Je moet eten

Author: Geen reacties

Onderzoeker/student: Rimke Griffioen
Titel: ‘Je moet eten’

Samenvatting van een klein empirisch onderzoek in het kader van het vak Veldverkenning en veldonderzoek, ZEB 2012, onder begeleiding van prof.dr. Anne Goossensen.

Dit onderzoek richt zich op het wel of niet aansluiten van begeleiders in de verstandelijk gehandicaptenzorg op (signalen van) mensen met een verstandelijke beperking tijdens de gezamenlijke warme maaltijd. De focus lag op het achterhalen van welke betekenis de maaltijdzorg heeft binnen de verstandelijk gehandicaptenzorg.

Het onderzoek heeft een etnografisch karakter. Dit type onderzoek wordt gebruikt om allerlei groepen en hun gebruiken te onderzoeken: hoe gaat het ergens anders aan toe, welke opvattingen heersen er en welke voorwerpen worden er gebruikt? Het onderzoek heeft een beschrijvend karakter. Bij etnografisch onderzoek past participerende observatie als dataverzameling. De onderzoeker beschrijft de verschijnselen zo levensecht en gedetailleerd mogelijk en interpreteert ze in hun context. Er zijn drie mannen en een vrouw met een verstandelijke beperking en hun drie begeleiders geobserveerd. Er is geen gebruik gemaakt van opnameapparatuur. Er zijn thick descriptions gemaakt , deze zijn verschillende malen doorgelezen. Er is gecodeerd van heel fijn naar grof, totdat er drie thema’s overbleven. Er is gebruik gemaakt van peer-review. Twee medestudenten hebben de onderzoeksgegevens en resultaten kritisch van feeback voorzien.

De resultaten van dit onderzoek zijn contextgebonden; ze betreffen drie verschillende begeleiders tijdens de gezamenlijke warme maaltijd in een woonvorm voor mensen met een verstandelijke beperking; die niet of nauwelijks verbaal kunnen vertellen wat zij belangrijk vinden.De vraag in het onderzoek luidde: Hoe sluiten begeleiders wel of niet aan op signalen? De analyse vond plaats via signalen die niet opgemerkt werden, of waar niets mee gedaan werd.Er blijkt een behoorlijke hoeveelheid signalen niet gehonoreerd te worden. Het ontwikkelde schema bracht resultaten in beeld.

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat de thema’s taakgerichtheid, erkenning en intiatief uitmaken bij het begrijpen van hoe begeleiders wel of niet aansluiten op cliënten. Zij doen dat bijvoorbeeld wél door: in dialect te praten, vragen te stellen, keuzes te laten maken, het tempo van de cliënt te volgen. Echter dit lijkt vooral op te gaan in de situaties waarin de cliënt zelf zijn best doet om gezien of gehoord te worden. Met betrekking tot het doel kan met enige mate van zekerheid geconcludeerd worden dat twee begeleiders routinematig handelen. De maaltijdzorg is een vanzelfsprekendheid geworden. De begeleider heeft niet in de gaten wat wachten betekent, wat het betekent om iets anders te willen dan je krijgt, hoe het is om je autonomie te verliezen, afhankelijk te zijn, kwetsbaar, of hoe het voelt om gevoed te worden? Goede maaltijdzorg behelst meer dan eten om in leven te blijven, namelijk nabijheid en erkend worden in de individuele noden. Hier kan nog verbetering plaatsvinden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *