.v4i1.3522
Gallagher, C., & Fitzpatrick, A. (2018). “It’sa Win-Win Situation”–Intergenerational Learning in Preschool and Elder Care Settings: An Irish Perspective: Practice. Journal of Intergenerational Relationships, 16(1-2), 26-44. https://doi.org/10.1080/15350770.2018.1404403
Guldin, M-B., & Leget, C. (2025). Loss, Grief and Existential Awareness: An Integrative Approach (1st ed.). Routledge, New York. https://doi.org/10.4324/9781003499060. [Also published in Dutch: Verlieskunst. over verlies, rouw en existentiële groei. Boom.]
Jithoo, V., Marchetti-Mercer, M., & Swartz, L. (2020). The search for significance: Meaning making in elderly south Africans following the emigration of their adult children. South African Journal of Psychology, 50(4), 469–479. https://doi.org/10.1177/0081246320907029
Lou, V. W., Lu, N., Xu, L., & Chi, I. (2013). Grandparent–grandchild family capital and self-rated health of older rural Chinese adults: The role of the grandparent–parent relationship. Journals of Gerontology Series B: Psychological Sciences and Social Sciences, 68(4), 599–608. https://doi.org/10.1093/geronb/gbt040
Marchetti‐Mercer, M. C. (2012). Those easily forgotten: The impact of emigration on those left behind. Family Process, 51(3), 376–390. https://doi.org/10.1111/j.1545-5300.2012.01407.x
Mitchell, B. A., & Lovegreen, L. D. (2009). The empty nest syndrome in midlife families: A multimethod exploration of parental gender differences and cultural dynamics. Journal of Family Issues, 30(12), 1651–1670. https://doi.org/10.1177/0192513X09339020
Nedelcu, M. (2012). Migrants’ New Transnational Habitus: Rethinking Migration Through a Cosmopolitan Lens in the Digital Age. Journal of Ethnic and Migration Studies, 38(9), 1339–1356. https://doi.org/10.1080/1369183X.2012.698203
0 reacties