Doodgaan zoals je geleefd hebt

Author: Geen reacties
Rigo Verhaert
Rigo Verhaert
Rigo Verhaert

Sinds 2001 is Coda Hospice de werkplek van verpleegkundige Rigo Verhaert. De website vermeldt dat CODA v.z.w. palliatieve totaalzorg beoogt bij het levenseinde, zowel voor de zieken als hun naasten. Vanuit een pluralistische visie ontplooit CODA v.z.w. niet alleen zorg voor het lichamelijke, maar ook voor het psychische, het sociale, het spirituele. Op Coda Hospice verblijven 8 gasten, met een gemiddelde verblijfsduur van 21 dagen. De medewerkers worden geconfronteerd met ongeveer 155 overlijdens op jaarbasis.

“Niet iedereen is voor dit soort werk weggelegd”, zegt Rigo, “het is echt iets dat je moet kunnen en waar je amper voor opgeleid of voorbereid bent. Ik sta in voor de volledige begeleiding van de mij toegewezen gasten: dit betekent soms praktisch bezig zijn, helpen bij lichaamshygiëne of voeding, soms belevingsgericht bezig zijn. Waarom ik me tot deze sector aangetrokken voel, kan ik zelf niet uitleggen. Misschien wel de combinatie van fysieke en geestelijke zorg. Of het feit dat je niet enkel sterk op de ‘gasten’ betrokken bent, maar ook familie begeleidt in hun afscheid nemen. Dit rouwproces start al terwijl de gast nog in leven is. In elk geval ben ik al sinds mijn twaalfde geïntrigeerd door de thematiek ‘leven/dood’.”

Voor 2001 was Rigo Verhaert voltijds actief als hoofdverpleegkundige in een rust- en verzorgingshuis, met een grote groep fysisch zorgbehoevende en dementerende bewoners, en combineerde dat met vrijwilligerswerk in Coda. Zijn jarenlange beroepsactiviteit als verpleegkundige deed hem kiezen voor de UvT-master Zorg, Ethiek en Beleid.

Vanwaar deze beslissing, ondanks een voltijdse baan én een gezinsleven met opgroeiende tieners?
Ik voelde een duidelijk gemis om op systematische, maar vooral ook een andere wijze, over zorg te denken en wilde uitdrukkelijk iets anders dan bekende paden te bewandelen. Er bestaan wel dagopleidingen met sterk ethische inslag, maar ik zocht een langere, meer structureel verankerde opleiding. Wie in Vlaanderen actief is in het domein van rouwverwerking, is zeker vertrouwd met de naam Arthur Polspoel. Hij was tot enkele jaren geleden docent aan de Universiteit van Tilburg. Zo vond ik de weg naar de master Zorg, Ethiek en Beleid, die me uitdaagde met de nodige afstand naar mijn werk te kijken. Tevens kreeg ik er de kans samen te werken met mensen uit andere professionele velden in de zorgsector.

Ik heb de opleiding als een echte aha-erlebnis beleefd: wat ik al jarenlang aanvoelde in concrete zorgpraktijken, kon ik nu benoemen en in bredere, theoretische kaders plaatsen. Bijvoorbeeld onze veronderstelling dat we als zorgteam vanuit de patiënt denken, leerde ik nuanceren. We denken nog steeds sterk vraaggestuurd en oplossingsgericht. In een hospiceomgeving is de relatie nog te weinig doel op zich, nog te veel middel om iets anders te bereiken. Sinds het afstuderen probeer ik in de teamreflectie meer accent te leggen op de vraag hoe de interactie verloopt tussen alle mensen die bij een specifiek zorgtraject voor een specifieke gast betrokken zijn. Hoe kunnen relaties meer voedend zijn?

Gaandeweg heb ik leren ervaren dat mensen willen doodgaan zoals ze geleefd hebben. Wie altijd makkelijker emoties uitte, zal dat ook doen in confrontatie met het levenseinde. Wie amper emoties toe liet in volle levensactiviteit, zal die blijven afblokken, tot op het bittere einde. Ik kan nu beter aanvaarden dat mensen op hun manier willen doodgaan. Met de beste bedoelingen zaken forceren, is niet heilzaam. Maar deze vaststelling leidt niet tot absolute relativering. Ik beschouw ze als de consequentie van het omkeren van de asymmetrie in de zorgrelatie. Bovendien moet een patiënt ook toelaten begeleid te worden. Wij detecteren soms als hulpverlener een psychische spanning, die de beleving van leven van de terminaal zieke negatief kan beïnvloeden. Wij willen dan iets doen aan deze spanning: ze exploreren en pogen ze weg te nemen. Maar daartoe dient de zieke zich open te stellen. Soms wil de zieke dat niet. En daar staan we dan als zorgprofessional: met al onze ethische aanspreekbaarheid, met al onze gesprekstechnieken en competenties. Wij zijn afhankelijk van de zieke.

Ook de beleidsdimensie uit de opleiding Zorg, Ethiek en Beleid herken ik in mijn werk: er is bijvoorbeeld groeiende belangstelling vanuit het ziekenhuis, en vooral vanuit de dienst oncologie, voor wat we hier op Coda doen. Vragen rijzen over pijncontrole en over de rekbaarheid van het autonomie-begrip. We ontmoeten weinig mensen die echt angst hebben voor de dood. Verzet en angst hebben veeleer te maken met wat net voor de dood zal komen, de vrees voor pijn, of afscheid nemen. Het nastreven van comfort op alle levensgebieden is cruciaal. En comfort begint dikwijls met het ‘gezien worden’ van de zieke in zijn of haar kwetsbaarheid en waardigheid, in respect voor de autonomie om het leven af te ronden zoals hij of zij het wil.

Door Veerle Draulans, Universitair docent bij het departement Cultuurwetenschappen van de Faculteit Geesteswetenschappen. Dit artikel verscheen eerder in Dante, een magazine van de Faculteit Geesteswetenschappen, Tilburg University

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *