Top

Oxford

Bekrompen of ontnuchterend?

Een verslag van een onderzoeksverblijf in Oxford naar de zelfgekozen dood in de ouderdom

Begin dit jaar verbleef ik twee maanden als gastonderzoeker aan het Oxford Institute of Population Ageing (OIPA). Tijdens dit verblijf heb ik conceptueel onderzoek gedaan naar de veranderende sociaal-culturele opvattingen over ouder worden, toeleven naar het einde, en de dood.1)Het onderzoeksverblijf aan het Oxford Institute of Population Ageing werd mede mogelijk gemaakt door een subsidie van het Dr. Catharine van Tussenbroek Fonds.

Demografie van de dood

De afgelopen eeuw is de levensverwachting in de Westerse wereld sterk toegenomen. Door welvaart, goede gezondheidszorg en medisch-technische ontwikkelingen bereiken veel mensen in relatieve gezondheid een hoge leeftijd. Bij het OIPA spreken ze in dit kader van ‘een nieuwe demografie van de dood’. Tegelijk gaat ouder worden regelmatig gepaard met chronische ziekten en ouderdomskwalen. Een groeiende groep ouderen heeft het idee dat hun leven zich – langer dan hen lief is – voortsleept.

Ook is er sprake van een toenemende wens zelf meer ‘controle’ hebben over het levenseinde en het tijdstip en wijze van sterven te willen beheersen. Deze wens wordt weerspiegeld in het Nederlandse debat over voltooid leven: een meerderheid van de bevolking vindt dat hulp bij zelfdoding mogelijk zou moeten zijn als een oudere zijn/haar leven als voltooid beschouwt.

Onderzoek

Mijn eerdere promotieonderzoek bestond voornamelijk uit een fenomenologisch onderzoek naar de ervaringswereld van ouderen die hun leven voltooid vinden en willen sterven, mede omdat zij de angst voor, en/of lijden aan de ouderdom te zwaar vonden. Uit dit onderzoek blijkt dat deze stervenswens bestaat uit een complex geheel van verschillende dimensies, namelijk existentiële, lichamelijke, psychisch-cognitieve, sociale en culturele dimensies. Ook negatieve sociaal-culturele beelden en opvattingen blijken de stervenswens bij voltooid leven te versterken.

Na mijn promotieonderzoek heb mijn onderzoek naar de thematiek van lijden aan het leven en het (zelfgekozen) levenseinde in de ouderdom voortgezet, waarbij ik me met name richt op de sociaal-culturele en existentiële factoren die hier impact op hebben. Mijn onderzoeksverblijf in Oxford maakte deel uit van dit grote project.

Internationaal perspectief

Gedurende mijn bezoek heb ik mij vooral gericht op het verder contextualiseren van mijn eerder verrichte fenomenologische onderzoek. Zo heb ik mij verdiept in de kenmerken van de laatmoderne samenleving en gekeken op welke wijze laatmoderne opvattingen – over o.a. identiteit en het zelf, de ouderdom en de zogenaamde ‘vierde leeftijd’, en de dood – de huidige tendens (om het levenseinde in toenemende mate te willen beheersen) nader kunnen verklaren.

Hoe komt het dat het debat over voltooid leven in Nederland zoveel weerklank vindt? Hoe kunnen we dit plaatsen in het licht van onze tijd en cultuur? En welke invloed hebben deze ontwikkelingen op de wijze waarop wij – als individu en als samenleving – kijken naar goed ouder worden en goed sterven.

In lijn met de werkwijze van onze vakgroep Zorgethiek aan de Universiteit voor Humanistiek, probeer ik gedurende mijn onderzoek deze twee bronnen (dus zowel mijn empirische fenomenologische als het conceptuele onderzoek) voortdurend in een dialectische relatie op elkaar te betrekken. Mijn empirische resultaten worden bevraagd en verrijkt door opgedane conceptuele en theoretische inzichten en tegelijkertijd probeer ik met behulp van de specifieke case ‘voltooid leven’ ook aan een conceptuele verrijking bij te dragen.

Daarnaast bood het bezoek mij een unieke gelegenheid tot intellectuele uitwisseling en een verruimend, internationaal perspectief op het specifieke Nederlandse debat. Soms was de uitwisseling echt ook wel wat confronterend. Hoewel de thematiek van lijden aan het leven en aan de hoge ouderdom breed herkend werd door onderzoekers van over de hele wereld – uit onder andere Engeland Duitsland, Slowakije, Italië, Portugal, China en Zuid-Korea – reageerde men over het algemeen nogal wat verbijsterd op de ‘pragmatische’ Nederlandse oplossing om de thematiek van het voltooide leven ‘op te lossen’ met de mogelijkheid van een gelegaliseerd zelfgekozen levenseinde.

Een spiegel

Ik weet niet of u de recente column van Bert Keizer in Trouw heeft gelezen, waarin hij verslag deed van zijn spreekbeurt voor de Deense Raad voor Ethiek over de Nederlandse euthanasiepraktijk. Keizer beschrijft dat de leden van de Raad met stijgende ontzetting luisterden naar zijn verhaal. Mij overkwam eerlijk gezegd zo’n beetje hetzelfde in Oxford. Het feit dat wij in Nederland zo openlijk spreken over de mogelijkheid van euthanasie bij (vergevorderde) dementie, een stapeling van ouderdomsklachten of een zogenoemd voltooid leven (ook als iemand relatief gezond is) vond men over ’t algemeen behoorlijk stuitend, ook als men in principe vrij liberale opvattingen koesterde ten aanzien van euthanasie in geval van een terminale ziekte.

Ik heb in korte tijd nog nooit zoveel synoniemen gehoord op het woord ‘devastating’: deeply sad… horrifying …dreadful… appalling… horrendous… shocking in the extreme… Nu kun je dergelijke reacties en kritiek natuurlijk wegwuiven en stellen dat wij in Nederland nu eenmaal voorlopers zijn, en dat andere landen achter lopen of er bekrompen denkbeelden op na houden. Ik deel echter Keizer’s conclusie dat dit soort reacties vooral ook een spiegel zijn, een ontnuchterende spiegel zelfs.

Ze dagen ons uit om de actuele situatie in Nederland niet als vanzelfsprekendheid te zien en plaatsen ons voor de vraag of we op de goede weg zitten, en waar de morele grenzen liggen. En dit soort vragen zouden we mijns inziens nooit uit de weg moeten willen gaan.

Titel project: Changing Western notions about living towards death in old age
Startdatum en einddatum: 1 februari – 1 april 2018
Bestemming: Oxford University, Oxford Institute of Population Ageing

Foto: David Iliff

Referenties   [ + ]

, , ,

Nog geen reactie. Wees de eerste!

Geef een reactie