Twee zorgethici in gesprek over esthetiek en zorgethiek.
Van: Alistair Niemeijer
Aan: Andries Hiskes
Ha Andries,
Ook vanmorgen veegde ik weer het speeksel van Samuels kin, vlak voordat hij de bus in ging op weg naar school. En ik deed wat Murray’s wax in zijn haar, want zijn steile haar valt als het wat langer is zo bloempot-achtig – iets wat ik kennelijk koste wat kost wil voorkomen.
Het zijn kleine, bijna achteloze gebaren, maar ik merk natuurlijk ook dat ze een zekere beladenheid hebben. Ik wil hem mooier presenteren als we samen naar buiten gaan – of misschien zo optimaal mogelijk. Niet alleen om iets te voorkomen, maar ook omdat ik weet hoe knap hij kan zijn.
Terwijl ik dit doe, hoor ik echo’s van jouw onderzoek, en vooral van je proefschrift, in mijn hoofd: hoe lichamen gelezen worden, hoe schoonheid en ontregeling tegelijk iets oproepen.
Herken jij in jouw werk die spanning tussen affect en esthetiek? En waar wordt het voor jou persoonlijk?

Hartelijke groet,
Alistair
Dr. A. (Alistair) R. Niemeijer | Universitair Docent
Van: Andries Hiskes
Aan: Alistair Niemeijer
Ha Alistair,
In de roman The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde staat een zin die mij altijd is bijgebleven: “It is only shallow people who do not judge by appearances.” Die zin gaat direct in tegen de heersende opvatting dat juist het innerlijke ertoe doet, en onze uiterlijke, fysieke verschijning uiteindelijk even oppervlakkig als vergankelijk is: schoonheid vergaat, mensen worden ouder.
Natuurlijk kunnen we ook zeggen dat er een bepaald soort schoonheid in iets als ouderdom schuilt. De echtparen die elkaars eigenzinnige manieren en gewoonten door en door kennen. De mildheid waarmee tegenslag dankzij levenservaring wordt ontvangen of gerelativeerd. Maar juist deze verheven vormen van schoonheid gaan voorbij aan wat Wilde laat zien. In plaats van schoonheid te zoeken in moreel reeds goedgekeurde gemeenplaatsen, legt zijn uitspraak de vinger op de complexiteit van het moment dat jij beschrijft met Samuels haar. Uiteindelijk willen we er allemaal goed uitzien als we deur uitgaan.
Voor mij en mijn werk geldt deze frictie als uitgangspunt: smaakoordelen zijn altijd al moreel gecodeerd. Het is passend om een collega te complimenteren op een nieuwe trui, maar ondenkbaar om diezelfde collega op een onprettige lichaamsgeur te wijzen (met het slablaadje tussen de tanden als grijs gebied).
Toen ik opgroeide reed ik veel op een driewielfiets. Het viel me altijd op dat, hoewel mensen vaak wel een blik wilden werpen op het voertuig, gêne en schroomvalligheid hun nieuwsgierigheid parten speelden. Ze durfden hooguit een vluchtige oogopslag aan, om vervolgens weg te kijken en te doen alsof hun aandacht elders lag. Een groep deed dit echter steevast niet, en dat waren uiteraard de kinderen. Omdat hun fascinatie nog niet door de ketting van de beschaving was ingesnoerd, riepen ze luidkeels: “MAMA, WAAROM RIJDT DIE JONGEN OP ZO’N RARE FIETS!?”
Wat mij betreft is er te weinig aandacht voor de wijze waarop het esthetische oordeel te vaak onder een moralistisch verzwaringsdeken wordt weggemoffeld in onze samenleving. De vraag wat een rechtvaardige wereld zou omhelzen, hoewel moeilijk, is voor velen ongetwijfeld nog steeds makkelijker te beantwoorden dan wat een mooie wereld omhelst. Juist omdat elk mens zich zo nu en dan aangetrokken voelt tot zaken die moreel wellicht discutabel zijn, maar het de vraag is of die persoon zichzelf toestaat dat te doorvoelen, laat staan ervoor uit te komen.
In hoeverre herken je deze spanning, en waar kom jij voor zulke ethisch-esthetische dilemma’s te staan?
Hartelijke groet,
Andries
dr. Andries Hiskes | Assistant Professor of Care Ethics, Aesthetics, & the Arts

0 reacties