“Ik zet het maar in kolommen”, vertel ik. “Dan kopieer ik hun commentaar, en dan schrijf ik rechts mijn reactie. Het is een precisie klus”, leg ik uit. ”Het is een soort van ‘academisch ambacht’.”
“Of een ander woord voor klotewerk”, zegt mijn baas als ik hem deze update geef over mijn promotie.
Het zit zo: de beoordeling van een artikel is binnengekomen en ik ben bezig om deze puntsgewijs te beantwoorden. Ik mopper wat tegen mijn baas en zeg: “Zonder feedback was het veel leuker.”
Ik had een schrijfweek in het klooster gepland, en in plaats van aan echt schrijven toekomen prutste ik rond in deze kolommen waarbij ik ook iedere keer weer beleefd begon met de reviewers bedanken voor het waardevolle commentaar. “Soms dacht ik echt, hebben zij het wel begrepen?”, mopper ik verder tegen mijn baas. “Dan missen ze de onderzoeksvraag en de hypothesen, maar het was een artikel over een praktijkvoorbeeld… dus geen wetenschappelijk onderzoek. Maar ja, raak 10.000 woorden maar eens ergens anders kwijt.”
“Het lijkt wel een soort parallelproces”, zegt mijn baas “Je wordt als het ware tegen de grond geworpen, en dan moet je weer opstaan en door.” Ik knik en zeg: “Ja klopt, het is een kwestie van volhardend zijn.”
“Heb je ooit overwogen om te stoppen?”, vraagt mijn baas vervolgens. Na wat tegenslagen op mijn persoonlijke pad is mij dit vaker gevraagd, maar stoppen is nooit in mij opgekomen. “Ik mopper nu wel, maar eigenlijk zegt het tijdschrift dat zij het artikel willen hebben na deze aanpassingen. Dus in die zin is het positief. Het gaat misschien wat stroperig, maar ik kom wel vooruit”, zeg ik terwijl er wat van mij afglijdt.
Als ik later in de week nog een keertje mag mopperen tegen één van mijn promotoren glijdt er weer wat van mij af. Ik vertel over mijn ‘academische ambacht’ dat ik in het klooster aan het verrichten was en zij zegt: “Of monnikenwerk.” Ik knik. “Ja dat is ook erg typerend”, zeg ik.
Nadat ik complimenten heb geïncasseerd over mijn zorgvuldige verwerking van de feedback en ik nuttige tips heb gekregen merk ik dat ik weer blijer ben. Ik heb er weer zin in.
“Stug doorgaan”, denk ik bij mijzelf, als ik thuis de laptop weer openklap.
0 reacties