“Ik vind het gewoon lastig”, begint mijn collega tegen mij. Ik zit wat verankerd achter mijn beeldscherm en ruk mij los uit een tekst. Dan kijk ik hem vragend aan. “Nou”, gaat hij verder, “ik bracht net bezoek ‘naar voren’, en ik zag een (tbs)patiënt zijn ouders kussen bij het afscheid.” Hij kijkt mij wat ongemakkelijk aan en vervolgt: “Een intiem moment.” Ik knik en hij gaat door: “Maar hij heeft iemand anders zijn ouders vermoord. Die zijn ze kwijt. En dan kan ik het toch niet mooi vinden dat hij zijn eigen ouders kust.”
Hij heeft meteen mijn aandacht gevangen. “Dat is wel confronterend”, zeg ik. “Want dat is deze patiënt ook, zowel dader als zoon.”
Mijn collega gaat door en zegt: “Op dat moment kon ik hem niet los van zijn delict zien. Mijn maag keerde zich om….” En dan verzucht hij haast voor zich uit: “En dit na al die jaren dat ik hier werk.”
“Moeilijk inderdaad”, zeg ik. Hij knikt. “En dan zie ik die kwetsbare oude mensjes”, vervolgt hij. “Het is toch hun zoon,” zegt hij, “Hoe zal het voor hen zijn?”
Mijn maag keert zich ook een beetje om, net als bij mijn collega. Maar dan vooral vanwege mijn mededogen met hem. Het lijkt wel of hij teleurgesteld is in zichzelf. Dat hem dit ‘overkomt’ met al zijn werkervaring. “Waar wringt het precies?”, vraag ik. Hij kijkt mij plotseling recht aan en zegt stellig: “Dat ik in hem meer dader zag dan patiënt.”
Mijn indruk van deze collega is juist die van grote betrokkenheid. Maar zoals hij het vertelt kan ik het helemaal voor mij zien en bijna meevoelen. “Niets menselijks is ons vreemd”, zeg ik dan maar wat klunzig, “dus wees niet te streng voor jezelf.”
Hij kijkt mij nog wat ongemakkelijk aan en ik vervolg: “Je bent ineens gefocust op het litteken in de maatschappij.”
Hij knikt.
“Terwijl je anders juist focust op de patiëntenrol.”
Hij knikt.
“Voor het evenwicht misschien wel goed om beide kanten te voelen,” zeg ik.
“Ja,” zegt hij.
2 reacties
Karin Judith Groot
Precies zoals het is. Het kan er beide zijn.
Zelf heb ik ook eens tranen gehad om wat de patiënt vertelde over zijn delict. Te aangrijpend het gebeurd.
Astrid
K vind het een mooie en heel begrijpelijke reactie. Geen mens is alleen maar 1 rol…..