Casus – Altijd jam op brood?

, Author: 2 reacties

Leden van het Ethisch Elftal reageren op een moreel dilemma uit de zorgpraktijk van alledag. Deze keer twee mantelzorgers die met goede bedoelingen van zorgzaamheid toch de grenzen wat lijken te overschrijden. Mogen ze daar op worden aangesproken; wat mag je eigenlijk van mantelzorgers verwachten? Cynthia Lieshout Hans van Dartel en reageren op deze casus.

Op een afdeling voor dementerende ouderen komen elke avond twee mantelzorgers, vriendinnen van elkaar, helpen bij de avondmaaltijd. Ze zijn gevraagd hun vaders, die op de afdeling verblijven, te helpen met eten. Al bijna een jaar komen zij trouw. Inmiddels drukken zij echter een steeds grotere stempel op het etensgebeuren en beperken zich niet alleen tot het assisteren van hun vaders. Op een avond vraagt een verzorgende aan een bewoonster wat zij op haar brood wil. De mantelzorger antwoordt dat deze mevrouw altijd jam krijgt. De verzorgende zegt dat zij wil vragen waar mevrouw zin in heeft, jam of dit keer liever kaas of ham. De andere mantelzorger zegt tegen de mevrouw: ‘Anske wij weten wel wat goed is voor jou, doe maar jam hè’. De verzorgende opent de jampot.

Cynthia Lieshout: Zorg is steeds meer een samenspel van client, mantelzorgers en professionals. Mantelzorgers leveren, ook in deze casus, een belangrijke en onmisbare bijdrage aan het welbevinden van cliënten, hier in het bijzonder de beide vaders. Het is waardevol dat het sociale netwerk van de cliënt zo veel als mogelijk in stand blijft.

Hans van Dartel: Ja precies: het betrekken van familie zet het leven van de bewoner in lijn van wie hij in het verleden was. Daarnaast is het zaak om de rol van mantelzorgers serieus te nemen in het beleid. Ik denk dat het daar wel eens aan schort: hun inzet wordt dan vooral begrepen als het uit handen nemen van werk van anderen. Terwijl het in zichzelf betekenis heeft en ook als zodanig gezien dient te worden. Met alle voor en nadelen. Ik denk dat we er van uit mogen gaan dat beide vriendinnen met de beste bedoelingen vorm willen geven aan hun aanwezigheid. Ook waar zij zich uitstrekt tot anderen dan de eigen ouders.

Cynthia: Dat is wel het bijzondere van mantelzorg in de setting van een zorginstelling; er is heel vanzelfsprekend ook contact met andere cliënten.

Hans: Dan mag je uiteraard wel hopen dat het positieve effect voor de eigen ouder niet begeleid wordt door ongewenste, mogelijk knellende bemoeizorg naar anderen. Ik zie hier een rol weggelegd voor de leidinggevende van de afdeling: de rolverwarring aan de orde stellen die ontstaat wanneer mantelzorgers ook zorg gaan geven aan andere bewoners.

Cynthia: Met veel waardering en respect voor de goede intenties van de dochters zouden ze er op gewezen mogen worden dat hun goede bedoelingen toch wat te ver gaan. Overigens zou ik dat ook vinden als de betreffende mantelzorger dit bij haar eigen vader zou doen. Ook dan zou ik haar proberen te stimuleren om niet al te vanzelfsprekend de wensen van haar vader als bekend te veronderstellen, maar zich af te vragen waar hij nú, vandaag trek in heeft.

Hans: Wat je zegt sluit naadloos aan bij belangrijke normen in de hedendaagse zorg om zoveel waar het kan, ook bij mensen die dementeren, tegemoet te komen aan ideeën van autonomie en zelfbepaling. Ook bij iemand met een afbrokkelende identiteit vinden we het belangrijk dat hij of zij als het even kan, beleven mag dat hij/zij zélf eet en niet wordt gevoerd; dat de manier waarop geholpen wordt aansluit bij wie hij of zij was. Ook in de keuzes van het beleg. Deze bevestiging van wie iemand is, in de alledaagse ritmes van de dagdagelijkse zorg, is juist een belangrijk element van de zorg.

Cynthia: De mantelzorger heeft in principe de mogelijkheid om alle soorten van (zorg)taken uit te voeren, die zij of hij wil en die de cliënt op prijs stelt. Hier zijn uiteraard wel grenzen aan: als de wensen en behoeften van de mantelzorger strijdig zijn met de belangen van de cliënt of medecliënten dan hebben de professionals tot taak de belangen van de cliënt(en) voorop te stellen.

Hans: Bijvoorbeeld door in een begeleidend gesprek de vriendinnen een spiegel voor de houden. “Hoe zou u het vinden als uw vader door andere bezoekers eten krijgt voorgeschoteld dat hij misschien helemaal niet lekker vindt? En dat, wanneer een verzorgende probeert te achterhalen wat hij wel lekker vindt, een familielid van een andere bewoner die verzorgende geen kans geeft en precies gaat vertellen hoe het met uw vader zit?” Voorzichtig gebracht en met respect voor de motieven kan zo’n praktisch beroep op de Gulden Regel helpen.

Cynthia: Het is de taak van de professional om duidelijkheid te scheppen en afspraken vast te leggen. Dit is wezenlijk voor een goede samenwerking waarbij één gezamenlijk doel wordt nagestreefd: optimale zorg voor de cliënt.

2 reacties

  1. Geachte,

    Deze casus is volgens mij niet alleen bedoeld voor mantelzorgers (waar nogal de vloer mee wordt aangeveegd in de zorg, worden zelfs meestal niet aux serieux genomen en worden meestal door professionelen als pottenkijkers en al de rest bekeken) maar er schort dus wel degelijk één en ander aan de professionele hulpverlening.
    Ik werk nu als vrijwilliger op een dagziekenhuis en heb daarvoor bijna 41 jaar gewerkt als verpleegkundige in leidinggevende functie en wat ondek ik nu:
    1.professionelen beginnen nooit voor 8u.30′ als dit kan
    2.motivatie na een paar jaar echt zoek….
    3.teambuilding bijna nergens te vinden, allemaal einzelgangers…
    4;roddeltantes …..en kliekjes zoals overal…
    5. professionelen kijken neer op mantelzorgers en hebben er meestal weinig respect voor tot er zich een moment voordoet dat ze kunnen gebruiken…
    6.professionelen zijn er nooit op WOENSDAG (kinderopvang school) en zijn meestal weg om 16u.
    7.Vakantie-periodes ,onderbezetting….
    8;gezamelijke ontmoetingsmomenten tussen personeel en mantelzorgers bestaan niet of zijn tot een strikt minimum herleid….
    9.professionelen nemen mantelzorgers meestal niet aux serieux. Wat weten zij?
    Ik constateer gewoon…..na drie dagen te werken op een oncologisch dagziekenhuis als vrijwilliger….

    1. Het is zo herkenbaar wat ik hier lees.Toen mijn moeder in het verpleeghuis lag,gingen mijn zus en ik vaak helpen tijdens de avondboterham. Heel vaak was er maar een professionele hulpverlener om al die bewoners te helpen. Als een van ons er dan was om voor mijn moeder te zorgen “pakten”mijn zus en ik maar even alle behoeftigen mee.
      Als wij er waren werd er ruimschoots fruit klaargemaakt. Daar had de dienstdoende verantwoordelijke geen tijd voor. Wij kwamen zelf uit de zorg en vonden het heel gewoon voor ieder mee te zorgen.Als je zo ondernemend bent ben je ook wel bazig lijkt me. De bewoners hadden die extra zorg nodig vonden wij.
      Misschien ging ik wel heel erg buiten mijn boekje als ik zoveel mogelijk mensen mee naar de buitenplaats nam. Ze genoten van de vogels,de kippen en al wat er te zien was.Het buiten zijn,ik zag ze er van opknappen…een drankje uit de koelkast,het was een uitje voor ze.
      Eigenlijk gunde ik dit het personeel om het te doen,maar er was geen tijd voor….
      Er is nooit een vervelende opmerking maar ook geen positieve,mijn kan op geweest.Deed ik het wel goed? Als ik s,avonds moe en tevreden naar huis reed?
      U mag het zeggen,
      Corrie Goossens

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *