Eenzijdige beeldvorming van de zorg bemoeilijkt broodnodige carrièreswitch

Author: Geen reacties

Door: Gustaaf Bos & Alistair Niemeijer

De afgelopen anderhalf jaar is weer eens gebleken hoe belangrijk bekwame en toegewijde zorgprofessionals zijn. Niet alleen in ziekenhuizen, maar ook in de ouderenzorg, GGZ en gehandicaptenzorg. Tegelijkertijd werd het nu ook voor het grote publiek duidelijk dat er in die cruciale professionele zorg al jaren sprake is van toenemende personeelstekorten. In de slipstream van de coronapandemie overwegen mensen die op zoek zijn naar een stabiele en betekenisvolle baan nu vaker om in de zorg te gaan werken. Ook in de verstandelijk gehandicaptenzorg.

Is een toename in het aantal zij-instromers eigenlijk wel een goede ontwikkeling? Zorgmedewerker Valentijn de Heer twijfelt daaraan. In zijn column in het Parool van 27 augustus jl. maant hij mensen die een carrièreswitch overwegen om hun eigen redenen nog eens goed tegen het licht te houden. Overstappers moeten vooral niet het idee hebben dat ze dankbaar werk zullen gaan doen, stelt hij. De Heer geeft vervolgens een beschrijving van zijn eerste werkdag in de verstandelijk gehandicaptenzorg, twaalf jaar geleden, een dag die hij als traumatiserend heeft ervaren: hij werd zonder duidelijke introductie, instructie en begeleiding door zijn collega’s in het diepe gegooid. Met als gevolg dat hij werd aangevallen door een bewoner – die op zijn beurt tegen de grond werd gewerkt door vijf begeleiders.  

Schrikbeeld
Hoewel iedereen die in de gehandicaptenzorg werkt weet dat er geen groep mensen zo gevarieerd is als mensen met een verstandelijke beperking, kiest De Heer er met zijn beschrijving voor om een ongenuanceerd en tamelijk bedreigend beeld op te roepen. En in plaats van in zijn column antwoord te geven op de belangrijkste vragen die zijn verhaal oproept – wat vond hij ervan dat zijn toenmalige collega’s hem en zijn cliënt zo voor de leeuwen gooiden én waarom is hij na deze ingrijpende ervaring toch twaalf jaar werkzaam gebleven in de gehandicaptenzorg, terwijl hij het daarvoor op geen enkele werkplek lang uithield? – lijkt hij vooral mensen van buiten te willen afschrikken.

Stereotypen
Het is tegenwoordig erg populair om in de media te stellen dat de knuffeldowners die we van Johnny de Mol kennen een vertekend, stereotype beeld geven. Het liefst wordt daar een bruusk of naargeestig voorbeeld tegenover gezet, dat elke vorm van vermeende romantisering onverbiddelijk ontkracht. De column van De Heer is er een schoolvoorbeeld van. Maar het feit dat juist een ervaren zorgmedewerker bijdraagt aan de verspreiding van dit net zo stereotype beeld roept natuurlijk wel vragen op. Welk nut dient dit nu eigenlijk?

Onmogelijk de schijn op te houden
Uit onze jarenlange betrokkenheid als onderzoeker in de gehandicaptenzorg  – op dit moment onder andere met Project Wave waarin juist buitenstaanders langdurig betrokken zijn in complexe zorgsituaties, zoals we in deze podcast uitleggen –  en uit eigen ervaring, weten wij als geen ander dat de zorg voor mensen met een (ernstige) verstandelijke beperking veeleisend kan zijn. En ook dat het al jaren enorm ingewikkeld is om professionele zorg zo te ontwerpen dat zij de ontwikkeling van stabiele, duurzame samenwerking (met professionals én familieleden) bevordert. Om dat voor elkaar te krijgen, is het cruciaal om oog te hebben voor wat de verschillende partijen in die zorg van elkaar nodig hebben, en wat ze elkaar kunnen bieden. Dat is in veel gevallen niet meteen duidelijk, kan veranderen door de tijd en is afhankelijk van het onderlinge contact en vertrouwen. Hiervoor moeten mensen met een beperking, zorgprofessionals én familieleden tijd doorbrengen met elkaar: tijd om samen kennis met en over elkaar te ontwikkelen. Natuurlijk is dit geen te romantiseren proces. Sterker nog: ongemak, frustratie, confrontatie, pijn en trauma zal er onmiskenbaar deel van uitmaken. Als je lang met elkaar optrekt, elkaar beter leert kennen, kun je je niet beter voordoen dan je bent; iets waar veel mensen met een handicap sowieso al niet aan beginnen – zoals ook het rauwe voorbeeld van Valentijn de Heer illustreert. 

Het belang van onderlinge verbondenheid
Als je van mening bent dat gehandicaptenzorg schreeuwend behoefte heeft aan kundige, menselijke en sociaal vaardige volhouders – en dat is ongetwijfeld iedereen in de sector – dan lijkt het niet verstandig om als werker in die zorg negatieve vooroordelen te versterken, door kwetsbare mensen en hun zorgverleners zo eenzijdig weer te geven. Wellicht is het constructiever om te analyseren wat er destijds misging in die eerste kennismaking tussen een onervaren, goedwillende zorgmedewerker, een geïsoleerde zorgontvanger en een zorgteam dat zich tot beiden moest verhouden. En wat er nodig is om die eerste kennismaking betekenisvoller en minder traumatisch te laten verlopen. Voor alle betrokkenen. Dat gaat dan misschien niet altijd (meteen) over dankbaarheid, maar wel over het belang van in onderlinge verbondenheid werken met kwetsbare mensen. Niet alleen voor zorgontvangers en hun familieleden, maar ook zorgprofessionals. Zeker ook als ze net aan hun baan beginnen.

Gustaaf Bos is universitair docent binnen de (pre)master Zorgethiek en beleid aan de UvH. Gustaaf promoveerde in 2016 op een onderzoek naar wat er gebeurt in ontmoetingen tussen mensen met en zonder ernstige verstandelijke beperking in omgekeerde-integratiesettingen. Zijn proefschrift Antwoorden op andersheid was genomineerd voor de Ds. Visscherprijs 2018. Middels collaboratief onderzoek probeert bij te dragen aan meer ruimte voor persoonlijke verbindingen tussen mensen met een ernstige verstandelijke beperking, hun familieleden, zorgverleners en andere betrokkenen; om zo de kwaliteit van bestaan van alle betrokkenen te vergroten.

Alistair Niemeijer is universitair docent binnen de (pre)master Zorgethiek en beleid aan de UvH. Sinds 1 januari 2013 is Alistair Niemeijer als UD zorgethiek verbonden aan de UvH. Alistair is half Engels en heeft zijn vooropleiding in Engeland genoten. Daarna studeerde hij filosofie aan de VU en toegepaste ethiek aan de UU waar hij cum laude afstudeerde op een scriptie over ongezonde voeding en paternalisme.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *