Alles wat ik wil

Author: 6 reacties

Hoe vond je ‘Doe Maar’?, vraagt ze mij. We hadden elkaars blik gevangen in de massa op het concert en elkaar van een afstandje gegroet. Het is nu zo’n anderhalve week later en we drinken met de rest van onze leesclub een afsluitend drankje aan de keukentafel van onze gastvrouw.

Nu was ik daar nog niet helemaal over uit, dus ik geef antwoord vanuit mijn ‘gedachtenknoop’.

‘Ik was met twee stelletjes’, zeg ik. ‘Er waren sowieso veel stelletjes, natuurlijk ook vriendengroepen. Ik was daar met mijn ‘oude bandleden’ en hun vriendinnen. Maar omdat mijn man en ik samen in deze band zaten ontbrak hij nog meer dan anders voor mijn gevoel. Tegelijk was het fijn om iets met mijn oude bandleden en hun partners te doen.’

Omarming

Ik zie het nog helemaal voor mij. In de drukte genieten we van de band, ze zijn nog goed in vorm en hebben toffe blazers meegenomen. In de menigte dansen veel mensen. Ik beweeg weinig mee omdat mijn conditie nog niet tip-top is. Door het gedrang sta ik wat tussen ‘de drummer’ en zijn vriendin in.

Zij danst vrij en blij en richt zich erg op haar vriend en hij reageert daar ook op.

Zo gaat het en het is ook mooi. De zang klinkt: ‘Ik kan niet alleen zijn, nee ik wil niet alleen zijn.’

De teksten hebben nu meer lading voor mij, een andere betekenis dan ‘toen’. Natuurlijk ben ik nu (veel) ouder, natuurlijk hebben de jaren – maar ook vooral het laatste jaar – zoveel veranderd in hoe ik naar de wereld om mij heen kijk. Misschien vertelden de liedjes altijd al de verhalen die ik nu pas meekrijg.

‘De zanger’ en zijn vriendin staan wat achter ons.  Hij tikt op mijn schouder en vraagt  ‘Hoe is het?’

‘Het komt wel binnen’, zeg ik. En ineens heb ik twee armen om mij heen, net als in het liedje. En die aanraking doet mij zo veel.

Na de knuffel van ‘de zanger’ krijg ik nog zo’n hartelijke omhelzing van ‘de drummer.’ We gaan al jaren terug met elkaar: het was precies wat ik nodig had.

Kwetsbaar

Ik stop mijn uitgesproken mijmering en kijk om mij heen naar de vijf andere leesclubdames. ‘Gek dat die omhelzing mij zo goed deed’, zeg ik. Een van de dames zegt  ‘Nee, niet zo gek’.

Zij is iemand die eerder haar eigen kwetsbaarheid in deze groep deelde. In haar blik zie ik echt begrip, die blik koester ik.

Alsof ik terugkom in de ‘andere realiteit’ geef ik ook nog antwoord op de vraag zoals die waarschijnlijk bedoeld was; ‘Ze waren fantastisch’, zeg ik. ‘Je kunt merken dat ze altijd zijn blijven spelen.’ Daar reageert mijn lees-genootje enthousiast op.

Eenzaam

Onderweg naar huis en thuis blijf ik wat puzzelen met mijn verwarrende emoties. Ik probeer mij bewust niet terug te trekken. Voor mijn dochter vind ik dat niet goed en voor mijzelf ook niet. Terugtrekken zou ons maar eenzaam maken. Maar zo’n concert met twee ‘gelukkige paren’ van mijn leeftijd vind ik niet makkelijk. Mooi dat de anderen zoveel delen met hun partners, maar ik heb het niet. Dat maakte dat ik mij eenzaam voelde terwijl ik omringd was door mensen.

In de dagelijkse dingen vinden mijn dochter en ik een nieuw evenwicht, maar dat gaat niet altijd even gemakkelijk. Voorzichtig begin ik ‘te delen’ op plekken waar ik dat voorheen niet gedaan zou hebben. Bij de band ben ik open, bij de leesclub ben ik dat nu ook geweest. Niet te veel, en niet ‘te zielig’. Maar net genoeg.

Dagenlang blijft het lied in mij zingen.

Alles wat ik wil,
Alles wat ik wil, twee warme zachte armen
(heel lekker om mij heen)
Alles wat ik wil,
Alles wat ik wil, alles wat ik wil
Is iemand die mij ziet.

Swanny Kremer

Deze column is een onderdeel van De ‘Kankercolumns’ waarin columniste Swanny Kremer haar ervaringen beschrijft van een jaar van groot verlies, hoop en wanhoop, angst, heel veel verdriet en telkens weer houvast zoeken en opkrabbelen. Lees hier de introductie van deze serie. 

6 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *