Botsautootjes in het COVID-19 tijdperk

Author: 1 reactie

Door: Carlo Leget

Ik geloof in sterke dragende metaforen. Metaforen kunnen iets wat moeilijk grijpbaar is zo in beeld brengen dat we er ons toe kunnen verhouden. Metaforen spreken ons ook anders aan dan abstracte begrippen. Ze doen een beroep op meer dan ons rationele denken. Metaforen zijn verbonden met ons voorstellingsvermogen, onze emoties, en kunnen ons in beweging brengen. Zo leg ik zorgethiek graag uit aan de hand van ‘het leven ondersteunende web’, een centrale metafoor in de definitie van Joan Tronto en Berenice Fisher. Zo’n metafoor geeft ruimte om je beelden te vormen vanuit wat je kent en waar je mee verbonden bent. Het sluit aan bij de werkelijkheid zoals jij er toegang toe hebt. En dat aansluiten bij het hier en nu, bij wat er is, is een belangrijk uitgangspunt van de zorgethiek.

Als we nadenken over een zorgethisch gefundeerd beleidskader om in de toekomst met pandemieën als COVID-19 om te gaan – een belangrijk onderzoeksproject van onze vakgroep – zou dat idee van een leven ondersteunend web wel eens een sterke metafoor kunnen zijn. Een web is een samenhangend geheel dat kan meebewegen. En dat is precies wat we nodig hebben wanneer we te maken hebben met iets als een pandemie die direct ingrijpt op het leven. Want leven is altijd in beweging. Dat geldt voor onszelf als levende wezens, maar ook voor een virus dat zich via ons in leven houdt en voortdurend muteert. Het geldt even zo goed voor het grotere geheel van leven dat we ‘natuur’ noemen, het ecosysteem dat zich meldt en ons eraan herinnert dat wij niet boven of los van het complexe web van leven staan, maar er deel van uitmaken: met huid en haar, in leven en dood.

Opgedrongen danspartner
Onlangs las ik een column van Rudi Westendorp in het NTvG over dansen met Covid. Hij gebruikt de metafoor van dansen (sinds de blog van Thomas Pueyo in maart 2020 een bekende beeldspraak) voor het leren meebewegen van de samenleving zonder te vallen. Het is een metafoor die me direct aansprak vanwege de responsiviteit en verbinding die het oproept. COVID-19 is een danspartner die we niet zelf uitgekozen hebben. We zouden hem het liefst afstoten en zelfs uitroeien. Maar als we tot ons door laten dringen dat hij nooit meer weggaat, wordt de vraag hoe we ons ertoe verhouden. Dansen is meebewegen. En voor meebewegen moet je bereid zijn de beweging van iemand anders te volgen. En daar wringt misschien wel het meest de schoen.

Autonome en collectieve rijstijlen
Willen we als samenleving met COVID-19 meebewegen om nieuwe uitbraken van de pandemie te voorkomen, dan zullen we als een samenhangend geheel moeten meebewegen. Waar die samenhang ontbreekt, valt de vloeiende dansbeweging uiteen. Ik geef een voorbeeld. In het verkeer op de snelwegen zijn grofweg twee rijstijlen te onderscheiden: degenen die hun auto als verlengstuk van hun autonomie zien en zich maximaal vrij bewegen, en degenen die zich aanpassen aan de stroom van het verkeer. Als er een file dreigt te ontstaan wordt dit heel duidelijk zichtbaar: sommige bestuurders wisselen voortdurend van rijbaan om iedere kans te grijpen om zelf een meter vooruit te komen. Anderen schakelen over op de collectieve modus en passen zich aan. Je hoeft geen genie te zijn om te begrijpen dat de eerste manier van rijden meer risico’s en irritaties met zich meebrengt en het oplossen van de file vertraagt. Dat omschakelen van de autonome naar de collectieve modus is een voorbeeld van meebewegen om een collectief probleem op te lossen. Maar dat vraagt om een gevoel van samenhang, van even afzien van sommige centrale waarden, zoals de vrijheid om je naar eigen believen over snelwegen te bewegen, om andere centrale waarden, zoals allemaal veilig en op tijd thuiskomen, een kans te geven.

Betekent dit dan dat je nooit kritisch mag zijn, en altijd maar moet meebewegen met de massa? Zeer zeker niet! Maar zoals dansen en filerijden om een goed gevoel voor timing vragen, geldt dit ook voor het omschakelen van autonomie en zelfbehoud naar zorg voor het collectief en algemeen welzijn.

Moeizaam schakelen
De COVID-19 crisis maakt genadeloos duidelijk dat we dit schakelen van autonoom naar collectief niet goed beheersen. Debatten in de politiek en de media lijken soms meer op de beweging van botsautootjes: best leuk, maar je komt geen meter vooruit. De individuele vrijheid op onze autowegen kan alleen bestaan bij de gratie van het collectief dat meebeweegt met de stroom. Het leven ondersteunende web van maatregelen om met COVID-19 mee te bewegen kan alleen succesvol zijn als we ons afstemmen op de grotere samenhang. Daar hoort Europa bij, maar ook de andere werelddelen. En niet in het minst dat grote leven ondersteunende web waar we ook deel van uitmaken: de natuur.

1 reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *